René Groothof als de Dood voor orkest Max Tak

Ze noemen hem Pierlala, of de Dood – hoe dan ook, hij heeft het moeilijk. Niemand heeft een aardig woord voor hem over. Ze noemen hem vals en gemeen. En intussen blijft zijn mobieltje maar rinkelen, hij kan het werk nauwelijks meer aan. Nu is er weer een straatveger, die blijkbaar heel geliefd is geweest. Als de Dood naderbij komt, met cape en zeis, schelden de treurende nabestaanden hem uit. Wacht, hij zal ons eens vertellen waarom hem dit ellendige bestaan beschoren is. Tijd voor het scheppingsverhaal.

René Groothof speelt de Dood. Hij wordt omringd door het Filmorkest Max Tak, gespecialiseerd in het begeleiden van zwijgende films. Samen maakten ze al het sprookjesachtige 20.000 Mijlen onder zee en Griezelen. Toen verscheen het orkest nog in de traditionele opstelling, gezeten voor het filmdoek. Nu ontstaat die opstelling pas halverwege, als Groothof even de rol van de Schepper aanneemt (met baard en witte badjas) en het paradijs inricht. Dan is elke muzikant een dier, dat zijn eigen instrument krijgt uitgereikt. De laatste is een dribbelende pinguin in jacquet: de dirigent.

De dromer is ontleend aan de versie die Peter Vos tekende en schreef van het scheppingsverhaal. Zijn tekeningen worden geprojecteerd op het achterdoek en soms op de cape van de Dood. Vooral in het begin ogen ze nog wat bleek, want de handeling op het toneel moet nu eenmaal worden belicht. En daar is veel te zien. Een stemmige begrafenisstoet van collega-straatvegers, een koor dat het meerstemmige Beatlesnummer Here comes the sun aanheft, straatmuzikanten met gleufhoeden, onweer en regen op de geluidsband.

Gaandeweg gaan de verteller, het orkest en de tekeningen steeds beter samen. Weliswaar laat het orkest voor het eerst in zijn bestaan geen echte filmfragmenten vertonen, maar af en toe is er toch enige beweging gebracht in de geestig getekende prentjes. Daarbij heeft dirigent Leonard van Goudoever als altijd een partituur in elkaar geplakt volgens het procédé van Max Tak, de legendarische leider van Tuschinski's vooroorlogse bioscooporkest. Alles kan, als het maar bijdraagt aan de sfeer van de gebeurtenissen. Uiteindelijk trekt de Dood – inderdaad – aan het langste eind. Maar zelden in zo'n fantasievolle familievoorstelling.

Voorstelling: De dromer, door René Groothof en het Filmorkest Max Tak o.l.v. Leonard van Goudoever. Eindregie: Aike Dirkzwager. Gezien: 7/12 in de Krakeling, Amsterdam. Tournee t/m 20/5. Inl. (020) 4363625.