Japanse regering blijft de `troostmeisjes' negeren

Gisteren is in Tokio het internationale tribunaal begonnen met getuigenissen van `troostmeisjes' uit de Tweede Wereldoorlog over het Japanse systeem van seksslaven.

Stilletjes rolt een traan over de wang van een Japans meisje terwijl ze aandachtig luistert naar het verhaal van de 72-jarige Koreaanse Kim Young-suk. Op het podium van een uitpuilende zaal vertelt ze hoe ze zestig jaar geleden als 13-jarig meisje met een zwaard werd mishandeld en vervolgens verkracht door een Japanse militair. Tot haar achttiende levensjaar zou ze als `troostmeisje' door het leven gaan, `troost' biedend aan militairen die een dag later weer op het slagveld de dood in de ogen zouden kijken.

Kim Young-suk is een van de getuigen in het drie dagen durende Internationale Vrouwentribunaal tegen Oorlogsmisdaden in Tokio. Het tribunaal is opgezet door non-gouvermentele organisaties en dus niet vergelijkbaar met een project als het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag. Wel is zoveel mogelijk de vorm van een echte rechtsgang aangehouden en heeft men de eerste president van het Joegoslavië-Tribunaal, de Amerikaanse Gabrielle Kirk McDonald, als voorzitter aangetrokken. Doel van het tribunaal is het aan de kaak stellen van het systeem van seksuele slavernij dat het Japanse leger in de Tweede Wereldoorlog opzette om in de behoeften van zijn militairen te voorzien.

Historici schatten dat tussen de 50.000 en 200.000 vrouwen in Azië slachtoffer zijn geweest van dit systeem. Het aantal is onduidelijk omdat weinig vrouwen na de oorlog naar buiten wilden treden wegens ,,schaamte'', zoals de Zuid-Koreaanse aanklager Kim Myung-gi gisteren uitlegde. Ruim zeventig vrouwen hebben hun schaamte opzij gezet en vertellen in Tokio hun verhaal voor het oog van zo'n 2.000 belangstellenden en vele camera's.

Een Japanse ultranationalist op straat heeft een andere opvatting over schaamte als hij vanuit zijn donkere geluidswagen voor het pand schreeuwt: ,,Kennen jullie dan geen schaamte!'' Hij ageert tegen de Japanners in de organisatie, tegen de Japanse soldaten en specialisten die getuigenis zullen afleggen over de gebeurtenissen tijdens de oorlog en daarmee hun eigen land door het slijk zullen halen. Voor deze ultranationalist is alleen het simpelweg loyaal zijn aan eigen land van belang.

De ultranationalisten buiten zijn de enige verdedigers van Japan. En vakbondsmensen met rode banden om de bovenarm en een gespannen blik zorgen dat ze buiten blijven. Intimidatie en geweld zijn de favoriete middelen van ultranationalisten om hun argumenten kracht bij te zetten en dus heeft de organisatie een beroep op de vakbond gedaan.

De Japanse regering is op de hoogte gesteld van het tribunaal maar verkoos de activiteiten van de non-goevermentele organisaties geheel te negeren. Niemand anders heeft de aandrang gevoeld de verdediging op zich te nemen van verdachten als wijlen keizer Hirohito, wijlen premier Hideki Tojo en een reeks hoge militairen van het toenmalige keizerlijke leger. Ze staan nota bene terecht in een hal die tot 1945 simpelweg bekend stond als Militaire Hal, een eigen theater van het toenmalige keizerlijke leger.

De eerste dag was gisteren voor de Koreanen. Juristen en getuigen uit noord en zuid namen Japan op de korrel. Het publiek kreeg een reeks verhalen van oude, tanige vrouwen die vertelden dat ze twintig tot dertig soldaten per dag moesten `helpen'. Videobeelden van littekens van mishandeling en van getuigen die niet aanwezig konden. Een van hen is inmiddels overleden. Zoals een vrouw zei: ,,Japan wacht tot we allemaal overleden zijn.''

In de verhalen valt op dat de vrouwen vaak uit arme gezinnen kwamen en zijn weggelokt door Japanse burgers of politiemannen met beloften van makkelijk geld. Voor ze er erg in hadden, zaten ze voor jaren opgesloten in bordelen, ver van huis in China of Zuidoost-Azië. Later op de dag legt de Japanse hoogleraar Hirofumi Hayashi als getuige-deskundige uit dat het Japanse leger de levering van vrouwen vaak uitbesteedde aan particuliere bedrijven.

Over deze structuur van de seksuele slavernij zal het tribunaal zich dit weekeinde verder buigen, waarbij ook twee Nederlandse `troostmeisjes' aan het woord komen. Bedoeling is het vaststellen van de schuld van hoge militairen en uiteindelijk ook van keizer Hirohito als hoogst verantwoordelijke. Daarmee wil het tribunaal een aanvulling zijn op het Tokio-Tribunaal dat direct na de oorlog plaats had, maar waar zowel de seksuele slavernij als de keizer buiten schot bleef.