Kinderen van papier

Gezinsvoogden zijn overbelast, pleegouders hebben niets in te brengen, kinderrechters staan onder druk. `De wet dient niet het belang van het kind.'

Het gaat slecht met Maaike. Ze werd agressief en sneed in haar polsen nadat ze op haar twaalfde seksueel misbruikt was door een kennis. Op haar dertiende liep ze weg van huis – ze vond haar moeder te streng. Nu, op haar veertiende, woont ze bij haar vader die haar aan haar lot overlaat. ,,Er worden daar drugs gebruikt'', zegt Maaike's moeder. ,,Onlangs heeft ze een tatoeage gekregen van een cokedealer, een vriend van haar vader.'' De dealer zou het met haar hebben aangelegd.

Maaike is door de kinderrechter onder toezicht gesteld van gezinsvoogd Piet Speekenbrink. Omdat Maaike een `ernstig geval' is, bezoekt Speekenbrink haar en haar vader `extra vaak'. Dat wil zeggen: eens in de drie à vier weken een uur. Is dat vaak? Ja, zegt Speekenbrink, en dat gaat ten koste van andere kinderen. Hij probeert Maaike en haar vader te bewegen om langdurige, intensieve gezinsbegeleiding te accepteren. Maar doordat hij zo weinig tijd heeft, kost dat een paar maanden. Is het veilig zo lang te wachten? Nee, zegt de moeder, mijn dochter gaat zo naar de knoppen. Speekenbrink: ,,Dat is altijd de vraag.''

Speekenbrink is een van de twaalfhonderd gezinsvoogden in Nederland. Ze werken bij particuliere, door de overheid gefinancierde instellingen, en houden toezicht op twintigduizend kinderen die door hun ouders worden verwaarloosd of dreigen te ontsporen. Gemiddeld heeft een gezinsvoogd per kind tien minuten per week de tijd voor direct contact met een kind en diens ouders, zo blijkt uit een recent rapport dat de Projectgroep Gezinsvoogdij in opdracht van minister Korthals (Justitie) opstelde. Dat zou, vindt de projectgroep, twee uur per week moeten zijn.

De grens is bereikt, vinden de gezinsvoogden. Massaal togen ze begin november naar het Binnenhof om aan te geven dat ze hun werk niet meer kunnen doen. De afgelopen vijf jaar is het aantal kinderen dat onder toezicht is gesteld, met een kwart toegenomen. Hun problemen zijn ernstiger. En daar komt nog bij dat de gezinsvoogden taken van de kinderrechter kregen toebedeeld. In 1995 is de Wet Ondertoezichtstelling (OTS) gewijzigd, om hem aan te passen aan de Europese rechtspraak. Voor die tijd bepaalde de kinderrechter wat er met een kind gebeurde. De gezinsvoogd voerde dat uit – hij begeleidde het kind, zijn ouders en eventuele pleegouders. Nu bepaalt de gezinsvoogd zelf het beleid, de kinderrechter moet het eens per jaar goedkeuren. De Wet OTS wordt nu – zoals gebruikelijk – geëvalueerd, in opdracht van het ministerie van Justitie. Deze maand verschijnt het evaluatierapport.

Niemand is tevreden. De gezinsvoogden klagen dat ze er veel werk, maar geen geld bij hebben gekregen. De pleegouders klagen dat ze zijn overgeleverd aan de grillen van de gezinsvoogd, die nauwelijks gecontroleerd wordt. En de Vereniging voor kinderrechters vindt dat pleegouders te weinig te zeggen hebben en stelt voor hun recht op inspraak in de wet op te nemen.

Leugentje om bestwil

Marijke Storms (46) nam vijf keer een kind in huis. Ze kiest haar woorden voorzichtig, bang dat ze iets zegt waardoor ze de relatie met de gezinsvoogden weer verstoort. Die relatie moet goed zijn, zegt ze, in het belang van de kinderen.

Anderhalf jaar geleden besloot de gezinsvoogd van pleegdochter Rachel (7) van de ene op de andere dag het volledige gezag terug te geven aan haar biologische vader. Die had haar ieder moment mee kunnen nemen, zegt Storms. ,,Hij komt hier regelmatig en dan ontvangen we hem als een prins. Omdat hij haar vader is. Maar hij is niet in staat voor haar te zorgen.''

`Kan-die mij pakken', vroeg Rachel eens toen hij weg was. Nee hoor, antwoordde Storms. ,,Een leugentje om bestwil. Ik durfde haar bijna niet meer in de ogen te kijken.'' Ze diende een klacht in tegen de gezinsvoogd en kreeg gelijk.

Nu gaat alles goed, onderstreept ze. Rachel heeft een uitstekende, nieuwe gezinsvoogd. Eentje die terugbelt. ,,Ik ben alleen bang dat ze straks een leukere baan vindt.'' Vroeger, zegt Storms, werkten de gezinsvoogden in een kleine organisatie. ,,Zelfs de man van de administratie kende ik. Maar door alle personeelswisselingen zijn het veel meer papieren kinderen geworden.''

Een andere pleegdochter, nu het huis uit, zat in een rolstoel toen ze op haar twaalfde in het gezin van Storms kwam. Ze had een touwtje als voetensteun, zegt Storms, als ze haar voeten uitstak, ging ze over de kop. Storms moest zelf uitvogelen hoe ze aan een nieuwe rolstoel kwam. Daarbij wist ze niet wat voor handicap het meisje precies had. ,,De ergotherapeut wist het wel, maar mocht het niet vertellen, zei ze. Dan zou haar privacy eraan gaan.''

Pleegouders, zegt kinderrechter Jaap de Groot uit Amsterdam, komen er nu stiefmoederlijk vanaf. ,,Ze hebben feitelijk niets in te brengen, hoewel een beslissing van de gezinsvoogd ook in hún privé-leven ingrijpt. Ook hún grondrecht wordt ermee aangetast.'' Als je kinderen langdurig uit huis plaatst, vindt De Groot, moet je die maatregel niet meer jaarlijks herzien. Door de voortdurende onzekerheid kan een kind zich niet hechten, dat schaadt zijn ontwikkeling. ,,De huidige wet dient niet het belang van het kind, maar dat van de ouders. Kinderen zijn in elk opzicht zwak. Ze hebben geen machtige lobby, genereren geen geld. Het is niet toevallig dat jeugdadvocaten niet bestaan.''

Sinds de wetswijziging beschikken de kinderrechters niet meer over de dossiers van de kinderen – die hebben de gezinsvoogden onder zich. Veel kleine rechtbanken hebben het specialisme `kinderrechter' zelfs afgeschaft. ,,Onacceptabel'', zegt pedagoge A. Weterings van de Rijksuniversiteit Leiden. ,,Hoe moet je zonder kennis van zaken de rechten van een kind beschermen?''

De beslissing om een kind uit huis te plaatsen, wordt wél door de kinderrechter getoetst. De beslissing het kind weer terug te plaatsen bij zijn ouders, wordt níet getoetst. Terwijl dat een veel grotere inbreuk is op het leven van een kind, zegt Weterings. ,,Als ouders langdurig niet in staat zijn geweest om hun kind op te voeden en het gedijt in een pleeggezin, dan moet het daar blijven.'' Kinderen die in principe tijdelijk bij pleegouders verblijven, zijn bij hun komst vaak de `lichtere' gevallen. Toch vertonen zij gaandeweg meer problemen in hun ontwikkeling dan kinderen die zeker weten dat ze bij hun pleegouders blijven wonen, zo blijkt uit een onderzoek van Weterings uit 1998. Terwijl de laatsten bij hun komst juist meer gedragsproblemen vertoonden.

Afgetrapte schoentjes

In de badkamer met crèmekleurige wastafels en blinkend goudkleurige kranen staat een paar afgetrapte kinderschoentjes. ,,Van Merel'', zegt Mieke van Bebber (54), ,,als ze op bezoek komt, zoekt ze altijd of ze iets van zichzelf terugvindt.'' Pleegdochter Merel is drie jaar geleden vertrokken. Vier jaar daarvoor kwam ze, acht maanden oud, voor een tijdelijke plaatsing. Ze lustte geen melk, alleen cola. Ze huilde nachtenlang, gilde, sloeg en beet vreemden letterlijk van zich af. We bleven liever thuis dan ergens op visite te gaan, schrijft Van Bebber in het boekje Pleegouders maar beperkt houdbaar?!, dat ze in eigen beheer uitgaf. Zo graag zagen ze ons toen ook weer niet komen.

Na drie jaar wist Merel niet beter of ze hoorde thuis bij de Van Bebbers. Toch bleef ze gillen als ze `mama Mieke' uit het oof verloor en bleef ze agressief tegen vreemden. Een nieuw pleeggezin was moeilijk te vinden. Maar waar Merel ook naartoe zou gaan, ze zou een halfjaar mogen wennen.

Het liep anders. Onder protest van de pleegouders plaatste de gezinsvoogd Merel van het ene op het andere moment in een gezinsvervangend tehuis. ,,Een kouwe bedoening'', zegt Mieke van Bebber. Laat me gratis voor haar zorgen, vroeg ze aan de gezinsvoogd, zodat ze langzaam kan wennen. Maar Merel kreeg twee weken om in het nieuwe tehuis kennis te maken. Ze heeft er nooit kunnen aarden.

Om half zeven Merel gebeld. Ze klonk mat en verdrietig. Ze wil naar huis en wanneer ze mag. `Het duurt zo lang Mama Mieke.'

Het echtpaar Van Bebber voelt zich `gebruikt'. Aanvankelijk werden ze overladen met lof omdat ze zo'n moeilijk kind als Merel op wilden vangen, later hadden ze geen enkele stem meer in het beleid. Dezelfde grieven hoorden ze van andere pleegouders. Begin dit jaar richtten ze het Landelijk Meldpunt Pleegouders op. Dat konden ze doen, zegt Van Bebber, omdat ze geen pleegkinderen meer hadden. ,,Anders hadden we geen pleegkinderen meer gekregen.''

Sinds januari hebben er zo'n honderdvijftig ontevreden pleeggezinnen gebeld. Ze voelen zich niet gehoord. Hun enige eis aan de politiek is `een stukje rapportage' te mogen leveren over hun pleegkind. Want op dit moment weet de gezinsvoogd nauwelijks hoe het zijn pupil in het pleeggezin vergaat.

De gezinsvoogd van Merel is in vier jaar tijd nooit bij de Van Bebbers thuis geweest. Wat zou ik graag over Merel vertellen, schrijft Van Bebber, ze hebben er geen erg in hoe sterk de band is tussen ons beiden.

Klopt het dat de gezinsvoogden niet in pleeggezinnen komen? ,,Ik ontken dat absoluut niet'', zegt Bart Groeneweg, voorzitter van de koepelorganisatie Vedivo waarbij alle gezinsvoogdij-instellingen zijn aangesloten. ,,Veel van de klachten `we zien de gezinsvoogd niet' zijn terecht. Als het in het ene gezin goed gaat, stop je je tijd in een ander gezin.''

Sommige gezinsvoogden hebben moeite met de macht die ze in 1995 door de wetswijziging kregen, zegt Groeneweg. ,,Aan de ene kant heb je een politiepet op, aan de andere kant kom je mensen helpen. Dat is een moeilijke combinatie.'' Toch is hij ook positief over de wet. ,,Ieders positie is duidelijker. De gezinsvoogden hebben alleen nooit genoeg geld gekregen voor het extra werk.''

Gezinsvoogden zijn onvoldoende voor hun taak toegerust, zegt pedagoge A. Weterings. Ze zien per definitie de kinderen met de grootste problemen, bij wie de vrijwillige hulpverlening al heeft gefaald. En in de regel hebben ze niet veel meer dan een hbo-opleiding maatschappelijk werk. Toen de gezinsvoogden in 1995 meer bevoegdheden kregen, is er bijscholing gekomen – die ze in hun vrije tijd moeten doen. Groeneweg: ,,Je neemt beslissingen waarvoor je eigenlijk levenservaring nodig hebt. Maar het personeel dat binnenkomt wordt steeds jonger.''

In Den Haag, waar Groeneweg algemeen directeur is van Stichting Jeugdzorg, is het verloop onder de gezinsvoogden twintig procent, het ziekteverzuim tien procent. Dan begrijp je, zegt hij, dat teams alleen maar bezig zijn om nieuwe collega's in te werken. ,,Collega's die zijn overgestapt naar de Raad voor de Kinderbescherming zeggen: Kom bij ons werken. Hier is het rustiger en verdien je meer.''

Over drie jaar komt er een nieuwe Wet op de Jeugdzorg, en zijn alle voogdij-instellingen onderdeel van de regionale Bureaus Jeugdzorg. De provincies zijn dan verantwoordelijk voor het budget. Groeneweg: ,,Op het ministerie van Justitie ontkenden ze keihard de discussie voor zich uit te willen schuiven tot het probleem daar ligt, maar daar lijkt het natuurlijk wel op.''

Afgelopen woensdag stelde minister Korthals in de Tweede Kamer dat hij meer geld wilde geven als duidelijk was dat de gezinsvoogdij-instellingen dat goed zouden besteden. De achttien miljoen gulden die ze sinds 1997 jaarlijks extra krijgen, zijn volgens hem niet besteed aan extra mankracht maar aan overheadkosten. Dat klopt, zegt Vedivo. Ruim de helft van die achttien miljoen was daar namelijk ook voor bestemd. De rest is besteed aan personeel. Maar volgens Vedivo is er ruim honderd miljoen gulden nodig om de problemen in de gezinsvoogdij echt aan te pakken, op een budget van ruim tweehonderd miljoen.

Kaalgeschoren

Tegen Maaike, het veertienjarige meisje dat bij haar vader woont, loopt inmiddels een strafzaak. Een maand geleden heeft ze, vertelt haar moeder, ,,een meisje het ziekenhuis in geslagen'' bij een vechtpartij op straat. En daags voor sinterklaas werd ze aangehouden door de politie – ze had zeven auto's bekrast.

Merel, de voormalige pleegdochter van de familie Van Bebber, woont sinds februari dit jaar weer bij haar eigen ouders. Bij het afscheidsfeestje in het gezinsvervangend tehuis zou ook `mama Mieke' aanwezig zijn – Merel verheugde zich erop. Maar een paar uur tevoren kreeg Van Bebber van de gezinsvoogd – inmiddels de tweede – te horen dat ze Merel nooit meer mocht zien. Dat zou beter zijn voor Merel. Het was vlak nadat ze haar boekje over Merel had uitgebracht, merkt Mieke van Bebber fijntjes op, waarin ze erg kritisch over de gezinsvoogdij had geschreven. ,,Merel denkt nu dat ik de afspraak niet ben nagekomen, wie moet dat kind nog vertrouwen?''

De gezinsvoogd en de ouders van Merel willen niet op de zaak ingaan. De ouders willen geen contact meer met de voormalige pleegouders. Maar ondanks het contactverbod kwamen ze vorige maand met Merel en haar drie zusjes bij hen aanzetten. Het was hen te veel geworden met hun vier kinderen, vertelt Mieke Van Bebber. ,,Ik neem het hun niet kwalijk. Ze willen zo graag, maar kunnen het voor geen meter. Het zijn zelf internaatkinderen. Merel spreekt hun taal niet, heeft andere omgangsvormen.''

Kort voor het bezoek had Merels vader haar kaal geschoren. Voor straf. Omdat ze nog telkens vroeg naar `mama Mieke en papa Laurent'.

Omwille van de privacy zijn de namen van de kinderen en van Marijke Storms veranderd.