Over het weer

Is dit weer voor Kerstmis? Het klimaat heeft ons door de eeuwen heen geconditioneerde reflexen bijgebracht die corresponderen met de feestdagen en het woordbeeld van de maanden. Daarop volgt een automatisch handelen. December-guur-diep-in-de-jas weggedoken. Ook de geest naar binnen gekeerd. Kerstmis-in-de-huiskamer-bij-elkaar-hokken. December is de maand van wat Zwelg de Zwelbast het stoofjesvolk noemt. Op de ochtend van de 26ste beginnen de weeën van de wedergeboorte. Dan nog vijf dagen wachten, het aftellen voor je met volle vaart het nieuwe jaar in mag. Dit weer lijkt meer op maart of april. De jas wordt te zwaar en te warm; armen en benen komen in opstand. Het is tijd om naar het station te gaan, de eerst vertrekkende trein te nemen en je ziet wel wat ervan komt.

Zo ongeveer stond ik te denken op de tramhalte, in de lauwe wind, terwijl een waterig voorjaarszonnetje door de wolken brak. Aan de overkant zag ik een oude vriend. Nergens een tram te bekennen. Een mooie gelegenheid om een praatje te maken. Het ging niet over het weer, maar over Gerrit Komrij, zijn knappe dichterschap, zijn veelzijdigheid en de onderbetaling van grote literaire talenten door het bedrijfsleven, als ze zich niet willen verlagen tot het doorknippen van linten en het voorlezen van recepten. We begonnen door elkaar heen te praten, het werd als vanouds een geanimeerd gesprek. (Ook dankzij het mooie weer).

Deze halte ligt op een brug, d.w.z. op twee hellende vlakken. Er stopte een tram die we geen van beiden moesten hebben. Ik stond met mijn gezicht naar de rails, keek dus recht door het raam naar binnen. Daar zat een vrouw die naar buiten keek. We ondergingen de confrontatie van het toeval zoals die honderden keren per dag door het openbaar vervoer aan de halte wordt gearrangeerd. Geroutineerde passagiers weten hoe ze dan zo natuurlijk mogelijk in het niets moeten kijken. Maar daarvoor was het te laat; mijn blik had die van haar getroffen. Dat had ik gezien. En nu zag ik ook dat ze dacht: vreemde ouwe kerel. Geen krimp geven! Terwijl ik juist, geïnspireerd door het weer en het gesprek, een lebensbejahende glimlach had losgelaten.

De tram reed verder, niet meer dan een halve meter want het licht was rood. De bestuurder kon zo vlug de rem niet vinden. De tram reed achteruit, weer die halve meter. Confrontatie in de herhaling. Haar nu met gelijke munt betalen? Bij dit weer? Dat zou miskenning van dit dubbel toeval zijn geweest. Ik glimlachte weer, anders, vrolijker, misschien een beetje triomfantelijk, denk ik. Ze overwoog nog even wat ze zou doen, en toen glimlachte ze terug. Haar tram reed definitief verder.

In onze tram bespraken mijn oude vriend en ik het voorval. Het had in een film van Jacques Tati kunnen gebeuren, zei hij. Je zag het voor je. Het was een compliment. Er zijn talenten die een episode uit de werkelijkheid herleiden tot een `iets' in hun oeuvre, zelfs al komt dit bepaalde iets er niet in voor. Een `Tati-gebeurtenis'.

Op het Leidseplein namen we afscheid, zwaaiden nog even naar elkaar. Zo'n zwaai is de afronding van een gewaardeerde ontmoeting. Dat merk je pas als je eens zelf gezwaaid hebt en de enige was. Tot dusver was op deze lentedag alles goed afgelopen. Maar was het wel Tati? Of ook Piet Paaltjens?

Aan Rika.

Slechts één maal heb ik u gezien

Gij waart

Gezeten in een sneltrein, die de trein

Waar ik mee reed, passeerde in

volle vaart.

De kennismaking kon niet korter

zijn.

U weet hoe de dichter dan wordt meegesleept door zijn verbeeldingskracht. Het eindigt ellendig, zij het virtueel:

Maar Rika, wat kon zaalger voor

mij zijn,

Dan onder hels geratel en gestamp,

Met u verplet te worden door één

trein?

Toen kreeg ik, al schrijvend, iemand aan de telefoon die gevoel voor zulke toestanden heeft. Was het niet een situatie die meer in het oeuvre van Adriaan Morriën paste? Verdomd! Nu had ik al Tati, Paaltjens en Morriën. Zo'n gebeurtenis breit zichzelf verder. Het begint iets algemeen menselijks te krijgen.

PS De jetlag. Over de werkzaamheid van melatonine verschilt men van mening. Iemand liet me weten dat je het pilletje niet moet inslikken, maar onder je tong laten smelten. Ik ga er niet verder op in; ik wil niet op het terrein van de medische wetenschap komen.

Aan de andere kant: je hoeft geen dokter te zijn om te weten dat vliegen in de economy class van een 747 over langere afstand niet gezond is. Kistkalveren hebben de dierenbescherming en de Vereniging Lekker Dier; de transatlantische passagier niets. In Der Spiegel van 30 oktober staat op pagina 332 een artikeltje waarin wordt opgesomd wat je zoal kunt krijgen. Verder verwijs ik naar de plattegrond van een 747, zoals afgedrukt in KLM-dienstregeling, 26 maart-28 oktober, op pagina 48. Ik respecteer het copyright, neem deze grafische verschrikking niet over. Kijk zelf. Waar doet het u aan denken?