Een aanpakker die loyaal is aan zijn superieuren

Vrijdag zal het kabinet officieel bekendmaken dat Leo de Wit per 1 februari de nieuwe hoofdofficier van justitie in Amsterdam wordt. Portret van een katholieke en rekkelijke magistraat.

Een ding staat in ieder geval vast: Leo de Wit is een knap beroerde kegelaar. ,,Hij kan mij in ieder geval niet verslaan'', zegt Luc Duin, communicatie-adviseur en secretaris van de Kralingse kegelclub Klamme Loten.

Twee keer per maand werpen ze een balletje. De dierenarts, notaris, advocaat, enfin, allerlei gewone mensen, en de hoofdofficier van justitie. Kegelen als excuus om de wereldgebeurtenissen door te nemen. De Wit is in het gezelschap overigens toch vooral de aan zijn pijp lurkende, bedachtzame toehoorder. ,,Hij is niet een van de rumoerschoppers. Leo laat alles over zich heenkomen en zegt pas wat als het er echt toe moet doen'', vertelt Duin.

Vervelend discreet is De Wit trouwens ook. Neem nou afgelopen woensdagavond. Iedereen hing aan zijn lippen om van Leo te vernemen hoe het onderzoek was verlopen naar de zojuist opgerolde bende van de Rotterdamse vermeende drugsbaron Cock S.. ,,Het was een mooie vangst'', was het teleurstellende en enige commentaar dat De Wit, die in de commandokamer van de politie de actie op de voet had gevolgd, aan de kegelaars kwijt wilde.

Bij de Klamme Loten is het de afgelopen weken veel gegaan over De Wit. Vooral toen ze in de krant lazen dat politie en justitie in de hoofdstad die arrogante wildeman, de macho uit Rotterdam die te ruig zou omspringen met dwangmiddelen, liever niet benoemd zagen als hoofdofficier van justitie in hun Amsterdam. ,,We hebben er veel grappen over gemaakt. Zo van: eindelijk eens iemand die in Amsterdam orde op zaken gaat stellen. Maar Leo vond het heel vervelend dat hij in de krant een ongeleid projectiel werd genoemd''. Zijn enige dochter en jongste van drie kinderen, Leontien (24), is het recentelijk ook opgevallen: ,,Je zag pa iedere dag een stukje ouder worden. Hij zag door die negatieve kwalificaties de muur waar hij overheen moet steeds hoger worden.''

Het eerste verzoek kwam vorig jaar in november. Procureur-generaal Hans Blok benaderde De Wit met de vraag of hij er iets voor voelde zijn baan van hoofdofficier van justitie in Rotterdam te verruilen voor dezelfde functie in Amsterdam die naar verwachting in de zomer zou vrijkomen. Ruim een jaar leefde De Wit vervolgens in het zelfverzekerde besef dat hij de baas van het grootste parket (350 personen), in zijn geboortestad Amsterdam, zou worden.

De keuze was min of meer publiekelijk bekend en wekte aanvankelijk nauwelijks opzien. Want binnen het OM is er naast De Wit verder niemand die de vereiste meerjarige ervaring heeft met het aanvoeren van een groot parket.

Toch dreigde het nog even mis te gaan. Opeens verschenen er vorige maand berichten waarin bronnen binnen het Amsterdamse opsporingsapparaat te kennen gaven die `te rekkelijke' De Wit niet te willen. In Amsterdam valt, zoals gebruikelijk in het van achterklap zwangere randstedelijk milieu van criminaliteitsbestrijders anoniem, te beluisteren dat De Wit in de IRT-affaire partij aan de verkeerde kant heeft gekozen, namelijk niet voor Amsterdam.

Door de top van justitie wordt het Amsterdamse verzet tegen De Wit gezien als laatste streek van de man die De Wit opvolgt: Hans Vrakking. Een jaar geleden maakte de voorzitter van het college van procureurs-generaal, J. de Wijkerslooth, in een ongebruikelijk openhartig interview met deze krant duidelijk dat hij zich bijzonder verheugde op het nakende vertrek van Vrakking. De Amsterdamse parketbaas werd door zijn hoogste chef omschreven als een ,,oude vos'' die wel zijn haren maar niet zijn streken verliest. De poging om zijn opvolger nog voor zijn benoeming af te schieten, is volgens de leidinggevenden bij het OM zo'n typische vossenactie.

Buiten Amsterdam is de actie-beschadiging-De Wit slecht gevallen. ,,Een achterbakse Amsterdamse klerenstreek'' en ,,een misselijk spelletje'', noemt oud-hoofdcommissaris van Rotterdam Jan Blaauw het. Hij leerde De Wit kennen als gewoon officier van justitie in Rotterdam begin jaren tachtig. ,,Leo staat voor een keiharde aanpak van de criminaliteit. Hij liet de hele Millinxbuurt op wapens controleren en het dunkt mij dat ze nu met name in Amsterdam blij moeten zijn met een man die zoiets doet''.

Zijn loyaliteit aan superieuren is voor de justitietop een belangrijke reden voor de keuze van De Wit. Vrakking, die voor zijn benoeming in 1993 rechter was, heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij zich vooral zag als dienaar van de republiek Amsterdam. Vergaderingen van de OM-top werden door hem bij voorkeur overgeslagen.

De Wit was daarentegen een van de voorzitters van het inmiddels als separaat overlegorgaan opgeheven beraad van hoofdofficieren. Hij verdedigde in die kringen het standpunt dat de lokale justitiële belangen vaak juist beter kunnen worden behartigd als het openbaar ministerie intern overeenstemming heeft bereikt over eenheid van beleid.

Via de aanstelling van De Wit verwacht het OM een einde te kunnen maken aan de eigengereide positie van het Amsterdamse parket. ,,Wierenga had het tijdens zijn onderzoek van de IRT-affaire al prima gezien: Amsterdam wil altijd de baas zijn en daarom voeren ze een hetze tegen Leo'', zegt zijn studievriend en topambtenaar op het departement van justitie Harrie Mayer. ,,Ze moeten blij zijn dat Leo in die slangenkuil gaat werken want het wil er bij mij niet in dat ze in Amsterdam zoveel ethischer te werk gaan''.

Er is aan de 56-jarige Leonardus Adrianus Joseph Maria de Wit een katholiek geestelijke verloren gegaan. Priester moest hij worden, vonden zijn ouders en Leo was het daar in zijn jeugd wel mee eens, vertelt dochter Leontien. Het vooruitzicht om op een paard, met een tropenhelm op als missionaris door de rimboe te kunnen trekken, vond de kleine jongen zeer aantrekkelijk.

De liefde voor het zendingswerk verdween naar verluidt door de strenge roomse opvoeding die De Wit van zijn twaalfde tot zijn zestiende jaar genoot op kostschool bij de paters Redemptoristen in Groesbeek. Het schooljaar begon in augustus en dan mocht je pas in december naar huis. En dan niet voordat de pupillen met kerstmis zeven missen op één dag hadden moeten doorstaan.

In plaats van het seminarie werd het de intellectuele vluchtheuvel: een studie Nederlands recht. Hij werd uiteindelijk, met onderbrekingen op het departement, een leven lang aanklager. Nationale bekendheid kreeg De Wit tijdens het live uitgezonden verhoor tijdens de parlementaire IRT-enquête in 1995. Voorzitter Van Traa en De Wit vlogen elkaar twee uur lang in de haren. ,,Eén grote bak met vaagheid'', noemde Van Traa de bijdrage van De Wit die op veel vragen het antwoord schuldig bleef door haperend ,,herinneringsvermogen''. Hij moest voor straf nog een keer komen.

Volgens Mayer was Van Traa ,,heel erg politiek bezig'' en werd De Wit daar het slachtoffer van. ,,Die Van Traa was een ontzettend vervelende vent die nu ten onrechte als een heilige wordt vereerd'', zegt Mayer. De Wit heeft zich in kleine kring laten ontvallen dat zijn ongelukkige optreden ook werd veroorzaakt doordat hij vóór het verhoor wekenlang was geveld door een virusinfectie.

De hoofdofficier viel bij Van Traa ook op door het verhullende, wollige taalgebruik. Die kwaliteit heeft hij nog steeds: op de voice-mail van zijn mobiele telefoon - die overigens afgelopen donderdag op Amsterdams grondgebied uit zijn dienstauto werd gestolen - zegt hij: ,,Ik heet u van harte welkom in mijn mailbox. Afhankelijk van de aard van uw bericht zal ik u zo spoedig mogelijk terugbellen''.

Zijn spreekvaardigheid gebruikt De Wit ook als hij niet tevreden is over een advies of rapport van bijvoorbeeld de ondernemingsraad. ,,Dan lult hij zo lang tegen de voorzitter aan dat uiteindelijk gezamenlijk wordt besloten dat de kritische tekst om stilistische redenen moet worden aangepast'', zegt een collega van De Wit. En dat De Wit tijdens zijn lange mars naar de top van het OM niet alleen vrienden heeft gemaakt, blijkt ook uit het commentaar van een andere collega die anoniem zegt dat ,,De Wit slecht tegen kritiek kan: dan krijgt hij rode vlekken in zijn nek''.

Door tegenover Van Traa te verklaren dat hij ,,onder omstandigheden'' het doorleveren van drugs om een informant te beschermen toelaatbaar acht, geldt De Wit als een `rekkelijk' misdaadbestrijder tegenover de `preciezen' uit Amsterdam. Oud-collega bij het Rotterdamse OM en tegenwoordig advocaat A. Ong zegt dat De Wit voorstander was van royaal gebruik van dwangmiddelen. ,,Inkijkoperaties, het doorleveren van drugs of het aftappen van geheimhouders, De Wit zocht graag de grenzen van de wettelijke mogelijkheden. Hij is nu bijgedraaid omdat justitie bij de rechter klop op klop kreeg''.

De hoofdofficier heeft zelf eerder laten weten dat hij deze kwestie academisch en gedateerd vindt. Mede door zijn inspanningen in justitiële werkgroepen is er inmiddels een toetsingscommissie die oordeelt over inzet van vergaande opsporingsmiddelen. De methoden zijn bovendien sinds een jaar wettelijk vastgelegd.

Overal hoor je dat De Wit een uitstekende netwerker is die vooral met het openbaar bestuur goede relaties weet op te bouwen. De Wit heeft in Breda de luiken van het parket echt opengezet, hoor je in Brabant. ,,Er gebeurt echt wat als Leo aanschuift bij de driehoek. Nou heeft hij daar ook wel het postuur voor'', aldus een collega uit Rotterdam waar ze zeggen hem te zullen missen. ,,De Wit is niet zoals De Wijkerslooth een juridisch genie, maar meer een aanpakker'', zegt Mayer.

,,Hij is een typische manager en een toegankelijke en open gesprekspartner voor de advocatuur'', vindt de Rotterdamse strafpleiter en bestuurslid van de Vereniging van strafrechtadvocaten Tj. van der Spoel. ,,Hij laat zich ten minste niet ondersneeuwen door de politie''.

Die opstelling verklaart ook de oppositie bij de Amsterdamse politie, zegt een hooggeplaatste collega van De Wit. Het Amsterdamse korps heeft met name onder burgemeester Van Thijn een zeer zelfstandige positie verworven. De Wit heeft naar verluidt in een recent kennismakingsgesprek met korpschef J. Kuiper al laten blijken dat het OM nadrukkelijker zal bepalen waar de prioriteiten in politie-onderzoeken moeten liggen.

De Wit is bovendien voorstander van een matig gebruik van publiciteit. De kans dat bijvoorbeeld de opvolger van de deze maand afzwaaiende Amsterdamse politievoorlichter Klaas Wilting onder het justitiële bewind van De Wit ook zal uitgroeien tot een nationaal bekend panellid in lullige tv-spelletjes, moet niet al te hoog worden ingeschat. Het primaat bij het naar buiten treden over opsporingswerk ligt volgens De Wit bij het OM want het is justitie die uiteindelijk strafvorderlijk en politiek op haar daden wordt afgerekend.

Op het Rotterdamse politiebureau oordelen ze trouwens maar zuinigjes over De Wit. Amsterdam hoeft in ieder geval niet bang te zijn dat de nieuwe hoofdofficier te wild is, zegt een hooggeplaatste Rotterdamse agent. ,,De Wit is eerder ontwijkend: kolen sjouwen en zorgen dat je geen gruis op je schouders krijgt. Hij is ongrijpbaar. We weten nooit waar hij echt voor gaat'', zegt de politieman.

De Wit zal vooralsnog niet verkassen uit de royale, moderne Kralingse villa waar hij met echtgenote Marijke woont. Hij neemt er wel een flatje bij in Amsterdam. Zwaarwegende persoonlijke redenen in de gezinssfeer verhinderen die verhuizing. De Wit is trouwens toch nogal huiselijk. ,,Mijn pa mag graag klussen of kijken of hij via het internet nog wat leuk antiek, of een icoon voor zijn verzameling op de kop kan tikken'', zegt dochter Leontien. ,,Maar als de kinderen thuis komen, laat hij alles vallen en dan komt de fles wijn op tafel. Als gezin zijn we onwijs close.''