John Meriwether keert voorzichtig terug

Met zijn hedge fund JWM Partners probeert John Meriwether opnieuw grote beleggers te interesseren voor financiële gymnastiek. Na het debacle van zijn LTCM belooft hij wel wat voorzichtiger te zijn.

John W. Meriwether is terug. Het grootgeldgenie, benijd en bewonderd totdat zijn beleggingsvehikel LTCM de Amerikaanse financiële wereld in zijn val dreigde mee te sleuren, heeft een nieuw fonds opgericht. JWM Partners zoekt nu kapitaal in Europa; vorige week bezocht Meriwether Amsterdam.

Voordat hij in 1994 met Long Term Capital Management begon, was Meriwether jarenlang hoofd obligatiehandel bij Salomon Brothers, misschien wel de agressiefste van alle zakenbanken op Wall Street. De obligatiehandel wordt in de financiële wereld hoger aangeslagen dan de aandelenhandel: de slimste jongetjes van de klas handelen in obligaties. De volumes zijn groter, de producten ingewikkelder. Meriwethers afdeling was verreweg de meest winstgevende bij Salomon. De miljoenen die hij voor de bank verdiende leverden hem de geuzennaam big swinging dick op.

Meriwether besloot zijn kennis te benutten voor zijn eigen hedge fund, LTCM. Dit soort beleggingsfondsen heeft een aantal bijzondere kenmerken. Zo kunnen alleen bijzonder rijke particulieren en institutionele beleggers erin participeren: de minimale inleg is al gauw een half miljoen miljoen gulden. Daarnaast kun je je geld er niet zomaar uithalen, en heb je geen inzicht in wat de fondsmanager met je geld doet. Je vertrouwt op zijn kundigheid en op het feit dat hij ook veel eigen geld in het fonds heeft gestopt. De manager heeft vrijwel onbeperkte vrijheid om het ingelegde kapitaal te vermeerderen. Geld lenen, short gaan (effecten verkopen die je niet hebt), het is allemaal mogelijk.

De bedoeling van Meriwethers Long Term Capital Management was te profiteren van hele kleine verschillen in gelijksoortige effecten, meestal obligaties. Een obligatie van de Duitse overheid, een Bund in het jargon, is over het algemeen iets goedkoper dan een obligatie van de Amerikaanse overheid, een T-bond. Dat komt doordat de Amerikaanse overheid als iets kredietwaardiger geldt dan de Duitse. Als het verschil tussen Bund en T-Bond groeit, bestaat de mogelijkheid daarvan te profiteren. Ervan uitgaande dat het verschil altijd weer ongeveer naar het historische gemiddelde zal teruggaan, verkoop je Amerikaanse obligaties, die relatief duur zijn, en koop je Duitse, die te goedkoop zijn, en dus in waarde zullen stijgen. Deze strategie is doorgaans weinig riskant.

Door heel veel van dit soort arbitrages uit te voeren met heel veel geld – de verschillen zijn immers maar klein – valt een hoop te verdienen. Lenen is een aangewezen weg om aan veel werkkapitaal te komen. Dit was ook het pad dat Meriwether bewandelde met zijn kompanen van LTCM, getalenteerde financiële denkers onder wie twee Nobelprijswinnars.

De geschiedenis van LTCM is verder bekend. De zaken gingen bijzonder voorspoedig – beleggers van het eerste uur zagen hun inleg eind 1997 verdrievoudigd – totdat de Russische crisis roet in het eten gooide. LTCM had zijn kapitaal vele malen vergroot door te lenen. Het vertrouwde op de modelmatigheid van de markt, had te weinig rekening gehouden met de onvoorspelbaarheid van macro-economische omstandigheden, en kon niet meer aan zijn verplichtingen voldoen. Het fonds moest zijn posities tegen extreem lage prijzen van de hand doen, en ging kopje onder. De grote Amerikaanse zakenbanken, die LTCM enorme leningen hadden verstrekt, stonden op het punt miljarden te verliezen. De voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, Alan Greenspan, greep persoonlijk in om de crisis te bezweren.

De enorme deuk die Meriwethers reputatie opliep heeft hem er niet van weerhouden opnieuw te dingen naar de gunsten van grote beleggers. Met JWM Partners staat hij een zelfde strategie voor als met LTCM. Alleen zal het hedge funds ditmaal nog voorzichtiger opereren, belooft hij. ,,We leveren wat opwaarts potentieel in om het neerwaartse risico te verminderen.''