Hond of kat

ZONDAG KIEZEN de Roemenen een president. In deze tweede ronde resteren twee kandidaten die beiden dienstbaar zijn geweest aan de nationaal-communistische dictator Ceausescu. Dat is geen aantrekkelijk perspectief voor Roemenen die hun land graag de Europese Unie zouden willen binnenloodsen. Want wie er ook wordt gekozen – de oude communist Iliescu of de nieuwe fascist Tudor – het wantrouwen in het buitenland tegenover Roemenië zal er na zondag niet minder op worden.

Het is de zoveelste domper in de grootste staat van Zuidoost-Europa. Het land heeft als enige ruim tien jaar geleden geen `fluwelen revolutie' beleefd. Nadat elders in het `socialistische kamp' de oude mastodonten met zachte hand door het demonstrerende volk waren verwijderd en de Sovjet-Unie zelf het hoogtepunt van glasnost en perestrojka beleefde, klampte Ceausescu zich als een dolleman aan zijn terreurbewind vast. Zijn regime eindigde in december 1989 in een korte orgie van geweld, waarna diens voormalige rechterhand Iliescu de touwtjes in handen nam. De wisseling van de macht was vooral het resultaat van een partijstrijd tussen verschillende facties binnen de elite.

De aard van deze omwenteling was een ongelukkig begin voor de noodzakelijke economische én democratische hervormingen. Roemenië ontbeerde vanaf het begin een brede consensus die het volk kan verzoenen met de pijn die met ingrijpende veranderingen gepaard gaat. De betrokkenheid van alleen de intelligentsia is immers niet voldoende.

Toen Iliescu vier jaar geleden uiteindelijk het veld moest ruimen voor de centrum-rechtse president Constantinescu was er nog maar een beetje voedingsbodem voor hervormingen over. Constantinescu heeft die ruimte niet benut. Integendeel. De Roemenen bleven niet alleen opgescheept met corruptie, maar zagen ook de verschillen tussen arm en rijk scherp toenemen. Terwijl enkelingen zich via steekpenningen een plekje in de materialistische hemel kochten, kwijnden de meesten weg.

HET GEVOLG IS dat de kiezers, voorzover ze nog ter stembus gaan, vooral tégen willen stemmen. De zieltogende arbeidersklasse doet dat met een stem op Iliescu, die begin jaren negentig met enige regelmaat de mijnwerkers naar Boekarest commandeerde om zijn tegenstanders te intimideren. Bij de eerste ronde kreeg hij 36 procent en zijn sociaal-democratische partij 38 procent van de stemmen. De kleinburgerij, wier spaargeld is vervlogen, is tegen alles en iedereen. Tudor – ex-hofdichter van de familie Ceausescu, oud-medewerker van diens Securitate en nu tolk van een Roemeens irredentisme dat zich tegen Hongaren, joden, zigeuners en andere minderheden keert – belichaamt een desillusie.

Hopelijk kiest het Roemeense volk zondag in meerderheid voor het kleinere kwaad, voor Iliescu. Maar zeker is dat niet. De opmars van Tudor, die vier jaar geleden nog een marginale provocateur was, illustreert hoe ongewis het politieke klimaat in Roemenië is.

De Europese Unie weet zich hoe dan ook met een probleem geconfronteerd. Roemenië is niet de minste onder de kandidaat-leden van de EU. Het is weliswaar een industriële schroothoop en mede daarom straatarm, maar het is ook een groot land. Met ruim 22 miljoen inwoners is Roemenië na Polen (39 miljoen) de belangrijkste nieuwe partner binnen de gemeenschap. In elke variant die in Nice wordt besproken, zal Roemenië met een hoofdelijk bruto binnenlands product van circa 4.500 gulden een grotere stem krijgen dan bijvoorbeeld Nederland met ruim 55.000 gulden per hoofd van de bevolking.

TOETREDING TOT de EU is nog lang geen feit. Voordat het zover is, moet nagenoeg alles in Roemenië op de schop. Wordt Tudor president, dan is de kans daarop nagenoeg nihil. Bovendien zal Tudor het toch al wankele fundament in buur- en broederland Moldavië (4,5 miljoen inwoners) verder ondermijnen. Rusland zal dat met argusogen volgen. Wint Iliescu zondag, dan zijn er meer kansen om het tij voor Roemenië en Europa ten goede te keren. Maar ook dan kan de EU haar verwachtingen maar beter op een laag pitje zetten. Gezien zijn achterban zal Iliescu bij alle sociaal-economische hervormingen heel voorzichtig en dus tergend langzaam te werk moeten gaan.

De EU heeft geen andere keus dan deze traagheid in Roemenië te aanvaarden en kan slechts stapsgewijs eisen stellen of hulp verlenen. De tijd van de optimistische en snelle hervormers is voorbij.