Nederlandse stripunderground

,,Underground-pers is het medium van `de underground' en geeft signalen door die de beweging bezig houden: happenings, buurtstrijd, drop-outs, anti-militarisme, zwarte macht, zelfbeheer, Zen, milieu, bewustzijn, homofielen- en vrouwenbeweging, en... strips'', zo luidt de definitie die Steef Davison in 1975 gaf van het begrip underground. Samen met nog een paar beschrijvingen van dit jaren zestig en zeventig fenomeen, siert deze manifest-achtige tekst de ingang van de tentoonstelling Tante Leny Exposeert Weer in het Rotterdamse kunstcentrum TENT.

Precies vijfentwtintig jaar geleden was er een soortgelijke expositie van dit legendarische undergroundstriptijdschrift in het Lijnbaancentrum. De tekenaars van destijds zijn ook nu weer van de partij met oude strips uit hun Tante Leny-periode en werk van recenter datum. Een grappig detail is dat tijdens deze expositie het vijfentwintigste nummer wordt gepresenteerd van het blad Furore, dat in 1975 voor het eerst verscheen tijdens die bijeenkomst in het Lijnbaancentrum.

In navolging van Amerikaanse undergroundtijdschriften verzamelde voormalig leraar exacte vakken Evert Geradts in 1971 een aantal tekenaars, die voor bladen als Aloha en Hitweek tekenden, om het eerste Nederlandse undergroundstripblad te lanceren. Net als in Amerika, waar tekenaars zuchtten onder de strenge censuur van de `Comics Code' wilden ook zij uiting geven aan hun verzet tegen de burgerlijke moraal. Het klinkt nu misschien onwaarschijnlijk, maar in die tijd was alleen het plaatsen van strips in een tijdschrift al een teken dat je `anti-establishment' was. Concreet betekende dat veel verhalen over seks en drugs, immers, dat waren nu juist de twee zaken die de leefwereld van de kunstenaars voor een groot deel bepaalden, maar waar ze niet over mochten publiceren. Tante Leny bood hen die mogelijkheid wel. Alles mocht en niet alleen inhoudelijk. Ook grafisch werd er druk geëxperimenteerd met het medium door tekenaars als Joost Swarte, Ever Meulen, Peter Pontiac, Aart Clerckx en nog vele anderen. Tante Leny bestond zeven jaar en er verschenen vijfentwintig edities van het blad.

Natuurlijk zijn alle vijfentwintig Tante Leny's te zien op deze ruim bemeten expositie. Ze hangen gebroederlijk naast elkaar aan een grote witte wand. Het ontcijferen van de covers kost enige tijd, omdat tekenaars toen dachten dat de hoeveelheid kleurige details de kwaliteit van een omslagtekening bepaalde. Niet alleen in Nederland werd die `psychedelische' stijl gehanteerd, ook in de ons omringende landen (Duitsland, Frankrijk, Spanje) gebruikte men een stijl waarbij de gezellig-rommelige layout van de Amerikaan Harvey Kurtzman (van Mad-magazine) als uitgangspunt werd genomen. Uit de combinatie van die verschillende bladen blijkt dat bij die strip-underground een specifieke, esthetiek hoorde, die nu nauwelijks nog voorkomt.

Het tweede onderdeel van de tentoonstelling is het werk van de afzonderlijke Tante Leny-kunstenaars die vijfentwintig jaar geleden ook exposeerden. Een grote houden stellage is volgehangen met hun tekeningen uit die tijd. Door grote kijkgaten kun je een andere ruimte zien, waar de hedendaagse Nederlandse underground zich presenteert. Aan die andere zijde van de houten stellage (die de grens tussen oud en nieuw markeert) hangt ook het werk dat die oudere generatie nu maakt. Dan blijkt dat Aart Klercx tegenwoordig vrolijk gekleurd werk maakt, in plaats van de politiek geëngageerde strips van destijds en dat Harry Buckinx realistische taferelen van natuur en ruïnes schildert. Het werk van Evert Geradts en Peter Pontiac vertoont nog het meest een continue lijn, al zijn er ook duidelijke verschillen met vroeger (Pontiac verliest zich niet meer in details, Geradts tekeningen zijn gladder door het gebruik van computers).

Die twee onderdelen van deze royaal bemeten en vrolijk gekleurde expositie vormen de kern van Tante Leny Presenteert Weer. Kunstcentrum TENT heeft deze expositie nog uitgebreid met andere, aan strips gelieerde onderdelen. Zo is er een ruimte waarin hedendaagse Nederlandse stripbladen zich presenteren. Bij de overgang naar dat gedeelte zien we een muurschildering waarin Tante Leny een potlood (`het stokje') doorgeeft aan Barbara Stoks autobiografische personage. Die nieuwe generatie houdt zich minder bezig met engagement en politiek, maar experimenteert er even lustig op los. En daarbij wordt ook gebruik gemaakt van internet, benadrukt Zone 5300 (site: www.zone5300.nl) met een batterij computers. Tevens zijn er strips en tekenfilms te zien van Han Hoogerbrugge en werk van de kunstenaars Farida Laan en Line Kramer, die zich laten inspireren door het medium strip.

Die onderdelen completeren het fraaie overzicht van de undergroundstrip in het algemeen en de Nederlandse strip met Tante Leny in het bijzonder. Deze expositie toont bovendien een (politiek) aspect van de jaren zeventig dat vaak wordt vergeten door de nadruk op kleding en muziek tijdens de geregeld voorbijkomende `seventies-revivals'. Tante Leny Presenteert Weer laat echter vooral zien dat Nederland meer een stripland is (geweest) dan velen misschien vermoeden en is in alle opzichten voorbeeldig qua opzet.

Tentoonstelling: Tante Leny Presenteert Weer. In: Tent, Centrum Beeldende Kunst. Witte de Withstraat 50, Rotterdam. T/m 7 jan. 2001. Website: www.cbk.rotterdam.nl/tent