Versjes om te mompelen

Joke van Leeuwen krijgt vandaag de Theo Thijssenprijs, de oeuvreprijs voor een auteur van kinder- en jeugdboeken. Sinds haar debuut eind jaren zeventig is zij voortdurend bekroond. Haar kinderboeken blinken dan ook uit, in humor, speelsheid en taalgevoel. Van Leeuwen is zowel auteur als illustrator. In interviews heeft ze herhaaldelijk gezegd dat sommige dingen zich nu eenmaal beter laten tekenen, terwijl andere zich eerder in woorden laten vangen. Maar Van Leeuwens boeken bevatten niet alleen proza en tekeningen, maar ook versjes.

In Ozo heppie en andere versjes bundelde Van Leeuwen zowel versjes die her en der door haar boeken slingeren, als versjes die nog nergens waren gepubliceerd. Zo is er, uit Iep!, het verhaal van het echtpaar Warre en Tine die een gevleugeld meisje vinden, `Het ouderwetse liedje van Tine': `Beps, de Beps van Bob en Babs,/ had wat sleums en had wat slaps/ en haar prachtjas had wat kraps./ Oei, daar knapten alle knopen,/ jas woei open bij het lopen,/ Beps, de Beps van Bob en Babs,/ heeft gesnikt en niet gesnopen.' Joke van Leeuwen is op haar best in dit soort aanstekelijke nonsensverzen, waarin ze met klanken speelt.

Vaak slaagt ze erin vorm en inhoud te laten `rijmen', dan is een vers functioneel klankrijk, of juist klankarm. `Beugelsj' is een vers dat uitsluitend slissend en spugend kan worden voorgelezen (`wat een sjcheve rommelsjooi/ en dan sjchvik ik sjwetend wakker'). `Versje om te mompelen als je niet goed wakker kunt worden' staat op een pagina naast `Versje om te mompelen als je niet goed in slaap kunt komen.' Beiden zijn betekenisvolle klankrijmen. `Mmhohmmhohmmhohpff' is de eerste zin van het vers voor als je niet op wilt staan. Via `izzolekkewarmier' en `moemewazze' loopt het tot `hup'.

De verzen van Joke van Leeuwen zijn bijna allemaal om te lachen, maar zelden op de manier van het werk van Annie M.G. Schmidt en veel latere dichters voor kinderen. Vaak moeten kinderversjes het hebben van de inhoud alleen, dan woont er bijvoorbeeld een bakker in Schin-op-Geul die verliefd wordt op een beul. Of iets dergelijks. Dat kan leuk uitpakken, maar sinds Schmidt is het moeilijk nog iets echt goeds en eigens te maken in dit genre. Af en toe is duidelijk te zien dat Joke van Leeuwen schatplichtig is aan Schmidt, zoals in `Mevrouw de Pauw', over een eenzame dame die her en der honden opdoet. `Mevrouw de Pauw zat in haar stoel/ en keek eens om zich heen./ Tien honden was een heleboel./Ze was niet meer alleen.' Of in `Denken', over zeventig professoren in een toren, die alleen voor thee naar beneden komen. Ook in deze verzen is Van Leeuwen virtuoos. Haar poëzie voor kinderen heeft iets meligs, maar ontaardt nooit in flauwe rijmelarij.

`8+' staat op de kaft van Ozo heppie. Maar sommige versjes zijn eerder geschikt voor jongere kinderen, zoals het gedicht vol tegenstellingen waarin je de zinnen moet aanvullen (`Is het geen dag?/ Dan is het .../ Is het niet hard?/ Dan is het ...'). Anderen zijn eerder voor volwassenen, zoals het ontwapende vers `Zorgen', waarin een `mama' wordt aangesproken. Een boekje dus voor het hele gezin, vooral ook omdat een groot deel van de verzen vooral hardop gelezen tot zijn recht komt.

Joke van Leeuwen: Ozo heppie en andere versjes. Querido. 48 blz. Vanaf 8 jaar. ƒ25,–.