Luxe problemen

Mensen hebben meubeltjes nodig, bedden om in te slapen en tafels om aan te eten, maar in India kan het knap ingewikkeld zijn om aan die dingen te komen. Niet omdat ze geen deel uitmaken van de cultuur – hoewel, driekwart van de Indiërs doet het zonder. Men slaapt en eet op de grond, op kleurige matjes van riet en lekkere ronde kussens. Om de een of andere reden viel dat idee bij mij thuis een beetje slecht. Zo geïntegreerd wilden ze niet zijn.

Er zijn meubelmarkten waar je prachtige klerenkasten kunt kopen, elegante dressoirs en zelfs slim uitgedachte computertafels. Maar de bedden en eettafels die ze hebben lijken rechtstreeks te komen uit de bestelboekjes van onze postorderbedrijven. Lomp en grotesk, zo lelijk dat het pijn doet. Waar waren de koloniale hemelbedden die ik altijd in films zie? En een eettafel van marmer, marmer is hier toch spotgoedkoop?

Je kunt ze laten maken, zei mijn vriend aan wie ik misschien niet om advies had moeten vragen. Maar toevallig kende hij de beste meubelmaker van Delhi, dat scheelde. Het was een neef van hem, dat scheelde ook.

We gingen dus naar neef Narender, die een bedrijf heeft in Ranjit Nagar. Hier zou later een opstand uitbreken omdat de overheid had besloten alle industriële ondernemingen uit de stad te bannen. Maar toen ik er voor het eerst kwam, was de wijk zo lieflijk en vredig dat je het gevoel kreeg in een dorp te zijn beland. Ranjit Nagar is ook een dorp, de mensen die hier wonen komen uit wat nu Pakistan heet en de gezamenlijke tocht tijdens de `partition' heeft een gevoel van eeuwige saamhorigheid en broederschap veroorzaakt. Halfnaakte kindjes spelen in de smalle straten, tussen stapels stenen en hopen grind. Want er wordt druk gebouwd, als het niet zijwaarts kan dan naar boven, omdat elke gehuwde zoon zijn eigen kamers moet krijgen.

Natuurlijk was Narenders bedrijf gevestigd in het laatste pand van de smalste steeg. Een chaotische werkplaats waarin zes, zeven donkere mannetjes op hun hurken met stukken hout in de weer waren. Hij zat achter een stoffig bureau, hij had droevige ogen en een glimlach die zo vertrouwenwekkend was, dat ik ogenblikkelijk het voorschot van vijftig procent toezegde.

Ik probeerde uit te leggen wat ik wilde, maar er was een klein probleem: hij verstond geen Engels en eigenlijk ook geen Hindi. Zijn Punjabi verstond ik weer niet, maar gelukkig had hij boeken met foto's – bleken het gidsen te zijn van Neckermann, Wehkamp en Ikea. Het gaat hard met de globalisering.

Ik schoof de beduimelde catalogussen opzij en begon driftig te tekenen. Zo wil ik het, Narender, en Narender glimlachte vertrouwenwekkend. Binnen twee weken zouden mijn typisch Indiase meubeltjes arriveren.

Na vier weken reisde ik naar Ranjit Nagar, smalste steeg, laatste pand. Narender achter zijn bureau, kleine mannetjes om hem heen die aan het zagen en schuren waren. Ik negeerde zijn glimlach. Mijn meubels, waar bleven ze? Narender werd de droefheid zelve, hij legde de moeilijke omstandigheden uit in het Punjabi, ik herinnerde hem aan onze afspraken in het Hindi. Over twee dagen, absoluut.

Na acht dagen verscheen een fietsriksja voor de deur met mijn bed in de achterbak. Het was schitterend, de schoonheid zelve, precies zoals we hadden bedacht, zei ik thuis, omdat ze daar behoorlijk waren gaan twijfelen aan mijn zakelijke capaciteiten. Maar 's avonds hadden mijn vrouw en ik het eigenaardige gevoel dat we groter waren geworden.

Narender begreep maar niet hoe het bed te klein kon zijn. Hij had zich gehouden aan de door ons opgegeven maten, kijk, zei hij terwijl hij het maatlint zo ver mogelijk probeerde uit te rekken. Maar de acht centimeters in de breedte en de twaalf in de lengte kon hij nergens vinden. Ik stelde mij onbarmhartig op, een compleet nieuw bed wilde ik. En na uren praten, hij in het Punjabi en ik in het Hindi, kwamen we overeen dat ik nog een bed bij hem kocht, van de juiste maat, tegen een schappelijke prijs en inclusief die vertrouwenwekkende glimlach. Thuis hield ik dit compromis geheim, ze zouden het niet begrijpen.

De eettafel kwam twee weken later, ik betaalde de fietsriksja en reageerde opnieuw uitbundig, totdat we merkten dat het speelgoedautootje van mijn zoon steevast een bepaalde kant af rolde. ,,Narender, de tafel helt'', riep ik door de telefoon. Dat was zo opgelost, zei hij. Hij stuurde zijn mensen morgen. Zes dagen later arriveerden vier mannetjes die mijn tafel naar buiten droegen en uit elkaar haalden. Het probleem bleek ernstiger dan verwacht, de fraai gevormde poten hadden niet dezelfde lengte. Ze zouden de volgende dag terugkomen.

Toen braken de rellen uit in Delhi. Op last van de rechter begonnen gemeentelijke ambtenaren de industriële bedrijven in de woonwijken te sluiten, waarop honderdduizend arbeiders en kleine ondernemers de straat opgingen om stadsbussen in brand te steken en personenauto's om te kantelen. De politie schoot op de menigte, er vielen drie doden en zeventig gewonden. Intussen lagen bij mij op het terras stukken hout en een tafelblad en sliep ik in een bed waarin ik mijn hoofd stootte als ik mijn tenen binnen wilde houden.

Thuis legde ik uit dat Narender er niets aan kon doen. Het was een strijd van leven op dood, als hij zijn bedrijf moest sluiten zouden zoveel arbeiders werkloos worden en hongerlijden en die tafel kwam heus wel een keer.

We hadden op de markt toch gewoon de kant en klare Neckermann-meubels kunnen aanschaffen, opperden ze. Wat een dodelijk pragmatisme, gemakzuchtigheid, wansmaak, en waar was de menselijkheid, de solidariteit met de arbeiders, medeleven met hun vrouwen en kinderen? Wat wij hadden was louter een luxe probleem!

Dat was twee weken geleden.

Gisteren kwam Narender met een ploegje arbeiders en het nieuwe bed. Na een hele dag schaven en schuren wisten ze te bereiken dat de tafel niet meer helt naar links. Het te kleine bed is naar de logeerkamer verplaatst en het nieuwe bed staat in de slaapkamer. Het lakwerk is tijdens het vervoer hier en daar beschadigd, maar dat wordt zeker in orde gemaakt. Morgen nog.