Mestgeur

De vliegende geest: ammoniak uit de landbouw en de gevolgen voor de natuur, Jan Willem Erisman. Betatext, Bergen NH, prijs ƒ49,50.

ISBN 90-75541-06-6

Nederland heeft de grootste veedichtheid ter wereld en dierlijke mest is de voornaamste bron van ammoniak, NH3. Daarmee gaat Nederland in de wereld aan kop voor wat betreft de uitstoot van ammoniak per hectare.

In De Vliegende Geest beschrijft milieukundige Jan Willem Erisman uitputtend de feiten rondom ammoniak; van de geschiedenis tot en met de chemie, van het overheidsbeleid tot en met de effecten op mens en natuur. Erisman is hoofd van de afdeling Luchtonderzoek en Technologie van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten en houdt zich al jaren bezig met de ammoniakproblematiek. Die bagage blijkt ook wel uit de grondigheid waarmee hij in het boek te werk is gegaan.

Het is vrij bijzonder dat een dergelijke wetenschappelijke verhandeling in boekvorm en in de Nederlandse taal verschijnt. De diepgang en het streven naar wetenschappelijke precisie maken het echter vrij technisch. Erisman slaagt er bovendien niet in los te komen van het milieukundig jargon, waardoor het boek voor niet-ingewijden af en toe taaie kost zal zijn.

Ammoniak, een kleurloos gas met een karakteristieke, penetrante geur, is een van de hoofdschuldigen van de verzuring en vermesting van de natuur. Met name droge neerslag (depositie) van ammoniakdeeltjes op nabij veehouderijen gelegen natuurterreinen leidt tot grote verschuivingen in de fauna en flora. De meest zichtbare verandering is dat stikstofminnende plantensoorten, zoals de grnassen pijpestrootje en bochtige smele, de overhand krijgen ten koste van een voedselarme maar soortenrijke natuur. Ook de gevoeligheid voor ziekten en plagen van bossen neemt erdoor toe. Zo kon mede door de opmars van bochtige smele de roodzwarte dennencicade zich in Nederland vestigen. Het insect veroorzaakt bandnecrose bij dennen.

Voor mensen is ammoniak evenmin gezond. Het gas kan de slijmvliezen en ademhalingsorganen aantasten en langdurige blootstelling aan een combinatie van fijne stof en ammoniak kan astma veroorzaken. En in slecht geventileerde stallen loopt de concentratie makkelijk op tot giftige niveaus.

De Nederlandse overheid heeft er sinds het begin van de jaren tachtig veel aan gedaan om de ammoniakuitstoot terug te dringen. Boeren kregen de plicht om mest onder te werken, er kwam een uitrijverbod van mest in de wintermaanden, de mestopslag moest voortaan goed afgedekt worden, er kwamen subsidies voor emissie-arme stallen, de invoering van de superheffing op melk ging gepaard met een afname van de hoeveelheid rundvee en veehouders moesten een mineralenboekhouding gaan bijhouden. Voornaamste emissiebron zijn nu nog de stallen. Toch is de verwachte reductie van de uitstoot achtergebleven. Nederland kampt met een onbegrepen `ammoniakgat'. Erisman oppert diverse verklaringen voor het ontstaan van dit gat maar geen daarvan is met zekerheid aan te wijzen als dé oorzaak. Het kan zijn dat de voorspellende modellen de uitstoot onderschatten, boeren kunnen er illegaal vee op nahouden, en zo zijn er nog een aantal.

Ontnuchterend is het te lezen wat planten doen als de bodem heel rijk is aan stikstof, zoals bijvoorbeeld bij mestinjectie. Erismans onderzoek in de jaren negentig toonde aan dat planten de overtollige stikstof in de vorm van ammoniak via de huidmondjes weer uitstoten. Het is, concludeert de ECN-wetenschapper, zeer waarschijnlijk dat de huidige maatregelen falen omdat ze erop gericht zijn de stikstof in de mest te houden (en het er dus niet in de vorm van ammoniak uit te laten verdampen) totdat deze in de grond gebracht wordt. De uitstoot van ammoniak wordt zo alleen maar vertraagd. Het stikstofprobleem verschuift erdoor van ammoniak naar nitraat, waardoor bodem en grondwater evenzeer vervuild raken.

In de slotbeschouwing geeft Erisman zijn persoonlijke visie op het Nederlandse ammoniakbeleid. Door zijn grote kennis van zaken weet hij te overtuigen. De overheid moet uitgaan van uitstoot in plaats van depositie, vindt hij. Het controleren van de uitstoot is eenvoudiger en nauwkeuriger dan het meten van deposities. Gemeenten of bedrijven kunnen bovendien zelf verantwoordelijk gesteld worden voor hun eigen uitstoot. Ook het instellen van emissierechten behoort dan tot de mogelijkheden, waardoor de ammoniakuitstoot net als melkquota tussen boeren onderling verhandelbaar wordt.

Een duurzame landbouw moet gebaseerd zijn op een gesloten nutriëntenkringloop; alle stikstof die op het land gebracht wordt, moet ook door de planten benut worden. Dat is een situatie waar we nu nog ver van af zitten. In Nederland is veertig procent van de stikstofgift afkomstig uit kunstmest; dat kan volgens Erisman flink omlaag. Via de mineralenboekhouding kan de stikstofefficiëntie verbeteren. Daarnaast zou de overheid de import (en export) van voedingstoffen als stikstof moeten belasten, om het ammoniak. Wel, zo tekent Erisman voorzichtig aan, zou het wel eens zo kunnen uitpakken dat minder stikstof een lagere productie inhoudt. Maar dat is dan de prijs die we voor een beter milieu moeten betalen.

    • Sander Voormolen