Terreur

In 1937 kwamen er bij de Amsterdamse bioscoop Tuschinski anonieme dreigementen binnen: mocht daar werkelijk de Goebbels onwelgevallige film La kermesse heroïque van Jacques Feyder vertoond worden, dan zou de NSB orde op zaken komen stellen. De film werd gewoon gedraaid, het publiek ging onder politiebewaking naar binnen. In 1966 moest de bioscoopgangers zich onbeschermd door een haag van activisten heen wurmen om de film Africa addio te gaan zien. In 1980 hadden vergelijkbare anti-apartheidsactivisten meer `succes' met het afdwingen van de culturele boycot: The Gods Must Be Crazy, een speelfilm uit Botswana, werd in antwoord op hun dreigementen in Nederland niet uitgebracht. Twee jaar eerder had een troepje rabiate feministes vertoningen van de film L`ingorgo van Luigi Comencini verstoord door het filmdoek met inktbommen te besmeuren. Het gedoe hield vanzelf op - L'ingorgo bleef gewoon te zien.

En nu? Nu gaat de Marokkaanse-Nederlandse opera Aisja niet door en nu wordt de film Ajax, daar hoorden zij engelen zingen buiten Amsterdam nauwelijks vertoond. Weer dreigden anonieme gelovigen, dit keer van de islamitische en de voetbalclub-kerk, met harde maatregelen - `verbouwen', `fatwa', van die uitsluitend in grote muilen bestorven woorden. De geïntimideerde partij nam het risico niet en de overheid sputterde nauwelijks tegen. Men gehoorzaamde en week uit.

Ik begrijp dat. Als ik een pitbull aan zie komen lopen, neem ik ook de wijk naar de andere kant van de straat. En toch moeten we ons niet zo gemakkelijk laten terroriseren: vergeleken met het verleden beginnen we `m wel heel snel te knijpen, een of andere dommekracht hoeft maar met zijn spieren te rollen en het is genoeg. Zoals de jury van het International Documentary Film Festival. Men was het eens over wie de Joris Ivens Award moest krijgen: Gert de Graaff voor zijn film De zee die denkt. Maar onder invloed van één jurylid werd deze winnende film in het juryrapport gekapitteld om de `excessieve rookverslaving' van de hoofdpersoon. Eén niet nader benoemde gelovige van de anti-rook-kerk maakte uit dat de vijf andere juryleden hun handtekening zetten onder zijn fundamentalistisch gezwets. Ze hadden niet moeten wijken, ze hadden hem er met zijn vijven uit moeten gooien. Hem en zijn grote muil.

    • Joyce Roodnat