Sterren

Max en Vera keken naar de lucht. Het was avond. De lucht was zwart. Hier en daar pinkelden kleine, witte lichtjes. Dat waren sterren. Hoe langer Max en Vera keken, hoe meer ze er zagen. Na een tijd waren het er vreselijk veel.

,,Het lijken wel wolken,'' zuchtte Max. Hij kreeg een stijve nek van het omhoog kijken.

,,Wolken?'' vroeg Vera verbaasd.

,,Al die sterren bij elkaar,'' zei Max, ,,het zijn er zoveel. Kijk!''

Hij wees omhoog.

Vera kwam naast hem staan. Ze keek langs zijn arm naar de sterrenhemel. Ze wilde precies zien wat hij bedoelde, maar hoe ze ook keek

- ze snapte hem niet. Ze zag alleen maar steeds méér sterren. ,,Wat bedoel je Max?'' vroeg ze voorzichtig.

,,Al die sterren zo dicht bij elkaar. Dat is toch net een wolk!'' riep Max uit.

Vera knikte. Nu zag ze wat Max zag. Duizenden kleine glinsterende puntjes bij elkaar, het leek wel een lichte vlek in de donkere lucht. Als je goed keek, door je oogharen, dan moest je je ogen tot spleetjes knijpen, zag je dat de vlek een sliert vormde naar andere plekken waar heel veel sterren bij elkaar stonden. De slierten leken wel engelenhaar in een kerstboom.

,,Weet je hoe dat heet?'' vroeg Max.

Vera hoorde aan zijn stem dat hij het wél wist. Ze dacht keihard na. Als Max het wist, moest zij het ook weten. Dat kon toch eigenlijk niet anders.

,,De melkweg,'' flapte Max toen uit.

Shit, dacht Vera, dat wist ik ook. ,,De melkweg?'' herhaalde ze heel langzaam, om Max te plagen.

,,Ja, de melkweg. Dat wist je niet hè?'' Max klonk apetrots.

,,Dat wist ik wel,'' zei Vera vinnig.

,,Waarom zei je het dan niet?'' vroeg Max terug.

Daar wist Vera zo snel geen antwoord op. Een beetje boos keek ze verder naar de lucht. Het duurde niet lang of de boosheid verdween. Wat was de hemel groot, er kwam geen einde aan. Vera werd er dromerig van. In de verte rommelde een trein voorbij. Vera had het koud. Haar adem stroomde in wolkjes uit haar neus. Ze stootte Max aan.

,,Wat is er?'' vroeg hij.

,,Kijk, de maan,'' zei Vera.

De maan was nog niet te zien geweest omdat hij achter de schoorsteen van hun huis zat, maar nu piepte hij te voorschijn.

Max knikte. Hij staarde naar de maan. Het was een sikkel met scherpe punten. ,,Zie je hoe snel hij gaat...'' mompelde hij. De maan klom achter de schoorsteen vandaan. Het leek wel alsof hij haast had en ergens heen moest.

,,Wat is dát, Max?'' vroeg Vera. Ze lette niet meer op de maan. Van de andere kant kwam een grijze deken aangedreven. Boven tussen de sterren flikkerde een groen lichtje.

,,Dat is een vliegtuig,'' zei Max. Hij zei het alsof hij het zelf bestuurde.

Maar daar ging het Vera niet om. De deken schoof tussen de wereld en de sterren. Het werd donkerder en donkerder. Er was steeds minder van de melkweg te zien.

,,De ozonlaag,'' fluisterde Max opgewonden, ,,dat is de ozonlaag.''

Vera keek opzij. Ze kon Max niet goed zien. Daar was het te donker voor. Ze maakte zich zorgen. Wat was er met Max? ,,De ozonlaag?'' vroeg ze, ,,de ozonlaag...Weet je het zeker Max...''

Max aarzelde. Hij keek nog eens goed naar de lucht. Hé, wat was dat? Hij schrok. Er viel een regendruppel op zijn neus, en nog eentje. De ozonlaag huilde. Nee. Het waren gewoon wolken natuurlijk. Nachtwolken. Max sloeg een arm om Vera heen, hij was helemaal in de war. Vera gaf hem speels een por in zijn zij. Daarna holden ze snel naar huis.