Altijd feest, ook al zwom de pijn vaak mee

Na 21 jaar zet Marcel Wouda (28) morgen officieel een punt achter zijn imposante carrière. Het lichaam van de wegbereider van de Nederlandse zwemsuccessen is op.

Natuurlijk ontging de ironie hem deze week niet. Uitgerekend op het moment dat hij het topzwemmen de rug toekeert, ziet Nederlands eerste commerciële zwemploeg het levenslicht. Jarenlang ijverde Marcel Reinier Wouda voor professionalisering van de sport die hem zo na aan het hart ligt. Net op het moment dat zijn droom in vervulling gaat, doet hij, de pionier van het Nederlandse zwemmen, noodgedwongen een stap terug, om de doodeenvoudige reden dat het lichaam dienst weigert.

Vaker dan hem lief was zat hij de laatste twee jaar al in het ziekenhuis. Was het eerst zijn linkerschouder die hem parten speelde, niet veel later begon ook de rechterschouder te protesteren. Met behulp van zakken ijs en geluidsapparatuur probeerde de wisselslagspecialist, momenteel herstellende van een kijkoperatie aan de knie, de fysieke ongemakken te bestrijden. Veel hielp het niet: de pijn zwom de laatste jaren steevast met hem mee.

Pieter van den Hoogenband, de kopman van de nieuwe profploeg, had zijn zes jaar oudere collega maar wat graag willen behouden. Geen zwemmer immers die zoveel ervaring met zich meezeult en zoveel trainingsijver aan de dag legt als ,,die lange, voor wie zwemmen elke dag opnieuw weer een klein feestje is''. Daar kon de tweevoudig olympisch kampioen in de aanloop naar de Spelen van Athene (2004) nog van leren.

Maar Wouda bedankte voor de eer. Waarom zou de regerend wereldkampioen op de 200 meter wisselslag zichzelf nog langer pijnigen nu het duidelijk is dat hij zichzelf nooit meer zal overtreffen? Het wezen van de topsport, de permanente zoektocht naar verbetering, is niet langer aan hem besteed. Sterker nog: het zal eerder minder dan beter worden, beseft de 52-voudig Nederlands kampioen. ,,Ik moet me verzoenen met de gedachte dat ik over mijn hoogtepunt heen ben'', zei Wouda ruim twee maanden geleden, op de slotdag van de Olympische Spelen in Sydney.

Daar, gezeten op de kade van Darling Harbour, volgde de berusting, anderhalve week na zijn teleurstellende vijfde plaats op de 200 meter wisselslag, toen hij de feiten niet langer kon negeren: het lichaam is op, uitgeput na ontelbare omwentelingen in het water. Maandenlang had hij zichzelf ingeprent dat hij in Sydney nog één keer boven zichzelf uit kon stijgen, ook al had hij koRt daarvoor al noodgedwongen afscheid genomen van wat hij na al die jaren als zijn geesteskind beschouwde: de 400 meter wisselslag, het veeleisende vierluik vlinder-, rug-, school- en vrije slag.

Zijn geest wilde nog wel, maar na de vele krachtenverslindende exercities, met als hoogtepunt drie tropenjaren aan de Universiteit van Michigan onder drill-instructor Jon Urbanchek, waren de laatste reserves van het twee meter twee lange slagschip van de Nederlandse ploeg uitgeput. Zelf becijferde Wouda dat hij sinds het najaar van 1979, het moment dat hij zich aanmeldde bij zwemvereniging de Zeester uit Uden, zo'n 35.000 kilometer heeft overbrugd. Oftewel: bijna één keer de aardbol rond. Geen wonder dat het lichaam dienst begon te weigeren.

Niettemin wrong Wouda zich deze week in duizend bochten om het gerucht te ontzenuwen als zou hij een punt achter zijn carrière zetten. Van een definitief afscheid was en is geen sprake, zo bezwoer hij. Op eigen verzoek blijft hij voorlopig deel uitmaken van wat nu aangemerkt kan worden als de B-selectie van PSV.

Al was het maar omdat de magie van het zwemmen hem niet loslaat. Zo verzot op water is de wegbereider van de Nederlandse zwemsuccessen dat hij, versleten of niet, wel gek zou zijn om voorgoed plaats te nemen langs de rand van het bassin. Daar komt bij: hij moet wel. Al op dertienjarige leeftijd kreeg Wouda te horen dat hij over een vergroot hart beschikt, waardoor aftrainen een must was zodra hij afscheid zou nemen van het topzwemmen. Een abrupt einde van zijn topsportcarrière zou hem duur kunnen komen te staan, luidde de waarschuwing.

Wat blijft, zijn de herinneringen. Aan Sydney bijvoorbeeld, waar Wouda zijn emoties na de winst van de bronzen medaille op de 4x200 meter vrije slag de vrije loop liet. Ondersteund door Van den Hoogenband bereikte hij de mixed zone, waar kroonprins Willem Alexander hem omstandig prees als ,,de man die de huidige successen mogelijk had gemaakt''. Belangrijker was evenwel het feit dat Wouda eindelijk een olympische medaille had gewonnen, ook al was het `maar' een bronzen en geen individuele, nadat twee eerdere pogingen op een bittere teleurstelling waren uitgedraaid. In Barcelona keek hij zijn ogen uit temidden van acht kiftende zwemsters, vier jaar later betaalde hij de prijs voor een laffe race op de 400 wisselslag.

Zijn finest hour beleefde Wouda in 1998, bij de WK in Perth waar hij zich als eerste Nederlander liet kronen tot wereldkampioen. Een jaar daarvoor had hij al bewezen alle twijfels voorgoed uit zijn hoofd te hebben gebannen door tot twee keer toe het wereldrecord op de 400 meter wisselslag (kortebaan) te verbeteren. Kort daarop volgden Europese titels op de 200 en 400 meter wisselslag.

`Sydney' kwam twee jaar te laat voor startnummer 72-360, die in Australië werd overvleugeld door Van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Natuurlijk deed dat pijn, maar Wouda troostte zich met de gedachte dat hij mede aan de basis had gestaan van de olympische successen. In de periode 1991-'95, toen het zwemmen in Nederland op sterven na dood was, hield hij min of meer in zijn eentje de sport overeind.

Mede op basis van zijn verdiensten bevrijdde het zwemmen zich van het amateuristische keurslijf. Het door Wouda in gang gezette professionalisme bereikte deze week een hoogtepunt, met de aankondiging van de nieuwe commerciële Philips-zwemploeg die op 1 januari van start gaat.

Over zijn eigen toekomst weigerde Wouda eerder deze week in detail te treden. Maar dat hij `iets met topsport' zal blijven doen, is duidelijk. Hij begint een advies-projectbureau en heeft een eerste gesprek met de commerciële PSV-tak al achter de rug. ,,Marcel zou de ideale manager zijn'', zei zijn trainer Jacco Verhaeren afgelopen zomer al.