OP TREFPUNT VAN TWEE CULTUREN

De jeugdopleiding van Ajax werd de afgelopen jaren overtroffen door de kweekvijver van Feyenoord. Dit seizoen lijken de rollen weer omgedraaid. De jonge Ajacieden Cedric van der Gun (21) en Rafael van der Vaart (17) spelen morgen in de Rotterdamse Kuip. Twee talenten van verschillende komaf.

Voetbal is van oudsher een deftige sport, maar tegenwoordig diepgeworteld in de arbeiderscultuur. Bij Ajax belichamen Cedric van der Gun (21) en Rafael van der Vaart (17) honderd jaar clubhistorie. Ze zijn opgegroeid in verschillende milieus. Van der Gun komt uit een Haagse cricket- en hockeyfamilie. Van der Vaart is een woonwagenbewoner uit Heemskerk.

Van der Gun en Van der Vaart hanteren een speelstijl die in strijd is met hun afkomst. Van der Vaart is een middenvelder met aristocratische trekjes. Hij loopt met de borst vooruit en verdeelt het spel als een routinier. Hij is het toppunt van doelmatigheid en lijkt zijn wilde haren nu al kwijtgeraakt. De snelle, behendige en agressieve aanvaller Van der Gun oogt als een straatschoffie. Met zijn wapperende haardos en watervlugge bewegingen heeft wel iets van Johan Cruijff in diens jonge voetbaljaren. Leg een hand op zijn hoofd als hij over de beeldbuis dartelt en je ziet een reïncarnatie van de voormalige wereldster.

,,Ik heb daar nooit bij stilgestaan'', zegt Van der Gun na de training van Ajax in de perszaal van de Arena. ,,Ik heb wel eens beelden van Cruijff gezien. Ik weet echt niet over welke motoriek ik beschik. Ik heb er geen flauw benul van. Maar als je met hem vergeleken wordt, is dat fantastisch natuurlijk.''

Van der Vaart springt op het voetbalveld minder in het oog. Hij doseert zijn acties en plaatst de bal met een fluwelen techniek in de voeten van een medespeler. In zijn eerste jaar als basisspeler neemt hij de vrije trappen en de hoekschoppen bij Ajax. De lichtgewicht is nog niet volgroeid. ,,Er zit nog rek in mijn lichaam'', zegt hij na afloop van de jeugdinterland Nederland-Frankrijk in het stadionnetje van Excelsior.

,,Ik zal het altijd meer van mijn techniek moeten hebben'', meent Van der Vaart. ,,Ik doe bewust weinig aan krachttraining, want dat gaat ten koste van mijn souplesse. Ik probeer wel mijn rechterbeen beter te ontwikkelen. Dat is altijd handig in de kleine ruimte. Het gaat steeds beter, vorige week gaf ik tegen Heerenveen nog een beslissende voorzet met rechts. Niet gek voor een pure linkspoot.''

Van der Vaart vergelijkt zijn manier van voetballen met de speelstijl van zijn ploeggenoot Richard Witschge, zijn jeugdidool en rivaal voor de positie van linkshalf. ,,Ik steek veel van hem op, hoewel het pijnlijk voor hem is dat ik hem uit de basis heb verdrongen.'' In tegenstelling tot publieksspeler Witschge beperkt Van der Vaart zich tot efficiënte acties. ,,Ik laat weinig gekke dingen zien. Een balletje hooghouden doe ik liever op de training'', zegt hij in de geest van het Ajax-collectief.

Cedric van der Gun komt uit een Haagse sportfamilie. Zijn vader Lex was voetballer en cricketer bij de `koninklijke' HVV en HCC. Zijn broer Marnix voetbalde achtereenvolgens bij HVV, ADO Den Haag en tegenwoordig bij Quick Boys. Hij was ook jeugdinternational van de Nederlandse cricketploeg. Zijn zus Tessa is hockeyster bij HDM en speelt momenteel om de wereldtitel in Nieuw-Zeeland met de Nederlandse cricketploeg.

Cedric is het grootste sporttalent in de familie. Hij voetbalde achtereenvolgens voor HVV, ADO Den Haag en sinds een paar jaar in de Arena. De eerste aanbiedingen van Ajax werden door de familie Van der Gun genegeerd, omdat voor Cedric geen deugdelijk vervoer was geregeld. Hij werd vorig seizoen tijdelijk uitgeleend aan FC Den Bosch en keerde afgelopen zomer op voorspraak van de nieuwe coach Adriaanse terug bij Ajax. Tegenwoordig rijdt hij met de auto heen en weer van Den Haag naar Amsterdam. Hij is leider van de A1-junioren van HVV. Hij heeft al twee jaar niet gecricket.

,,Het gebeurt zelden dat voetballers in Nederland ook cricketen'', weet Van der Gun, die van z'n zesde tot z'n dertiende in de cricketcompetitie speelde. ,,Dat zie je alleen in Engeland. Mijn broer was meer begaan met cricket dan met voetbal. Ik beleefde meer plezier aan het voetbalseizoen dan aan het cricketseizoen, dat maar vier maanden duurt. Voetballers vinden cricket vaak een kaksport. Niet bepaald een onbegrijpelijke opvatting.''

Van der Gun was als speler van het tweede team door een knieblessure een jaar uit de roulatie. Dat dankte hij aan een schop die hij op de training kreeg van Richard Witschge. Van der Gun weet dat er nog een lange weg is te gaan om een perfecte voetballer te worden. ,,Echt alles is aan mij voor verbetering vatbaar. Vooral mijn linkerbeen. Een nummer 10 moet natuurlijk tweebenig zijn. Ik ben tevens niet erg sterk in koppen, ook daar train ik veel op. Mijn balaanname moet eveneens verbeteren. Ik merk in wedstrijden dat ik nog te veel kleine dingen fout doe.''

Rafael van der Vaart heeft nog geen rijbewijs en is voor vervoer aangewezen op zijn ouders. Vorige week werd hij door een chauffeur van Ajax opgehaald in Essen, waar hij met het Nederlands jeugdelftal een avondwedstrijd tegen de Duitse junioren speelde. Dankzij de gratis taxi kon hij de volgende ochtend weer met Ajax trainen. ,,Ik zal het best wel missen, als hij volgend jaar zijn rijbewijs heeft'', zegt zijn moeder Lolita. ,,Het zijn leuke uitjes voor ons.''

Van der Vaart is een geboren en getogen `kamper', zoals de bewoner van een woonwagen in de volksmond heet. Hij kon nauwelijks lopen, of hij voetbalde al met zijn vader op een grasveldje in de buurt. Deze stormram van amateurclub De Kennemers, waar hij bijna twintig jaar in het eerste elftal actief was, speelde kegelvoetbal met zijn zoon. Bierflesjes deden dienst als schietschijf.

,,Ik kon een aardig potje voetballen, maar die kleine schoot vanaf zijn zesde meer flesjes om dan zijn vader'', zegt Ramon van de Vaart (39) met gepaste trots. De verkoper van weegschalen vertelt over de strenge opvoeding die Rafael geniet. Hij mag zijn ouders niet tutoyeren. En hij wordt nooit luidruchtig aangemoedigd. Ouders die hun zoontjes ophitsen, worden bij Ajax op hun plaats gewezen, weet Van der Vaart senior.

,,Rafael moet netjes met beide beentjes op de grond blijven staan'', zegt hij stellig. ,,Hij is niks meer dan iemand anders, ook al voetbalt hij nog zo mooi bij Ajax. Hij mag van mij ook niet op zichzelf gaan wonen, ook al heeft hij nu anderhalf jaar verkering. Laat hem maar lekker onder moeders paraplu blijven. Maar als hij op een dag een mooi huis kan kopen, houd ik hem natuurlijk niet tegen.''

Vader Ramon van der Vaart lijkt sprekend op Rafael. Moeder Lolita van der Vaart is een dochter van een Spaanse gastarbeider die in de jaren vijftig naar Nederland is geëmigreerd. Ze beschouwt Spanje als een mooie souvenir. ,,In de buurt dachten ze dat ik een zigeunermeisje was, vanwege mijn donkere uiterlijk. Maar ik ben gewoon een burgermeisje. Mijn vader wilde eerst niet dat ik ging trouwen met een woonwagenbewoner. Hij wist niet wat voor vlees hij in de kuip had. Later is hij gelukkig bijgedraaid. En dat is maar goed ook, want anders was Rafael niet geboren.''

Vader Van der Vaart woonde als kind met zeven broertjes en zusjes ,,in een soort Pipowagen van acht meter lang en twee meter breed''. De huidige locatie is vele malen groter. Volgens de familie berusten de zorgen van trainer Adriaanse – hij vroeg zich af of Rafael thuis voldoende bewegingsruimte had – op onwetendheid. ,,De meeste mensen kunnen zich niet voorstellen hoe groot een woonwagen is. Ik ken veel mensen die kleiner behuisd zijn dan wij'', zegt zijn moeder. ,,Het is echt heerlijk wonen. Alsof je altijd op vakantie bent.''

Rafael van der Vaart heeft een slaapkamer die is behangen met posters van zijn voetbalhelden. Voor een foto van zijn vader in het shirt van De Kennemers is een plaats op de gang ingeruimd. ,,Hij was met zijn dikke kont moeilijk van de bal te krijgen. Ik keek als klein jochie liever naar technische spelers'', knipoogt Rafael naar zijn vader. ,,Toch heb ik veel van hem geleerd. Hoe ik me moet gedragen op het veld, bijvoorbeeld. Ik zal niet snel een scheidsrechter verrot schelden of een gemene overtreding maken. Dat ligt niet in mijn aard.''

Van der Vaart is de nuchterheid zelve en ligt niet wakker van alle commotie over zijn bliksemcarrière. ,,Mijn leven is niet echt veranderd, al kan ik in de weekenden niet meer naar de disco. Ik hoopte volgend seizoen in de basis te komen. Ik had nooit verwacht dat het zo snel zou gaan. Nu wil ik me bij Ajax verder ontwikkelen. Ik wil hier alleen weggaan als topper. Ik heb Spaans bloed, dus Barcelona is mijn favoriete club. Daar kan ik alleen nog maar van dromen.''

In tegenstelling tot Van der Vaart is Van der Gun nog steeds niet zeker van een basisplaats. Vorige week was hij tegen Heerenveen betrokken bij vier van de zes doelpunten. Van der Gun hoopt dat Ajax zijn contract dat nog anderhalf jaar doorloopt tussentijds verlengt. ,,Ik wil slagen bij Ajax en denk nog niet aan het buitenland. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik het eerste elftal zou halen. Ik ben altijd overtuigd geweest van mijn kwaliteiten.''

Van der Gun kreeg onder de trainer Morten Olsen en Jan Wouters niet de kans om zich te bewijzen. Hij werd op eigen verzoek uitgeleend aan een kleinere club. ,,Toen FC Den Bosch belangstelling toonde, heb ik die kans meteen gepakt. Ik kwam alleen niet lekker binnen. Ik had afspraken gemaakt met trainer Wotte, maar toen ik arriveerde was zijn voorganger Koopman nog niet weg. `Dit is speelgoed voor mijn selectie', zei hij vervolgens over mij in de kranten.''

Afgelopen zomer keerde hij terug bij Ajax, op voorspraak van Adriaanse die als een rode draad door zijn carrière loopt. Toen hij als klein jongetje bij FC Den Haag op de tribune zat, was Adriaanse daar trainer. Later maakte hij hem mee als hoofd jeugdopleidingen en nu als directeur betaald voetbal. ,,Toen ik hoorde dat Adriaanse was aangesteld als opvolger van Wouters, kreeg ik meteen een goed gevoel.''

Van der Gun speelde dit seizoen afwisselend als rechtsbuiten en schaduwspits. Zijn voorkeur gaat uit naar de laatste positie die hij in zijn jeugd bijna altijd heeft bekleed. ,,Als nummer 10 ben je meer betrokken bij het spel. Met mijn snelheid en diepgang ligt deze positie mij beter. Het kiezen van het juiste moment is ook belangrijk.''

De Fin Jari Litmanen was zijn grote voorbeeld. ,,Hij was een van de beste spelers van de wereld. Ik stond in de jeugdelftallen op zijn positie. Daarom lette ik veel op hem. Zijn inzicht en het kiezen van het juiste moment van spelen of bewegen was fantastisch om te zien. Adriaanse zei altijd: `Als je goed kijkt naar Litmanen kun je veel leren.''