Suriname

Is Suriname te vroeg onafhankelijk geworden, of juist te laat?

Die vraag laat zich niet met wiskundige zekerheid met ja of nee beantwoorden. Maar minister Pronk maakte zich er vorige week wat te makkelijk van af door (nogal fatalistisch) te stellen dat het niet veel uitmaakt, omdat elk ontwikkelingsland na zijn onafhankelijkheid nu eenmaal door een diep dal moet.

De eerste politicus die de gewaagde stelling poneerde dat Suriname eigenlijk veel eerder onafhankelijk had moeten worden, was Den Uyl. Hij kreeg kort na de coup van de sergeanten het verwijt dat hij Suriname te haastig naar de onafhankelijkheid had gedreven. Maar in een interview met deze krant ontkende hij dat. Hij zei, op 3 maart 1983, onder meer: ,,De gebeurtenissen in dat land zijn de prijs van een te lang volgehouden parochiale, patronale ontwikkeling. Als Suriname eerder onafhankelijk was geworden, had het zich rekenschap moeten geven van de nieuwe stromingen in de wereld en het land zich wellicht anders ontwikkeld. [...]Het land heeft te lang buiten de internationale ontwikkelingen gestaan.'' Toch kwam de snelle rush naar de onafhankelijkheid pas goed op gang toen Keerpunt '72, het ambitieuze manifest van een progressief regeerakkoord, uitsprak dat de onafhankelijkheid binnen vier jaar een feit moest zijn, ook die van de Antillen. Een deel van de Surinaamse politieke partijen nam dat over en met slechts 1 stem meerderheid wisten zij hun doel te bereiken.

De kans op een democratische ontwikkeling en een bloeiende economie was aanzienlijk groter geweest als Den Uyl zich meer tijd had gegund. De uittocht naar Nederland rond de datum van onafhankelijkheid toonde aan dat vele Surinamers het een te riskant avontuur vonden. Achteraf bezien hebben Den Uyl en Pronk ongelijk gehad. De Antillen hebben het verstandiger aangepakt.