God is iedereen op de Filippijnen tot steun

Filippijnen zijn nu of voor of tegen de president, maar bijna allemaal zijn ze katholiek. Politiek en geloof vloeien op de Filippijnen op een unieke manier in elkaar over. ,,Ik doe mijn best'', zegt de politica, ,,dan zorgt God voor de rest.''

Net als veertien jaar geleden is het weer crisis op de Filippijnen. En weer ontpopt de hoogste kerkelijke autoriteit van het overwegend katholieke land zich als verzetsheld. In 1986 leidde kardinaal Jaime Sin de volksopstand tegen de door de meeste Filippijnen gehate dictator Ferdinand Marcos. De kardinaal had succes: Marcos vluchtte naar Hawaii en kwam pas terug nadat hij was overleden. Nu regeert president Joseph Estrada en die is naar de zin van Sin net zo slecht als de dictator was.

En dus probeert Sin zijn prestatie van 1986 te herhalen en zegt hij tijdens een openluchtmis: ,,U hebt de morele autoriteit verloren om ons te regeren. Wees niet bang om af te treden. Ik zal voor u zorgen.'' Estrada's reactie: ,,Ik laat het allemaal aan God over. Híj zal voor mij zorgen.''

In het land waar kerk en staat formeel gescheiden zijn, leidt de nationale kerkvader de afzetting van de hoogste politieke functionaris en claimt elke politicus dat God aan zijn of haar zijde staat. Politieke bijeenkomsten zijn op de Filippijnen vaak kerkdiensten en een verkiezingsstrijd draait meestal uit op de vraag wie van de kandidaten het meest in God gelooft. Op de Filippijnen, dankzij vier eeuwen Spaanse overheersing het enige katholieke land van Azië, zijn politiek en geloof kortom volledig gefuseerd.

Sin leidde donderdag de mis die, zoals gebruikelijk de afgelopen tijd, vooraf ging aan de demonstratie tegen Estrada. Net zo gebruikelijk als de gebedsdienst waarmee de demonstratie vóór de president begon. Beide werden gehouden ter gelegenheid van het afzettingsproces in de Senaat tegen Estrada, dat op 7 december zijn eerste dag beleefde. De president wordt beschuldigd van corruptie, omkoping en overtreding van de grondwet. Tot een strijd tussen de voor- en tegenstanders van Estrada is het nog nooit gekomen en niemand verwacht dat ook. Unaniem wijzen Filippijnen daarvoor het geloof als verklaring aan. Dat is immers waarin de beide groepen hetzelfde zijn. Ze geloven hetzelfde en dat geloof zit even diep – allebei zorgen ze bijvoorbeeld voor verkeersopstoppingen bij Mariabeelden overal in het land, omdat ze die niet willen passeren zonder een kruisje te slaan. Voor het overige verschillen de voor- en tegenstanders van Estrada als dag en nacht; ze zijn namelijk overwegend arm of overwegend rijk.

Waar `anti' de aartsbisschop heeft, kan 'pro' niet achterblijven. Zij hebben dan ook Broeder Mariano `Mike' Velarde, die de aanduiding `spiritueel adviseur van president Estrada' op zijn visistekaartje heeft staan. Hij vat zijn taak ruim op en adviseert de president ook over wie hij in zijn kabinet moet halen en wie hij eruit moet gooien. Broeder Mike kan in een handomdraai acht tot twaalf miljoen vooral arme volgelingen in het `pro' of 'anti' kamp laten plaatsnemen. Reden waarom ook vice-president Gloria Macapagal Arroyo, de mogelijke opvolgster van Estrada en leidster van de beweging die hem wil afzetten, om de steun van de radio-evangelist heeft gevraagd. Tevergeefs: Broeder Mike blijft Estrada trouw.

Dat geldt ook voor Wilde Almeda, een evangelist die goed is voor drie miljoen katholieke aanhangers. Tijdens de verkiezingscampagne van Estrada, twee jaar geleden, steunde Almeda nog diens tegenstrever en zei de leider van de Jezus Wonderkruistocht dat hij zelfmoord zou plegen indien Estrada zou winnen. Dat laatste gebeurde toch, maar het leek Almeda bij nader inzien beter zich voortaan achter de nieuwe president te scharen.

De rol van geestelijk leiders op de Filippijnse politiek was op de dag van het begin van Estrada's afzettingsproces aanleiding voor paginagrote advertenties van Kasambayan, een lobbygroep die zich hard maakt voor het instandhouden van het principe van de scheiding tussen kerk en staat. ,,Kardinalen, bisschoppen veroordelen en lopen vooruit op straffen zonder een behoorlijk proces'', staat in de advertentie. ,,Politieke inquisitie is bijna het monopolie geworden van geestelijken die hun kudde de verkeerde kant op leiden en zich bemoeien met seculiere zaken die veraf staan van hun competentie.'' ,,op de Filippijnen is de scheiding tussen kerk en staat irreëel'', werpt de 64-jarige Jun Catan tegen. ,,Want al het politieke handelen op de Filippijnen is ingegeven door het katholieke geloof.'' Catan staat bij de anti-Estrada openluchtmis en draagt een hesje van het Broederschap van Christelijke Zakenmannen. Daaronder een `Erap resign' T-shirt – `Maatje' treedt af, naar de koosnaam van de president. In Catan, uitvinder van een bestrijdingsmiddel tegen fruitvliegjes, komen de drijvende krachten achter de anti-Estrada beweging samen: hoog opgeleid, economische middenklasse en het katholieke geloof als leidend levensbeginsel.

,,Wij hebben een herder nodig, een moreel leidsman'', zegt Catan. ,,Estrada met al zijn drinken, gokken, vrouwen en buitenechtelijke kinderen is die leidsman niet. Marcos, hoe verschrikkelijk ook, had tenminste nog enig moraal. Deze president heeft als geestelijk raadsman Broeder Mike. Maar dat is ook geen echte katholiek, want hij is alleen maar uit op geldelijk gewin. Hij wil tv-evangelist worden en hoopt via Estrada daarvoor de tv-rechten te krijgen.'' Catan onderbreekt zijn college als hij vice-president Arroyo haar mantra over de hoofden van tienduizenden gelovigen/demonstranten hoort schreeuwen: ,,Ik doe mijn best, dan zorgt God voor de rest.'' Catan knikt tevreden: ,,Dat doet het goed. Bij alle Filippijnen.''