Hollands dagboek

Philip Veerman (52), een Nederlandse orthopedagoog, werkt als directeur van Defence for Children-Israel met Palestijnse en joodse kinderen. Hij woont sinds 1988 in Jeruzalem met zijn vrouw Lea, dochter Netta (9) en zoon Ido (6).

Woensdag 29 november

Vandaag naar de Knesset (het parlement). Om negen uur start de Status of Children Committee over `kinderen aan de andere kant van de groene lijn'. Wanneer mogen soldaten op kinderen schieten? Kolonel Daniel Reisner zegt dat er regels zijn, maar hij wil ze hier niet vrijgeven. Het linkse Kamerlid Tamar Goziansky concludeert dat wij dan wel moeten aannemen dat de recente ontboezemingen van een scherpschutter in het gerespecteerde dagblad Ha'aretz, dat op iedereen boven de twaalf geschoten kan worden, waar zijn. Het rechtse Kamerlid Motti Zandberg valt uit, ook naar mij: ,,Wat heeft u eigenlijk gedaan om te zorgen dat de Palestijnen geen kinderen naar het front sturen? Nu komt u hier om propaganda te maken.'' En: ,,Ik ben ook tegen dit hele debat, in tijd van oorlog moeten we toch alleen aan de kant van de staat staan.''

Prof. Sheleff van Defence for Children spreekt ouders en kinderen in nederzettingen, die zeer angstig zijn maar niet weg kunnen omdat hun huis nu onverkoopbaar is. ,,Ik stel voor die kinderen onder te brengen buiten de gevarenzone, in internaten'', zegt Sheleff. ,,Dan kunnen we onze hele Staat wel opdoeken'', zegt Knessetlid Zandberg en verkassen naar hotels in Manhattan. Een schoolklas van kinderen uit zo'n settlement is gekomen. Ze spreken over hun angst te reizen naar grootouders of de stad, vanwege de mogelijke beschietingen.

Wij pleiten voor het gebruik van non-lethal force door het leger op ongewapende demonstranten, in plaats van echte kogels. Kolonel Reisner schuift ons een briefje toe dat een Europees land, dat over die technologie beschikt, weigerde die te leveren. Waarom ontwikkelt u die technologie dan niet zelf, schrijven wij terug.

Donderdag

Vanochtend doe ik iets wat mij is afgeraden: ik ga naar Ramallah. Om acht uur loop ik pratend over het check-point, langs de soldaten. George Abu Zulof, mijn Palestijnse collega-directeur van DCI-Palestine) komt mij ophalen met de auto. Terwijl ik sta te wachten, hoor ik een enorm kabaal, als van een vrachtauto die lading in een laadbak deponeert. Dan realiseer ik mij dat er geschoten wordt. Iedereen in de omgeving gaat gewoon door. George arriveert met Nasser en we rijden vanwege de wegversperring met een omweg naar Ramallah. We passeren Psagot, de nederzetting waar iedere namiddag op geschoten wordt. Het lijkt, gelegen op de heuvel, wel een middeleeuwse vesting.

In het kantoor aangekomen, bespreken we de deelname van Palestijnse kinderen aan het conflict. Het is moeilijk, zegt George, er zijn zo'n tien Palestijnse televisiestations die de hele dag beelden uitzenden van de nieuwe intifada. Vooral van de twaalfjarige Mohammed Aldurra, met zijn vader. Een van de kinderen van een staflid had gevraagd: wat is een martelaar? Dat is iemand die gestorven is voor Palestina, antwoordde zijn vader. Dan wil ik ook een martelaar worden, reageerde de jongen meteen.

Belangrijkste onderwerp van gesprek is dat Mary Robinson, de hoge commissaris voor de rechten van de mens, tijdens een gesprek heeft laten doorschemeren dat er geld beschikbaar kan komen voor bridgebuilding. Zouden we niet een low key bijeenkomst met Israëlische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties kunnen houden, als zij die uitschrijft?

Tijd voor mijn vergadering in West-Jeruzalem op de Manane Jehuda-markt. George grapt: ,,Ik zou maar oppassen, wij hebben goede contacten met Hamas en vandaag kan er daar wel eens een aanslag zijn.'' Defence for Children steunt het project van een Arabische maatschappelijk werker, die op de markt werkt met Palestijnse jongeren, die illegaal werken omdat ze te jong zijn. De recente aanslag op de markt heeft hun situatie penibel gemaakt – meteen daarna zijn er veel opgepakt en hardhandig ondervraagd. Veel van hen moeten hun families onderhouden met het sjouwen van dozen op de markt. Kunnen we niet een project opzetten waar ze door ons bijgestaan worden en het werken wordt gedoogd door het ministerie? Anders glijden ze af naar nog duisterder werksituaties. De vertegenwoordiger van het ministerie zegt toe een afspraak te regelen. Net op tijd bij de school van de kinderen. Ik breng Netta naar trompetles en daarna naar jazzballet.

Overleg met Motti, een advocaat die gratis voor DCI-Israel optreedt. Hij moet een contract regelen met het National Insurance Institute, dat toegezegd heeft een kinderrechtswinkel/aanloopcentrum te openen in de Arabische stad Tira. Dankzij de Nederlandse kinderpostzegels is een start mogelijk, maar de komende week moet ik nog tienduizend dollar bijeenbrengen om ons aandeel rond te breien.

Vrijdag

Eindelijk de brief de deur uit gedaan naar de directeur van de jeugdbescherming van het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken over een dertienjarig, joods jongetje dat al een jaar in het huis van bewaring zit, en veel tehuizen achter de rug heeft. Hij zit daar maar in de cel, zonder onderwijs of begeleiding. Is er dan geen enkel tehuis dat hem op kan nemen?

De bijeenkomst tussen vijf Palestijnse en vijf Israëlische rechten-van-het-kind-collega's, onder auspiciën van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens Mary Robinson, wordt concreter. Tot mijn vreugde zien mijn Palestijnse collega's het wel zitten.

Doe boodschappen. Mijn vrouw Lea, die toeristengids is, komt thuis en zegt dat haar Nederlandse toeristen haar `prettige Rammeldan' gewenst hebben. Zij zei: ,,U bent een beetje verkeerd aangesloten, u bedoelt misschien shabbat.'' Peter, de tweede man van het UNICEF-kantoor voor de West Bank en Gaza, komt eten. Hij vertelt over bijeenkomsten van de DCI-Palestijnse sectie, voor kinderen. Een clown trad op: ,,Wie was er ook zo bang als ik toen de helikopters overkwamen?'' ,,Wie heeft er net als ik in z'n broek geplast?'' Veel van wat er gebeurt, weet men aan de Israëlische kant niet. Bijvoorbeeld dat er in de buurt van Ramallah een paar dorpen compleet van de buitenwereld zijn afgesloten. We wisselen uit wat voor psychische littekens zowel Palestijnse als Israëlische kinderen oplopen.

Zaterdag

Lea op pad met de Nederlandse toeristen. Vriendjes en vriendinnetjes komen spelen bij mijn kinderen. Niet helemaal geslaagd, nogal wat ruzie.

De avond breng ik door met werk voor mijn bijbaantje, het voorzitterschap van het internationale bestuur van DCI en werk voor het Internationale Secretariaat in Genève. Er is nog meer ellende in de wereld.

Zondag

Een vergadering met de loco-burgemeester van de havenstad Ashdod over problemen met Ethiopische kinderen daar. Hij vraagt onze hulp voor werk met gangs van Russische jongeren die maar in de parken wodka zitten te drinken, niet naar school gaan en inbreken in auto's.

Twee belangrijke vergaderingen, de eerste om een alternatief rapport te maken over de toepassing van het VN-Verdrag over de Rechten van het Kind.

De tweede is een brainstormsessie. Een paar maanden geleden is bij wet geregeld dat alle gemeenten een commissie voor de positie van kinderen moeten hebben.

In de auto hoor ik op de radio dat er weer geschoten is op de nederzetting Gilo, een wijk in Jeruzalem. Ik hou mijn hart vast – hoe zal daar weer van Israëlische kant op gereageerd worden... Rond één uur 's nachts hoor ik de helikopters hangen boven Beit Jalla, en wat ik nooit eerder hoorde: het afvuren van raketten. Beangstigend. Ik denk aan mijn vriend Sami Adwan die nu wel met zijn gezin daar onder de trap van zijn huis zal zitten.

Maandag

Het nieuws van zeven uur op de radio meldt dat inderdaad een helikopter twee raketten afgevuurd had op doelen in een vluchtelingenkamp. Gauw naar de stad voor mijn bezoek aan het Huis van Bewaring. Vandaag zitten er 27 Palestijnse jongens van veertien tot achttien jaar en drie joodse jongens. Het is stil, zegt een bewaker, omdat het ramadan is. Op één na zijn alle jongens gearresteerd voor stenen gooien. Wat mij schokt, is dat ik cel na cel hoor dat jongens door de politie op school werden opgehaald of 's nachts van hun bed zijn gelicht met een grote politiemacht. Ook klagen er nogal wat dat ze geslagen zijn. En: ,,We vliegen elkaar nog aan'', zegt iemand, ,,we vervelen ons dood.''

Weer op straat bel ik met mijn collega van de Public Committee Against Torture in Israël. We verbazen ons erover dat de advocaten van de jongeren kennelijk geen verklaringen afgenomen hebben over de klappen van de politie. Dat komt op mijn lijstje voor een rondschrijfbrief naar advocaten in Jeruzalem.

Dinsdag

Een dag van reflectie: een studiedag georganizeerd over low intensity conflicts. Een vraag uit de zaal: waarom schoot de politie op Arabische demonstranten en niet op stenengooiende ultra-orthodoxen in Bar Ilanstraat die de straat afgesloten wilden hebben op shabbat? Een socioloog zegt: sinds juni 1948 hebben de Israëlische autoriteiten nooit meer geschoten op joden.

Na afloop drink ik koffie met mijn Nederlandse kennis. Wij zijn allebei somber, beseffen dat het nog jaren kan duren. Barak kan niet `re-framen' en hou je hart maar vast als Netanyahu of Sharon aan de macht komt.

Thuis vraagt mijn dochter Netta dringend de tv niet aan te doen omdat ze na het nieuws misschien een nachtmerrie krijgt. De kinderen slapen gelukkig wanneer de helikopters weer overvliegen.

Woensdag 6 december

Het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind dat Israël in 1991 ondertekende, bepaalt dat er jaarlijks een rapport naar de VN moet. We vragen daar al jaren om. Vandaag presenteert de regering het rapport, vijfhonderd pagina's. Het ministerie heeft kennelijk het concept zo geredigeerd dat alles wat een beetje problematisch is, weggeschreven is. Ik ben uiterst kritisch dat het negen jaar op zich heeft laten wachten, dat met geen woord gerept wordt over Palestijnen en dat deze bijeenkomst pro forma lijkt want er is nauwelijks ruimte voor commentaar. Het ministerie belooft beter te kijken naar de kritiek. Met een gevoel van opluchting ga ik met de kinderen pizza eten.