Alle mazelencitaten zijn fout

Hoe bewust hebben Chagnon en Neel een mazelenepidemie onder de Yanomami veroorzaakt? Neel hing de theorie aan dat de Yanomami, dank zij hun onder de mannen gevoerde machtsstrijd om leiderschap en vrouwen, genetisch fitter waren dan Westerse mensen.

De meeste Yanomami hadden nog nooit mazelen gehad. Een desastreus uitpakkende mazelenepidemie zou Neels fitheidstheorie onderuit halen. Yanomami die fier bleven onder de virusaanval zouden zijn theorie steunen.

Voor onderzoeksdoeleinden voldeed in plaats van het echte mazelenvirus een vaccin dat werkt op basis van levend maar verzwakt virus, als dat virus maar flink wat bijwerkingen had, lijkend op de echte mazelen. Dat was, volgens Tierney, de auteur van Darkness in El Dorado, de reden dat Neel met een verouderd mazelenvaccin (Edmonston B) naar zijn onderzoeksgebied afreisde. Edmonston B was wereldwijd jarenlang gebruikt, maar er waren inmiddels mildere vaccins beschikbaar.

Tot overmaat van ramp, beschrijft Tierney in het begin zijn hoofdstuk Outbreak, sloeg het vaccin bij de Yanomami, van wie de meesten nog nooit met het mazelenvirus in contact zijn geweest, keihard toe. Zo hard dat ze hun omgeving besmetten.

Als dat, tot schrik van Neel en Chagnon, gebeurt werken ze toch hun onderzoeksprogramma af. Ze reizen naar afgelegen dorpen, begeleid door tolken en personeel en verspreiden zo de mazelen. Later construeren ze hun onschuld door te zeggen dat er al mazelen heerste toen ze eind januari 1968 in het Amazonegebied arriveerden. Ze wijzen zelfs een Braziliaan aan die met mazelen onder de leden in het gebied arriveerde.

Tierney spint in zijn boek een complottheorie. Daarin is nodig dat het vaccinvirus van gevaccineerde op ongevaccineerde Yanomami overspringt, net als het natuurlijke mazelenvirus.

John Tooby, hoogleraar antropologie aan de University of California in Santa Barbara, ontmaskert Tierney volkomen in het rapport dat hij over de mazelenaffaire schreef. Allereerst laat hij zien dat het virus in het Edmonstonvaccin tijdens jarenlang wereldwijd gebruik nog nooit anderen heeft besmet. Tooby toont aan dat de citaten van anderen die Tierney gebruikt om zijn gelijk te halen uit hun verband zijn gerukt.

Tierney citeert in zijn boek bijvoorbeeld de Britse mazelenexpert G.S. Wilson. Die heeft gezegd dat `vaccinatie meer beroering veroorzaakt dan de ziekte'. En dat het verschil in ziektebeeld tussen personen die het vaccin toegediend hadden gekregen en mazelenpatiënten `niet zo duidelijk' is. Tooby heeft het geciteerde artikel van Wilson opgezocht en zag dat diens citaat niet over de situatie in ontwikkelingslanden gaat maar over die in de Westerse wereld. In de jaren na de introductie van de grootschalige vaccinaties was mazelen in het Westen een milde, zeldzame ziekte geworden. Daardoor begonnen ouders zich langzamerhand meer zorgen te maken over de bijwerkingen van het vaccin dan over de ziekte zelf. De dood van kleine kinderen (1 op de 10.000 ongevaccineerde kinderen stierf aan mazelen) verdween langzaam maar zeker uit het collectieve geheugen. Wilson zei verder, maar dat citeerde Tierney niet: ``In de tropen is de situatie natuurlijk anders. Daar is het aantal mazelenslachtoffers groot en de noodzaak van vaccinatie is daar onomstreden.''

Tooby controleert alle citaten van Tierney en ontkracht ze allemaal. Geen wonder dat mensen die Tierney oorspronkelijk steunden, hem op het punt van de mazelenepidemie inmiddels afvallen.