Bananen

In The lives of animals zegt J.M. Coetzee dat het leed dat dieren wordt aangedaan in de bio-industrie alleen te vergelijken is met het leed dat mensen werd aangedaan in de vernietigingskampen in de Tweede Wereldoorlog. Minder controversieel, maar nauwelijks minder grimmig, is zijn kijk op de intelligentietests die begin vorige eeuw op Tenerife werden gedaan met Sultan. Sultan was ter wereld gekomen als chimpansee.

Het bekende werk: een aap is gewend dat ze hem een banaan geven en op zekere dag geven ze hem een banaan niet, op zekere dag hangen ze een banaan buiten zijn bereik aan een draad.

Sultan begrijpt terstond (ik volg hier de beschrijving van Coetzee) dat hij geacht wordt het nu op een denken te zetten. Maar wat wordt hij geacht te denken? Waarom proberen ze me nou opeens uit te hongeren? Waarom hebben ze nou opeens een hekel aan me? Wat heb ik fout gedaan? Ze zullen toch niet geloven dat het voor mij makkelijker is een banaan uit de lucht te plukken dan van de grond op te rapen?

Sultan leert op een kist te klimmen. Sultan leert een aantal kisten op elkaar te stapelen om vervolgens op die stapel te klimmen. Hij haalt zijn banaan binnen en hij denkt: nou zullen ze wel ophouden me te straffen.

Maar nee. Op zekere dag ontnemen ze hem ook zijn kisten. Op zekere dag krijgt hij een soort hengel. Eens kijken hoelang het duurt voordat hij dát begrijpt.

Sultan denkt: is er eigenlijk wel rechtvaardigheid op deze wereld? Sultan denkt: waar hoor ik eigenlijk thuis in godsnaam, hoe kom ik daar?

Dat zulke spirituele vragen onbeantwoord blijven, ligt niet aan hem maar aan de opzet van het onderzoek. Dit onderzoek dwingt hem al het andere te onderdrukken en zich tot één probleem te beperken, het plat-materialistische: hoe kom ik aan die banaan? En zo doet Sultan zijn intrede in het Westerse denken.

Ik geloof niet dat het Coetzee's bedoeling is mensen te amuseren. Toch is dit altijd je eerste reactie op zoveel scherpzinnigheid – een blij gevoel.