Etiket op vuurwerk deugt niet

Bij alle vuurwerkbedrijven die grote voorraden professioneel vuurwerk opslaan, ligt vuurwerk dat zwaarder is dan de etiketten op de verpakking aangeven.

Minister Pronk (VROM) schrijft dit aan de Tweede Kamer, op basis van een onderzoek van de Inspectie Milieuhygiëne.

Niet meer dan zeventien procent van al het opgeslagen vuurwerk in vijftien onderzochte bedrijven blijkt juist geclassificeerd te zijn. Bij elf van de vijftien bedrijven trof de inspectie vuurwerk van de zwaarste categorie (1.1) aan, dat in alle gevallen onjuist geclassificeerd bleek. Bij twaalf van de vijftien bedrijven is of wordt het onjuist geclassificeerde vuurwerk opgeborgen in munitie-opslagplaatsen van het ministerie van Defensie.

De Inspectie Milieuhygiëne begon in september met een onderzoek naar 46 bedrijven in Nederland die meer dan 100.000 kilo vuurwerk opslaan en die meer dan 10.000 kilo hebben liggen in de buurt van woonhuizen. Het onderzoek vloeit voort uit de feiten die door de vuurwerkramp in Enschede aan het licht zijn gekomen. Vuurwerk uit containers die bestemd waren voor rampbedrijf S.E. Fireworks is eerder dit jaar op last van justitie onderzocht. Daarbij bleek dat de etiketten op de verpakking van professioneel vuurwerk – met name voorzover afkomstig uit China – vaak een lichtere categorie aangaf (1.4) dan het vuurwerk zelf rechtvaardigde.

Van de 46 onderzochte bedrijven hadden er vijftien professioneel vuurwerk opgeslagen. Bij deze vijftien bedrijven bleek 63 procent van het aanwezige vuurwerk onjuist geclassificeerd. ,,Vrijwel in alle gevallen geeft de aangetroffen etikettering op het vuurwerk de lichtste klasse-indeling aan (klasse 1.4)'', schrijft de minister in zijn brief aan de Kamer.

Voor de beoordeling van twintig procent van het vuurwerk zijn nadere tests nodig, aldus onderzoeksbureau TNO. Voor het uitvoeren van classificatietesten zal TNO moeten uitwijken naar het buitenland. In Nederland werden dergelijke testen tot nog toe oogluikend toegestaan op schietterreinen van Defensie, zo verklaarde vorige week TNO-onderzoeker Kodde tegenover de rechter-commissaris in Den Haag. Kodde werd daar gehoord in het kader van een civiele procedure van slachtoffers van de vuurwerkramp. Na de ramp, zei Kodde, zijn die testen in Nederland verboden. TNO heeft onlangs voor het OM in Almelo, dat de vuurwerkramp onderzoekt, een test uitgevoerd in Duitsland. Kodde verklaarde vorige week ook al dat hij sinds de ramp ,,zeer veel'' stukken verkeerd geclassificeerd vuurwerk in handen had gekregen.