Rekeningrijden: reistijd moet eenvijfde korter

Het kabinet beschouwt het experiment met rekeningrijden als mislukt indien de reistijd voor automobilisten niet met twintig procent vermindert. Dat staat in het wetsvoorstel bereikbaarheid en mobiliteit dat het kabinet gisteren heeft aangenomen.

Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) gaat er vanuit dat het experiment eind 2002 kan beginnen op de wegen naar Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Er komen in ieder geval acht tolpoorten op de rijkswegen. Mocht de regio Utrecht nog besluiten mee te doen met het Bereikbaarheidsoffensief Randstad, dat ook voorziet in investeringen in de infrastructuur, dan zal het gaan om elf poorten. Minister Netelenbos zei gisteren niet te kunnen uitsluiten dat na de verkiezingen in mei 2002 een eventuele nieuwe coalitie het hele plan afblaast.

Het succes van de proef wordt niet direct afgemeten aan een reductie van de files, maar van de `voertuigverliesuren', ofwel de reistijd. Bij het berekenen van de reductie wordt meegewogen dat er zonder dit plan sprake zal zijn van een verdere groei van de files. Dat kan betekenen dat automobilisten maar weinig merken van het rekeningrijden, terwijl de proef wel als geslaagd wordt beschouwd. Het Centraal Planbureau evalueert het experiment.

Automobilisten die onder een van de tolpoorten doorrijden betalen tijdens de proefperiode vijf of zeven gulden. Het gaat om vijf gulden per passage voor wie automatisch betaalt en zeven gulden voor wie een acceptgirokaart krijgt. In het wetsvoorstel staat dat het maximaal kan gaan om een heffing van vier euro (8,80 gulden) per keer. Netelenbos verzekerde echter dat alleen na de proefperiode de prijs hoger kan worden dan vijf of zeven gulden.

Het spitstarief wordt niet in weekeinden en vakanties geheven en niet langer dan twee uur tussen zes uur en tien uur 's ochtends. Volgens Netelenbos verschuift de ochtendspits zich meer naar de periode tussen zes uur en acht uur 's ochtends. Daarom zal de heffing waarschijnlijk op de meeste plaatsen vroeg in de ochtend ingaan.

De wet regelt alle vormen van betaald rijden. Ook worden betaalstroken en tolheffing op wegen, tunnels en bruggen mogelijk. Daarbij kan het ook gaan om privaat gefinancierde projecten. Met de wet wordt het ook mogelijk om buiten de Randstad betaald rijden in te voeren. Daarvoor bestaan nog geen concrete plannen. Buitenlanders moeten ook gaan betalen. Zij kunnen dat doen via een gekochte sticker, een gehuurd elektronisch kastje of een acceptgiro. Over de manier waarop de inning precies moet gaan verlopen, wordt nog overlegd met andere landen.