Een picea voor de kerst

Sinterklaas is weg, de kerstman komt. De staatverkoop van kerstbomen is begonnen. In de tuincentra staan de bomen vaak al vanaf eind november in het magazijn te wachten. Verkopers op de Bloemenmarkt bij de Amsterdamse Munttoren hebben het wachten opgegeven. ,,Er werken hier in de buurt veel Amerikanen en Engelsen'', zegt Walter Staats, van Firma Staats. ,,Die hebben geen boodschap aan Sinterklaas en willen gewoon hun boom.'' Hij verkoopt ze vanaf 1 december.

De meeste Nederlanders kopen hun kerstboom tegenwoordig vroeg – de week na Sinterklaas is favoriet – zodat bomen drie weken binnen staan. Al een jaar of vijf neemt het aandeel van de duurdere boomsoorten toe. Op nummer één staat weliswaar nog steeds de picea abies, de goedkope fijnspar, maar deze boom is niet goed bestand tegen een lang verblijf binnen. De belangrijkste vraag bij aankoop is: hoe snel vallen de naalden uit deze boom? De naalden van de picea abies en de picea amorika (Servische spar, maar verkopers houden het sinds de oorlog in Joegoslavië op amorika) zijn relatief fijn en vallen het snelste uit. Van steviger kwaliteit zijn de naalden van de picea koreana, picea nobilis, de blauwspar en de noordman.

Een verstandige koper let vooral op het uiterlijk van de boom. Kees van Eck van tuincentrum De Bilt, onderdeel van keten Europatuin, verkoopt, conform de landelijke trend, steeds meer noordmannen, blauwsparren en picea nobilis. ,,Die bomen hebben gewoon een goed model'', aldus Van Eck. ,,Dat komt door de manier waarop de takken zijn verdeeld en door de stevigheid. Bovendien is bij de blauwspar de prijs-kwaliteitverhouding erg gunstig.

Collega Zweets van Europatuin Maastricht verkoopt ook veel noordmannen en nobili, maar zijn populairste boom is de picea amorika. ,,Vanwege de zilveren kleur. Bovendien is de amorika niet zo grof van bouw en naald; een smallere boom past beter in huis.'' De meeste mensen willen een boom van anderhalf à twee meter, waarvoor zij tussen de 15 en 75 gulden betalen, afhankelijk van de precieze lengte, de soort en de herkomst. Een meerderheid kiest voor een boom met wortel en betaalt daarvoor gemiddeld 7,50 à 10 gulden meer. Hogere bomen zijn in trek bij bezitters van grachtenpanden en kerkbeheerders, die de ruimte hebben. De firma Smeets verkocht dit jaar bijvoorbeeld een boom van drieënhalve meter, bestemd voor een kerk. Smeets: ,,En vergeet de Amerikanen niet. Die willen altijd grote bomen.'' Bomen van eigen bodem zijn dit jaar – door de flinke neerslag – redelijk lang en hebben door groeistuipen vaak een kale piek van 60 à 70 centimeter. Een meerderheid van de gekochte kerstbomen komt uit het buitenland: uit Noorwegen (op eenderde van alle Noorse grond staan bomen), Duitsland, België en Ierland.

Bepaalde boomsoorten zijn schaars in Nederland. Duurdere bomen, zoals de noordman, worden hier van oudsher weinig gekweekt. Nu er veel vraag naar is, zijn Hollandse kwekers een inhaalslag begonnen, maar import blijft noodzakelijk om aan de vraag te voldoen. Zeker gezien de lange groeicyclus (tot 15 jaar voor een noordman, tegen 7 jaar voor een picea abies). Afgelopen jaar begon ook de schaarste op eigen bodem van de gewone bomen (abies en amorika), omdat ongeveer zes jaar geleden veel boeren en particuliere kwekers in deze bomen geen brood meer zagen; de prijzen waren destijds gekelderd. Sommige groothandels halen de picea abies nu uit Polen en Rusland, wat ongetwijfeld gevolgen heeft voor de prijs. Die steeg vorig jaar al aanzienlijk en lijkt zich nu te stabiliseren op zijn hoge niveau.

Bij enkele kwekers zijn ook ecobomen te koop. De biologische kerstbomen van Van Nieuwenhoven, eigenaar van een gemengd boerenbedrijf in Ospel, gaan als warme broodjes over de toonbank. In oktober waren de 3.000 bomen die hij te vergeven had, al verkocht aan de groothandel. Volgens Van Nieuwenhoven trekt de kerstboom van nature veel onkruid aan, dat lastig te verwijderen is. Chemische bestrijdingsmiddelen lossen het probleem doorgaans op, maar de tweewielige schoffel van Van Nieuwenhoven werkt ook prima.

De grootste milieubedreiging komt van elders: kweker Ad Stabel uit Best wees op het feit dat `uit recent TNO-onderzoek bleek dat de milieubelasting van de kunstboom vele malen groter is dan die van de gewone boom'. Uit onderzoek dat het Productschap Tuinbouw in 1999 door het NIPO liet verrichten, blijkt dat de helft van alle respondenten zonder kerstboom een kunstboom heeft. Deze is wel duurder – gemiddeld tegen de 90 gulden, tegen 20 à 30 gulden voor een doorsnee boompje – maar gaat langer mee.

De Nederlander wil echter geen traditionele kunstboom meer, wel een plastic design-kerstboom. Zoals het opblaasbare geval, verkrijgbaar bij de Amsterdamse vestiging van winkelketen DOM, dat het vooral goed doet in roze en lichtblauw en op locaties zoals de badkamer en het balkon. De boom, verkrijgbaar vanaf 31 centimeter tot 1,83 meter, is gevuld met witte pvc-kogeltjes die sneeuw verbeelden.

Verreweg de meeste kerstbomen worden verkocht in een van de honderden tuincentra (35 procent), gevolgd door de kerstboomstands op straat (17 procent). Soms kan de consument rechtstreeks bij de kweker terecht (16 procent), vooral in het zuiden van het land. De bloemist, huisverkoper, de bloemenstal op straat en het warenhuis verkopen elk ook een deeltje.