Muzikaal architect bouwt een kakofonie

Koningin Beatrix opent woensdag de nieuwbouw van de Hogeschool voor Muziek en Dans in Rotterdam, een onderdeel van de uitbreiding van de Doelen, naar een ontwerp van Jan Hoogstad.

Op het eerste gezicht is de keuze voor Jan Hoogstad (1930) als architect van de uitbreiding van het Rotterdamse muziek-en congrescomplex De Doelen vanzelfsprekend. Hoogstad is immers een groot muziekliefhebber. Niet alleen is hij een verdienstelijk pianist, muziek speelt ook nadrukkelijk een rol in zijn architectuur. Volgens Hoogstad, architect van ondermeer het door zijn open atria opvallende ministerie van VROM in Den Haag, bestaat er een wezenlijke overeenkomst tussen muziek en bouwkunst. Vooral in de mogelijkheid om met behulp van geluid ruimte te definiëren – iets wat elke stereo-installatie al doet – is Hoogstad geinteresseerd. Hij heeft in de loop der jaren dan ook vijf `geluidsexperimenten' ontwikkeld, waaronder een maquette van de tweestemmige Inventie in C groot van J.S. Bach.

Hoogstads uitbreiding van De Doelen met een conservatorium en een congreszaal, is een ingrijpende verandering van het hoofdwerk uit 1965 van het bureau Kraaijvanger. De architect H.M. Kraaijvanger had ook al een buitengewone belangstelling voor muziek. Het kwam goed van pas, zo citeert Jan Oudenaarden in zijn onlangs verschenen boek over de geschiedenis van De Doelen uit een verslag van de gemeente Rotterdam, dat ,,de heer H.M. Kraaijvanger, als uitvoerend kunstenaar en regelmatig bezoeker van belangrijke concerten in den lande en daarbuiten, bij uitstek kennis heeft van het muziekleven.'

Toch is het meer toeval dan opzet dat Hoogstad de uitbreiding van De Doelen heeft ontworpen. Al in 1992 werkte Hoogstad in opdracht van de projectontwikkelaar Wilma Vastgoed aan een plan voor het desolate Kruisplein, waaraan een van de gevels van De Doelen grenst. Van een mogelijke uitbreiding van De Doelen wist Hoogstad toen nog niets, maar op initiatief van onlangs vertrokken Doelen-directeur Huub van Dael raakte hij bij het plan betrokken. Voor Van Dael stond al lang vast dat De Doelen moest uitbreiden. Door de voortdurende groei van het aantal congres- en concertbezoekers kostte het De Doelen steeds meer moeite om congressen en concerten ongehinderd laten te verlopen. Bovendien bleek groei van het aantal congressen nauwelijks mogelijk, terwijl de muziekprogrammering goeddeels wordt bekostigd uit de opbrengst van de congressen.

Door de uitbreiding met de Rotterdamse Hogeschool voor Muziek en Dans is De Doelen meer dan ooit het muzikale hart van Rotterdam geworden. Hoogstads uitbreiding is letterlijk een aanhangsel geworden: het exterieur van de uitbreiding en de Hogeschool is op geen enkele manier aangepast aan het oorspronkelijke gebouw van Kraaijvanger. Het opvallendste kenmerk van De Doelen waren de lange met marmer beklede schijngevels die voor het gebouw waren gezet. Bij de oplevering in 1965 werden deze gevels scherp bekritiseerd: een gevel moest uitdrukking geven aan het interieur van het gebouw, zo luidde het toen nog onder architecten en critici heersende dogma. En dus waren de Doelen-gevels, die ten onrechte suggereerden dat daarachter verschillende verdiepingen schuil gingen, heel erg `fout'.

Maar om `fout' of `goed' bekommerden de architecten Kraaijvanger en Fledderus zich niet. Het was hen te doen om het effect van de gevels en dat was tot Hoogstads uitbreiding inderdaad bijzonder krachtig. Met hun eindeloos lijkende herhaling van verspringende rechthoeken contrasteerden de strenge schijngevels prachtig met de kloeke hoekige sculpturale vorm van de Grote Zaal van De Doelen. Door zijn gevels deed het Doelen-gebouw in de verte denken aan het inmiddels afgebroken Maupoleum in Amsterdam. Maar terwijl dit gebouw misplaatst was in het oude Amsterdam, paste De Doelen bij het wederopbouwende Rotterdam als het betonvoetbal van Feyenoord.

Van de krachtige compositie van De Doelen is door Hoogstads uitbreiding weinig meer over. Vooral gezien vanaf de Westersingel maakt de eens zo kloeke Doelen een rommelige indruk. Als de oorspronkelijke Doelen een doeltreffend heavy-metal-nummer was, dan heeft Hoogstad er nu een schetterende kakofonie van gemaakt. Vooral op de hoek van het Kruisplein met het Schouwburgplein doet De Doelen zich nu voor als een curieuze opeenstapeling van vormen. De oude gevel verdwijnt hier achter een muur van natuursteen, waarop een uitkragende bolle bak rust, die op zijn beurt weer wordt overstemd door de doos van de Hogeschool met haar opvallende spleetramen.

De verschillende vormen worden nog eens beklemtoond door het materiaalgebruik: de bolle bak, waarin kleine congresruimten zijn ondergebracht, is bekleed met aluminium platen en glas, de Hogeschooldoos met gele bakstenen van het soort dat architect Dudok voor de oorlog gebruikte voor zijn beroemde Hilversumse Raadhuis.

Hoogstad is een architect die zich stoort zich aan de ruime aandacht die buitenkanten van gebouwen meestal krijgen. `Architectuur is er niet voor de ansichtkaarten', is dan ook een stelling van Hoogstad die nu dienst doet als titel van een tentoonstelling over zijn werk in het Dudok Centrum in Hilversum. Het gaat Hoogstad, zoals overigens veel van zijn vakbroeders, in de eerste plaats om ruimten.

Hoogstads uitbreiding van De Doelen is een consequente uitdrukking van deze opvatting en is van binnen dan ook veel meer genietbaar dan van buiten. Binnen is er een knappe opeenvolging van hoge en lage, smalle en brede ruimten. Die begint bij de voormalige patio van De Doelen die nu wordt overdekt door de nieuwbouw en eindigt met de grote congreszaal. De wit-beige tinten en 700 zwarte stoelen met riante beenruimte zorgen voor een voorname rust. Niet alleen is Hoogstad erin geslaagd om bijna overal daglicht in het gebouw te laten toetreden, ook kent de uitbreiding van de Doelen nauwelijks rechte hoeken.

Maar terwijl het taboe op de rechte hoek bij deconstructivistische architecten als Daniel Libeskind nogal eens ontaardt in bot, delirisch effectbejag, heeft Hoogstad de schuine lijnen en scherpe of wijde hoeken zo terughoudend en subtiel toegepast, dat ze pas opvallen bij goed kijken. Bijkomend voordeel van het overal binnenvallende licht, is dat bezoekers van de uitbreiding van De Doelen op verschillende plekken verrassende uitzichten krijgen op Rotterdam. Zo blijkt het nieuwe Schouwburgplein, dat zich op de grond voordoet als een onherbergzame grijze vlakte, vanaf het nieuwe dakterras van De Doelen een alleraardigste kolossale Mondriaanachtige compositie.

Expositie `Architectuur is niet voor ansichtkaarten' in Dudok Centrum in Hilversum tot 28/1. Van 24/12 t/m 2/1 gesloten. Informatie 035-6292262.

Jan Oudenaarden: De Doelen. De Geschiedenis van de Rotterdamse Doelen en zijn vijf voorgangers. Uitg. De Doelen. ISBN 90 901 4056 5 ƒ49.95

    • Bernard Hulsman