Irak akkoord met verlengen olieprogram

Irak is het afgelopen weekeinde onder protest akkoord gegaan met verlenging van het olie-voor-voedselprogramma van de Verenigde Naties, en hervat de olie-export zodra het weer dat toelaat.

Volgens Bagdad misbruiken de Verenigde Staten en Groot-Brittannië dit tijdelijke programma als alternatief voor opheffing van de sancties die inmiddels ruim 10 jaar van kracht zijn. Een deel van de opbrengst, die krachtens VN-resoluties is bedoeld om humanitaire goederen voor het Iraakse volk aan te schaffen, zal Irak aan de Palestijnen schenken.

Irak, dat dagelijks 2,3 miljoen vaten olie exporteert onder toezicht van de VN, had de uitvoer via de Golf-haven Mina al-Bakr en de oliepijpleiding naar de Turkse haven Ceyhan op 1 december stopgezet na de weigering van de VN akkoord te gaan met een lagere prijs voor zijn olie. Irak wilde op die manier zijn afnemers compenseren voor een toeslag van 50 dollarcent per vat, die het buiten de VN-controles om en in strijd met de sancties rechtstreeks op eigen bankrekening gestort wilde hebben.

De Iraakse autoriteiten slikten hun eis eind vorige week in onderhandelingen met de VN in. Vanochtend stelde Bagdad de VN vervolgens officieel op de hoogte van zijn instemming met de verlenging van het olie-voor-voedselprogramma, zoals de Veiligheidsraad van de VN die 5 december goedkeurde. Hoe Irak daarvoor beloond wordt, was niet onmiddellijk duidelijk.

Het Iraakse leiderschap besloot zaterdag verlenging van het olie-voor-voedselprogramma te accepteren in een zitting onder voorzitterschap van Saddam Hussein zelf. Daarbij sprak het van ,,onverschilligheid jegens de rechten van Irak''. Voorts besloot het in een nieuwe uitdaging aan de VN een miljard euro (2,2 miljard gulden, Irak prijst zijn olie tegenwoordig in euro's) van de olie-opbrengst aan de Palestijnen te schenken. Volgens een woordvoerder is 300 miljoen euro bestemd voor verwanten van tijdens de Palestijnse opstand gedode Palestijnen en andere slachtoffers van de strijd tegen Israël. De rest wil Irak besteden aan levensmiddelen en medicijnen voor het Palestijnse volk.

Deze stap, die zonder twijfel zal worden verboden door de VN, is onderdeel van een krachtige Iraakse campagne om steun te winnen onder de burgers in de Arabische landen. Daarbij maakt Irak gebruik van de vijandigheid in de Arabische wereld jegens Israël, die aanzienlijk is gegroeid door het harde Israëlische optreden tegen de Palestijnse opstand.