HET PUBLIEK

Grote schaatskampioenschappen zorgen in Thialf voor volle tribunes.

Duizenden supporters trekken in oranje clownspakken naar Heerenveen. Thialf is carnaval. De echte schaatsfanaten, je ziet ze steeds minder. Fans met schema's waarop ze de rondetijden bijhouden? Misschien voor de tv. Met de toename van commerciële ploegen neemt ook het aantal toeschouwers toe dat nauwelijks of geen binding heeft met de schaatssport. Personeel en relaties van sponsors, keurige mannen in donkere pakken, zo weggelopen uit de bestuursvergadering van hun keurige bedrijf. Oranje sjaaltje om, dat wel. Doe eens gek. Wat een contrast vormen ze met de dorpsgek van schaatsland: Bolletje. De bekendste schaatssupporter van Nederland draagt een spijkerbroek en een groene jas – binnen en buiten – en op zijn hoofd een smoezelige, rode wollen muts van de beschuitfabriek waaraan hij zijn bijnaam dankt. Hij vliegt naar Canada, de VS, Japan, Zuid-Korea – geen schaatser die hem niet kent. Hij wil zijn idolen kunnen aanraken. Geen plek is heilig, van de perszaal tot de VIP-tribune: `Bolletje was here'. Onvergetelijk tafereel: Bolletje bij de WK sprint, begin dit jaar, in de schaatshal van Seoul op de eretribune, tussen Koreaanse en Nederlandse bobo's. En wie drong er moeiteloos door tot het middenterrein, om zich tijdens de ceremonie protocollaire met z'n klikklakcameraatje voor het erepodium te posteren? Inderdaad, Bolletje.

Dit is de tiende aflevering in een serie over publiek.