Nouvelles Images

De Haagse galerie Nouvelles Images (in groen-gele tongval: `Noevelles imaasjes') bestaat veertig jaar en viert dat beschaafd en bescheiden. Dit weekend werd een jubileumboek gepresenteerd en een speciaal voor de gelegenheid vervaardigde multiple van Carel Visser. Tegelijk opende Part III, het derde deel van een reeks jubileumtentoonstellingen – conform de status van Nouvelles Images een expositie van museale allure. In ieder geval vertoont het geheel meer smaak en coherentie dan Wim van Krimpens Pleidooi voor intuïtie, een paar kilometer verderop in het Haags Gemeentemuseum. Daarbij gaat Part III ook nog eens meer over intuïtie, een eigenschap die voor een galeriehouder nog belangrijker is dan voor een museumdirecteur – het voortbestaan van zijn nering hangt er nu eenmaal van af. In dat opzicht is Part III dan ook een stevige zelf-felicitatie van de achtereenvolgende galeriehouders, Ton Berends en Erik Bos. We hebben het goed gedaan, lijken ze te willen zeggen, kijk maar voor wie we hebben gekozen.

En inderdaad: de galeriehouder die zowel Lucebert, Willem Hussem, Pieter Defesche, David Vandekop als Michael Raedecker op zijn jubileum kan presenteren heeft het goed gedaan. Toch is Part III geen triomfantelijke tentoonstelling. Dat komt doordat vier van de vijf deelnemers overleden zijn, maar nog meer door het contrast dat deze vier vormen met Raedecker. Raedecker is in de bloei van zijn kunstenaarschap, liep onlangs maar net de Turner Prize mis en is op dit moment de meest besproken kunstenaar van Nederland. Een soortgelijke roem viel ook Defesche, Lucebert, Vandekop en Hussem ooit ten deel – of ietsje minder. Maar ook zij maakten ooit de kunst van het moment, dreven mee op de golven van de mode, maar zagen de tijd langzaam aan ze voorbij razen. Nu zijn ze glorieus verleden geworden – maar het contrast met Raedecker geeft hun presentatie ook iets schrijnends.

Het sterkst geldt dat voor Pieter Defesche. Hij was in de jaren zestig en zeventig een gerespecteerde schilder, die bekend werd in de maalstroom van Jef Diederen en Ger Lataster. Maar hun kleurig expressionisme is wanhopig uit de tijd – het is zo gedateeerd dat je er nauwelijks met een neutrale blik naar kunt kijken. Dat komt ook doordat deze `wilde' manier van schilderen zo'n veelgebruikte truc is geworden onder mindere goden dat je geneigd bent te vergeten dat er schilders waren die met dit genre doorbraken en het echt beheersten – zoals Defesche.

Dan handhaven Lucebert en Hussem zich beter. Voor wie, zoals ik, Lucebert stiekem als tweederangs Cobra voor tandartsenwachtkamers was gaan beschouwen, zijn de werken op Part III een aangename verrassing. De getoonde inkt-tekeningen en schilderijen zijn inventief, fris en vrolijk en missen de vrijblijvendheid van het werk van Defesche.

Nog prettiger is de hernieuwde kennismaking met Willem Hussem. Zijn doeken hangen er verrassend zelfverzekerd bij, en dat in een tijd waarin abstractie bijna gelijk staat met vrijblijvendheid. Hussem is nauwelijks beïnvloed door de Stijl, maar eerder door Malevitsj' suprematisme. Zijn doeken lijken vaak bovenaanzichten, wat wordt versterkt door de vaak wat rulle, aardse structuur van de ondergrond. Mooie, rake doeken zijn het – dat het met de belangstelling voor zijn werk niet slecht is gesteld blijkt uit het feit dat bijna alle op Part III geëxposeerde werken zijn verkocht.

Dat geldt niet voor het werk van Michael Raedecker, om de simpele reden dat het niet te koop is. Alle tien doeken komen uit de collectie van Erik Bos, die al met Raedecker werkte toen die nog op de Amsterdamse Rijksacademie zat. Bij iedere expositie kocht Bos een paar doeken. Volgens de Van Krimpen-definitie moet Bos dus een uitmuntende intuïtie hebben. Het is dan ook curieus om te merken dat deze vroege doeken eigenlijk helemaal niet goed zijn. Ze missen de spanning en de puntigheid van Raedeckers huidige werk; hij verliest zich nog regelmatig in gefröbel met kraaltjes – hij heeft zijn vorm duidelijk nog niet gevonden. Maar voor de tentoonstelling als geheel is dat juist mooi. De prille pogingen van Raedecker tussen de door de tijd gepasseerde collega's maken van Part III een kunstenaars-memento mori. Dat lijkt wat wrang op een jubileum, maar na veertig jaar is het wel toepasselijk.

40 jaar Nouvelles Images Part III. Westeinde 22, Den Haag, t/m 24 januari. Di t/m za 11-17uur, beide kerstdagen, oudejaarsdag en nieuwjaarsdag gesloten.