Nice kent maar één echt succes

Het `Statuut voor de Europese vennootschap' dat in Nice werd geboren, biedt zowel bedrijven als werknemers voordeel. Voor Nederland kan het ongunstig uitpakken.

De uiterst moeizame worsteling van de Europese regeringsleiders over de toekomstige architectuur van Europa heeft één echt succes van de top in Nice bijna aan het oog onttrokken. Volkomen onverwachts kondigde de Franse president Chirac vrijdagmiddag een akkoord aan over het statuut voor de Europese vennootschap. Zowel Europese werkgevers als werknemers toonden zich tevreden, want het ondernemingsstatuut is niet alleen van groot belang voor het beter functioneren van de interne markt in de Europese Unie maar ook voor de verdere ontwikkeling van het `sociale' Europa.

Het akkoord wordt algemeen gezien als een grote prestatie van het Franse voorzitterschap, want de kwestie hield de Europese gemoederen al dertig jaar bezig. Mede een gevolg van verschillende medezeggenschapstradities tussen de noordelijke en zuidelijke landen in de EU. ,,Dit onderwerp ging al rond, toen [de Nederlandse Eurocommissaris] Vredeling in de Europese Commissie belast was met sociale vraagstukken'', zei premier Kok in Nice.

De betekenis van het ondernemingsstatuut, dat door het Europees bedrijfsleven zelf is gevraagd, kan moeilijk worden onderschat. Het heeft volgens een van de Eurocommissarissen dezelfde betekenis voor bedrijven als het wegvallen van de grenscontroles voor de burgers in de EU. Europese topondernemers becijferden enkele jaren geleden in een rapport dat het statuut bedrijven een jaarlijkse besparing van mogelijk 70 miljard gulden per jaar kan opleveren, omdat zij in de hele Europese Unie als één juridische entiteit kunnen opereren en met registratie in slechts één lidstaat kunnen volstaan. Het oprichten van een netwerk van aparte dochterondernemingen is niet langer nodig.

De gezamenlijke Europese vakbonden – die in Nice massaal demonstreerden voor een Europa met een `sociaal gezicht' – noemden Chiracs aankondiging dit weekeinde ,,goed nieuws''. Voorzitter Emilio Gabaglio sprak van ,,een eerste positief antwoord op de sociale eisen van de Europese bonden en de meer dan zeventigduizend demonstranten in Nice''. Het statuut bevat namelijk belangrijke bepalingen over medezeggenschap voor werknemers. De vakbonden en ook de Europese Commissie verwachten dat nu ook de weg vrij is voor een akkoord over de Europese ontwerp-richtlijn over informeren en consulteren van werknemers in de Europese ondernemingen. De Europese Commissie kwam enkele jaren geleden met dit ontwerp na de plotselinge sluiting van de Renault-fabrieken in het Belgische Vilvoorde, waarbij alle werknemers terstond ontslag kregen aangezegd.

Spanje heeft het ondernemingsstatuut steeds met een dreigend veto tegengehouden uit vrees dat bij grensoverschrijdende fusies verdergaande regels voor medezeggenschap uit noordelijke landen worden `geïmporteerd'. Eurocommissaris Bolkestein (Interne markt) reisde tien dagen geleden nog naar Madrid om de Spaanse premier Aznar tot andere gedachten te brengen. De regeringsleiders bereikten in Nice uiteindelijk overeenstemming over een uitzonderingsbepaling, die de lidstaten (lees: Spanje) op het punt van de medezeggenschap een `opt-out' geeft. Dat betekent echter ook dat een onderneming die ervoor kiest onder het Europees ondernemingsstatuut te gaan werken, zich niet kan vestigen in een lidstaat (lees: Spanje) die de `opt-out' gebruikt. Zo'n lidstaat komt echter onder druk te staan, omdat mogelijk economische activiteit verloren gaat.

In Europese onderhandelingen doet een lidstaat nooit iets voor niets: Spanje krijgt geld voor sanering van de vissersvloot. Voor Nederland dreigt het in Nice bereikte akkoord financieel nadeel op te leveren, omdat het ontwerp-ondernemingsstatuut bepaalt dat de werkelijke en statutaire zetel van een bedrijf moeten samenvallen. Veel buitenlandse bedrijven hebben om fiscale redenen hun statutaire zetel in Nederland, waar ze ook belastingplichtig zijn. De vraag is of deze firma's hun statutaire zetel zullen handhaven of ervoor kiezen te opereren onder het Europese ondernemingsstatuut. Het effect kan ook zijn dat sommige bedrijven hun werkelijke zetel naar Nederland overbrengen. Staatssecretaris Bos (Financiën) heeft onder druk van EU-lidstaten al aangekondigd fiscale uitwassen van brievenbusfirma's aan te pakken.

Nederland heeft zich volgens Brusselse diplomaten in het debat over het ondernemingsstatuut steeds kunnen verschuilen achter de Spaanse vetodreiging. In theorie kan Nederland in de Europese ministerraad, die de ontwerp-verordening nog moet goedkeuren, een veto uitspreken. Staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) beperkte zich er gisteren toe te verklaren dat de verordening ,,nog niet is vastgesteld''. Toen de Franse minister Moscovici (Europese Zaken) in de laatste ministerraad voor de top in Nice vroeg of er landen waren met bezwaren hield Nederland zich volgens Brusselse diplomaten echter stil.

Frankrijk noemde in juli bij het begin van zijn EU-voorzitterschap de ,,verzoening van economische modernisering en versterking van het Europese sociale model'' een belangrijke prioriteit. Deze prioriteit is ook terug te vinden in de Europese `sociale agenda', die de regeringsleiders in Nice hebben geakkoordeerd. Het statuut voor de Europese vennootschap past in deze `sociale agenda': grensoverschrijdende allianties van met name ook kleinere bedrijven zullen volgens de Europese Commissie zorgen voor meer economische activiteit, meer concurrentiekracht en dus ook meer banen.