Soekmekaar is moe

Het slaperige dorp Soekmekaar heeft de lokale verkiezingen in Zuid-Afrika, afgelopen dinsdag, weinig enthousiast ondergaan. Over kapotte rioleringen en afbrokkelende macht van de chief. Een week uit het leven van een `plattelandsdorpie'.

Elsie Engelbrecht, de frêle 78-jarige bibliothecaresse van Soekmekaar, houdt haar roze gelakte nagel omhoog. ,,De onuitwisbare inkt, die iedereen op zijn duimnagel krijgt om te voorkomen dat iemand twee keer stemt, blijft hierop niet zitten. Daarom neem ik dinsdag speciaal polish remover mee, om gelakte nagels mee schoon te maken voor we de inkt aanbrengen'', zegt ze in het Engels met een zwaar Afrikaner accent.

Het is vijf dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen in Zuid-Afrika. In de kleine bibliotheek van het amper honderd huizen tellende Soekmekaar neemt Engelbrecht de stemprocedures door met een groep verkiezingsambtenaren-voor-één-dag. Geduldig luisteren drie Afrikaner dames en acht zwarte streekgenoten, in een decor van halfvolle kasten met beduimelde Afrikaner romans en apart uitgestalde kinderboeken als Aspoestertjie en Babadiertjes van die plaas, over jonge boerderijdieren.

Engelbrecht vestigde zich in 1954 in dit toen nog zuiver `blanke' plattelandsdorp. Sindsdien runt ze de bibliotheek en assisteert ze bij de verkiezingen, dit keer als hoofd van het stembureau. ,,Weinig mensen komen nog lezen, baie min. Slechts één zwarte lener hebben we.''

Zacharia Ramaboea (26), een van de deelnemers van de mini-workshop, herinnert zich een andere Engelbrecht, zal hij later vertellen. ,,Vroeger ging ik ook naar de bibliotheek, een beetje om te pesten – ik wist dat ik er toch niet in kon. Mevrouw Engelbrecht hield de traliedeuren stijf dicht. Ze mag nu veranderd zijn, maar bij veel blanken hier voel je het racisme nog. Een luipaard verliest zijn vlekken niet.''

Soekmekaar, gelegen in een glooiend, waterrijk gebied vierhonderd kilometer ten noorden van Johannesburg, is de microkosmos van het veranderende Zuid-Afrika. Het dorp zelf noemde zich in een verordening vroeger opschepperig `stadgebied' Soekmekaar, waar `naturellen' – zwarten – 's nachts niet zonder vergunning mochten komen. Die woonden in het kleine township Nthabiseng, drie kilometer verderop – als ze in het dorp werkten – of in de nabijgelegen stukjes van de thuislanden Venda en Lebowa, waar de blanke boeren de seizoenarbeiders haalden voor de uitgestrekte aardappel-, tomaten- en veeboerderijen. Voor boodschappen konden zwarten terecht bij de Indiase familie Vazeer, die zich in 1961 aan de rand van Soekmekaar mocht vestigen en daar nog altijd woont.

Sinds 1994 zijn veel blanken uit het dorp vertrokken. In de goede huizen van het dorp streken wat meer welgestelde zwarten neer en in de centrale straat bij het treinstation openden ze supermarkten en groentestalletjes. Een nieuwe township ontstond, Capricorn, toen een blanke boer vorig jaar zijn land afstond in ruil voor een bouwcontract voor honderden kleine huizen op die plek.

Ook Nthabiseng is gegroeid: vijfhonderd kleurig geverfde two rooms, piepkleine rechthoekige huizen met wc en water, sieren sinds een paar jaar de heuvel waarop Nthabiseng ligt. Het project was echter bedoeld voor 785 woningen – de bouw ligt stil wegens de trage bureaucratie. Daardoor kreeg de aannemer zijn geld niet op tijd, zegt Zacharia Ramaboea, werknemer van het project.

Sinds de oplevering van de huizen bleek dat de rioleringspijpen eronder te smal zijn, waardoor ze al op vier plaatsen verstopt raakten en braken, vertelt hij. ,,Het duurde maanden voor de gemeenteraad reageerde op ons verzoek de buizen te repareren.'' Waarna een klaagzang volgt die aangeeft waar het in Zuid-Afrika om draait bij de lokale verkiezingen in de 284 nieuwe gemeentes die het land na een herindeling telt: de gebrekkige dienstverlening en de aanhoudende armoede. ,,De helft van de nieuwe huizen heeft nog geen elektriciteit, de zandwegen zijn nog steeds niet hersteld na de overstromingen van februari. Het ergste is de armoede'', roept hij, als de dj voor de vierde keer het kwaito-nummer `Ik heb de lotto gewonnen' keihard opzet, een absolute hit in het township. ,,Niemand heeft werk. Het ANC maakt zijn beloftes niet waar. Ik ben moe van de politiek, ik ga dinsdag ook niet stemmen.''

Door de met hout betimmerde hal van de Nederduits Gereformeerde kerk weerklinken liederen als `Stille nag, heilige nag', gezongen door dertig volwassenen en acht kinderen, de blonde koppies gekapt in jaren-vijftig-stijl. Boven alles uit is de hoge, zuivere stem te horen van Adel Venter (47), organiste en penningmeesteresse van de kerk.

,,We hebben de veranderingen in ons land geaccepteerd en vertrouwen verder op God'', zegt ze. Zoals veel blanken hier klaagt ze wel over de misdaad in Soekmekaar. Van haar kippenfarm buiten het dorp werden elke nacht veertig dieren gestolen tot ze drie gewapende bewakers inschakelde. Ze rijdt het hoge hek niet uit zonder pistool. Maar haar grootste zorg is nu te voorkomen dat haar kerk om financiële redenen de wekelijkse dienst moet staken.

Hulle sukkel

,,Hulle sukkel'', bevestigt Adriaan Neethling, de jonge parttime dominee uit het zestig kilometer verderop gelegen Louis Trichardt, zondag na de dienst. ,,Ze hebben eigenlijk te weinig leden om te overleven. Maar ik heb goede moed dat ze het volhouden.'' In zijn preek, losjes gebaseerd op psalm 139 (Heer, U sien dwarsdeur my), rept Neethling van mensen die het verleden onterecht idealiseren. Waarna hij bidt voor veilige, vrije en eerlijke verkiezingen.

Drie zwarte dames hebben de dienst gevolgd vanachter een raam in een zijkamertje. ,,Dit is geen apartheid, hoor'', zegt Neethling met een lachje. ,,Dit is de babakamer: een van de vrouwen had een baby die nog borstvoeding krijgt. Je ziet dat de kerk nu openstaat voor iedereen. Maar de taal is een belemmering: de meeste zwarten kunnen onze dienst in het Afrikaans niet volgen.''

Trouwe kerkgangers zijn het echtpaar Danny en Pierre Adendorff. Danny (60) groeide op bij Soekmekaar, werkte later 37 jaar voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en keerde na zijn pensioen terug om een kalvermesterij te beginnen. Hij runt het bedrijf met een zwarte zakenpartner, met wie hij regelmatig het achterland intrekt om kalfjes te kopen bij de zwarte keuterboeren. ,,Ze vertrouwen me allemaal daar, omdat ik zo goed Sotho spreek. Dat leerde ik op de lagere school van mijn speelkameraden.''

Het gesprek is nog niet lang bezig of Adendorff zegt dat zwarten het land nooit goed zullen besturen. ,,Ze kunnen het gewoon niet. We leven op onze financiële reserves tot ze op zijn.'' Het is klaarblijkelijk niet gemakkelijk los te komen van een verleden waarin hij zelf actief meewerkte aan gedwongen verhuizingen van zwarten. Zoals die bij Doornkop, waar vijftigduizend mensen en hun spullen in trucks zijn geladen om ze naar een thuisland te vervoeren. ,,Anders dan ze nu beweren, hebben ze zich niet verzet. Het township bij Doornkop was echt geen plek om te leven'', verdedigt hij zich. ,,Het was zo overbevolkt dat elke week twee of drie mensen aan ziekten overleden.''

Dan pakt Adendorff een papier uit een grote koperen doofpot op tafel. Het is de aanvraag die hij indiende bij de Landcommissie voor de restitutie van het land dat zijn grootvader ooit kocht, enkele tientallen kilometers verderop. ,,De regering heeft mijn vader gedwongen dit land te verkopen, om het thuisland Venda te helpen scheppen. We vertrokken tegen onze wil en mijn grootouders liggen daar begraven: ik heb dus evenveel recht op landrestitutie als zwarten die zijn verdreven'', zegt hij. ,,Het is een principiële kwestie: ik wil tonen dat ook blanken slachtoffer werden van de verhuizingen.''

In heel Zuid-Afrika hebben sinds 1994 zo'n 67.000 mensen en groepen vergelijkbare aanvragen ingediend, waarvan er pas achtduizend zijn behandeld. Op heel Soekmekaar en tientallen boerderijen eromheen ligt ook zo'n claim, afkomstig van de meer dan duizend leden tellende Ratsaka-clan. Frans Ratsaka (62), de ronde taxi-eigenaar en adviseur van de landloze Ngkosi (chief) Ramokholo Carlton Ratsaka, vertelt erover in een school, een half uur rijden van Soekmekaar.

De blanken mogen denken dat Soekmekaar pas bewoond is sinds 1883, toen twee landmeters het gebied zijn naam gaven nadat ze elkaar dagenlang kwijt waren door de hevige mist, de Ratsaka-clan leefde er al sinds de zeventiende eeuw, blijkt uit hun relaas. Na de komst van de Boeren werden steeds meer Ratsaka's verdreven totdat in 1970 de regering de groep `tijdelijk' verplaatste naar een verwante clan in wat later Lebowa werd. ,,Het tijdelijke werd dertig jaar: we zitten nog steeds onder een vreemde chief'', zegt Ratsaka. In 1995 dienden de Ratsaka's dan ook hun claim in, maar sindsdien is weinig gebeurd. ,,De landcommissie werkt zo traag, we kunnen alleen maar afwachten.''

Halverwege het verhaal zijn twee andere adviseurs binnengekomen: ze waren bij een ANC-verkiezingsrally, waar een provinciale minister sprak, en wilden pas weg na de gratis lunch. Provinciale en landelijke ANC-politici hebben de laatste weken het gebied doorkruist voor de verkiezingsbijeenkomsten. Dat is gemakkelijk voor Monicah Mohale (33), uit de rurale buurt Esleben, die dan niet zelf op campagne hoeft te gaan.

Mohale, die ook zitting had in de in 1995 gekozen gemeenteraad, is een van de drie kandidaten die het buurtschap willen vertegenwoordigen waarin Soekmekaar ligt. De andere kandidaten zijn van de liberaal-conservatieve Democratische Alliantie (DA), waarin de Nationale Partij is opgegaan, en het kleine linkse Pan-Afrikaans Congres (PAC).

ohale heeft het als ANC-lid het gemakkelijkst en is bijna zeker van een van de 24 zetels in de nieuwe gemeenteraad, die het gebied tussen Soekmekaar en het zestig kilometer verderop gelegen Dendron omvat.

Mohale maakte haar middelbare school niet af, haar Engels is niet geweldig en ze durft grote groepen mensen en journalisten nauwelijks toe te spreken. ,,Een vraaggesprek van een halfuur? Dat is echt veel te lang, ik heb het zó druk'', zegt de mollige kandidate zaterdag voor het kolossale huis van haar familie in Esleben. Ze wil nog wel zeggen dat ze ,,veel voor de buurt'' heeft gedaan, zoals zorgen voor elektriciteit, zodat ze straks terecht zal winnen.

De meegereisde Zacharia Ramaboea, is teleurgesteld over Mohales gedrag. ,,Ik denk dat ik toch maar ga stemmen, op de grootste oppositiepartij van het land, de DA. Het ANC verdient een wake up call.''

Boycot

In een kaal vertrek bij de `tribale autoriteit' van Ga-Ramakgopa, het gebied waar Ngkosi (chief) Ramakgopa de scepter zwaait, zitten vier mannen rond een tafel. Minzaam horen ze het verzoek aan voor een gesprek met Ramakgopa, over de relatie tussen traditionele leiders en de lokale overheid, een van de brandende kwesties tijdens de verkiezingscampagne.

Het ANC heeft lang gedacht dat de traditionele leiders tot een uitstervende soort behoorden. Ze zouden populariteit verliezen omdat ze met apartheid en thuislanden waren geassocieerd óf ze zouden in het ANC worden opgenomen, was de gedachte. Het tegendeel bleek waar: de chiefs in de voormalige thuislanden genieten nog altijd veel steun. Dat hun bevoegdheden als het toewijzen van land niet in de wet zijn verankerd, was reden voor de chiefs in de aanloop naar de lokale verkiezingen met een boycot te dreigen.

Na de betaling van dertig rand (een tientje) `om de poort te openen' wil de Ngkosi wel praten. ,,Ik ben geschokt door de regering'', begint de magere Ramakgopa, die er oud uitziet voor zijn 42 jaar. ,,Ze willen onze macht afnemen. Maar de chief is hét communicatiemiddel tussen de gemeenschap en de regering, hij is de schouder waarop zijn onderdanen uithuilen. They want to be ruled, not to be ruined.''

Inmiddels heeft de regering beloofd de grondwet te veranderen en de huidige bevoegdheden van de traditionele leiders daarin te verankeren. ,,Dat zeggen ze alleen wegens de verkiezingen'', zegt Ramakgopa fel. ,,Ik verwacht er weinig van.'' De Ngkosi zal in ieder geval niet gaan stemmen, zegt hij nors.

Als op dinsdag de verkiezingen zijn aangebroken, blijkt de opkomst tegen te vallen in de Boeresaal van Soekmekaar, waar Engelbrecht en haar assistenten stembiljetten uitdelen en Ramaboea onuitwisbare inkt drupt op linkerduimen. Uiteindelijk komt nog geen veertig procent van de geregistreerde kiezers opdagen, een teken van de overal in het land geconstateerde apathie.

De blanken uit de buurt komen wel massaal. ,,Deze verkiezing is bluf: met vier miljoen blanken kunnen we nooit op tegen veertig miljoen zwarten'', zegt een 70-jarige, tanige boer. ,,Maar het is mijn plicht te stemmen en ik heb dan ook de blanke partij gestemd'', vervolgt hij, doelend op de DA, die juist krampachtig van het witte imago probeert af te komen.

Geen van de kiezers denkt dat de DA een kans maakt hier. Dat komt mooi uit, want de kandidaat van de DA voor het buurtschap wil helemaal niet gekozen worden. Elmarie Holm van het postkantoor, de dochter van Elsie Engelbrecht, heeft zich laten overhalen tot de kandidatuur omdat `iemand het moet doen'. Aan campagnevoeren heeft ze geen minuut verspild, nu is ze zelfs op vakantie.

De meest actieve kandidaat voor het buurtschap, de tengere Matome Ramala (41) uit Nthabiseng van het PAC, komt af en toe naar het stemmen kijken. Ramala voerde de laatste weken onvermoeibaar campagne, rijdend in een met posters volgeplakte witte Toyota Conquest over de roodbruine `stofwegen' van zijn buurtschap, om met zijn te zacht afgestelde luidspreker zijn plannen te verkondigen om kleine ondernemers te steunen en de gebrekkige dienstverlening aan te pakken.

Zacharia Ramaboea raakte op het laatst onder de indruk van Ramala en stemde toch maar niet op DA maar op het PAC, vertelt hij. Het heeft Ramala niet geholpen: de volgende dag blijkt dat hij in het hele buurtschap 145 stemmen heeft gekregen, zeven stemmen minder dan Elmarie Holm – en negen keer zo weinig als ANC-kandidaat Mohale, die zich weer raadslid mag noemen. De vertegenwoordiger in Soekmekaar van het ANC, die bijna overal in het land een ruime meerderheid behield, lacht verguld. ,,Nu kunnen we aan het werk.''