Niets leuker dan fraude

Bij de bestrijding van criminaliteit heeft justitie het vizier verkeerd gericht. Volgens fraudebestrijder Kees Schaap zou het meer de kant op moeten van de minder zichtbare criminaliteit in de bovenwereld. `Justitie heeft geen idee wat er op financieel gebied allemaal gebeurt.'

Een krasje aan de buitenkant van de criminaliteit. Zo kwalificeert professor Kees Schaap de opsporingsresultaten van de financiële recherchedienst die is gekoppeld aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). De witwasbestrijders uit Zoetermeer lijden volgens de hoogleraar aan hetzelfde euvel als het gehele justitiële opsporingsapparaat. Namelijk aan een overspannen verwachtingspatroon, een tekort aan praktijkkennis en het ontbreken van een gericht langetermijnbeleid.

Schaap: ,,De afgelopen twee jaar is door het meldpunt beslag gelegd op 32 miljoen gulden crimineel geld. Hartstikke mooi, ik ben blij dat die jongens zich een beetje kunnen waarmaken ten opzichte van hun bazen. Maar wat is de maatschappelijk impact? Een stel geldlopers is in de kraag gevat, een paar gabbertjes. Het zijn niet wat je noemt grote witwaszaken.

,,Justitie heeft geen idee wat er op financieel gebied allemaal gebeurt. De politiewereld is een zichzelf bevestigende en naar binnen gekeerde wereld. Ze staan met de rug naar de toekomst. Steeds verschuiven bij de overheid de prioriteiten. Als ze een stel Chinezen in een container vinden, moet daar onmiddellijk een speciaal team voor worden opgericht. En als Kok bij Clinton op bezoek is geweest, krijgt xtc plotseling de hoogste prioriteit. Het kortetermijnwerk prevaleert.''

Schaap (46) is geen professor die vanuit een ivoren toren kritiek levert. Zijn forensische expertise op financieel terrein stoelt op een ruime praktijkervaring. De buitengewoon hoogleraar fraudebestrijding aan de juridische faculteit van de Universiteit Leiden werkte ruim twintig jaar bij politie en justitie. De voormalig loodgieter begon in 1976 in Rotterdam als straatagent. Lang liep hij niet in uniform, want hij maakte een bliksemcarrière. In de avonduren haalde hij zijn vwo-diploma en later ook zijn rechtenbul. Hij was een van de jongste commissarissen van Nederland, werkte bij het bureau fraude, de Centrale Recherche Informatiedienst, richtte Finpol op (de voorloper van het MOT), en werkte twee jaar bij het openbaar ministerie als fraudeofficier. Drie jaar geleden stapte hij over naar het bedrijfsleven. Bij het grote accountantskantoor Ernst & Young leidt hij sindsdien samen met zijn collega Arjo de Jong een 70 man sterke afdeling die zich bezighoudt met het bestrijden en voorkomen van bedrijfsfraude.

,,Toen ik van de recherche overstapte naar het bureau fraude, heeft de criminaliteit me echt gegrepen. Achter verdovende middelen aanzitten is dweilen met de kraan open. Maar fraude, dat is zó leuk. Voortdurend ontmoet je interessante en creatieve types. Bij het verhoren van die lui rolde ik soms over de grond van het lachen.''

Met smaak kan hij anekdotes vertellen over criminele inventiviteit. Over een werkstudent die als geldkoerier volgeplakt met dollarbiljetten duizend doden sterft in het vliegtuig naar Venezuela, een 06-sekslijnenbedrijf in de Rotterdamse haven dat als cover-up diende voor een witwasbedrijf, de manier waarop slimme jongens peperdure auto's uit het zicht van de fiscus weten te houden, een manier waarop je in een casino geld kunt witwassen, en over hoe je geld kunt verdienen met een lot uit de loterij waarop een grote prijs is gevallen. Dat laatste gaat betrekkelijk simpel: je hoeft alleen maar te reageren op de krantenadvertenties waarin witwassers deze loten te koop vragen.

Maar als het zwartgeldcircuit in Nederland en het vluchtkapitaal ter sprake komen, is het uit met de pret. Met professoraal dédain verwijst Schaap alle schattingen naar de prullenbak. ,,Geen enkele raming is in wetenschappelijk opzicht serieus te nemen. Het gaat om veel geld, meer kan je er niet van zeggen. Bij huiszoekingen heb ik vroeger hele nachten zitten tellen, tot ik er een lam handje van kreeg. En ik heb ook weleens een paar dagen in Luxemburg gepost en gezien hoe Nederlandse middenstanders op weg naar de camping bij lokale bankfilialen plastic tasjes vol contant geld kwamen storten. Waarom ik dat deed? Vakmatig vond ik dat reuze interessant. Je moet niet alleen naar de grote jongens kijken.''

Vorig jaar bent u gepromoveerd op de bewijslast in witwaszaken. Is er de afgelopen jaren veel veranderd op witwasgebied?

,,Mijn dissertatie heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. Witwassen is de afgelopen tien jaar aanzienlijk duurder geworden. De methodes zijn door de verscherpte wetgeving complexer en internationaler geworden. Hoe rigoureuzer de wetgeving, hoe verder weg het proces zich voltrekt. Begin jaren negentig waren criminelen bereid bij witwassen een verlies te accepteren van 5 tot 10 procent. Nu ligt dat percentage tussen de 40 en 50 procent. In Australië heb je criminele organisaties die zich concentreren op moneylaundering en facilitair werken voor andere organisaties.

,,De wereld is klein geworden. Wat maakt de prijs van een ticket naar Dubai uit als je daar zonder moeilijke vragen je gang kunt gaan? In het Midden-Oosten hoeft de Nederlandse justitie op het terrein van witwassen niet te rekenen op samenwerking met de autoriteiten. Ook in de voormalige Oostbloklanden zit veel crimineel geld. Op de beurs in Istanbul ben ik openlijk uitgelachen door handelaren die door hadden wie ik was. Als je ziet wat daar uit Rusland allemaal naartoe komt. Bepakt en beladen met sieraden zag ik die Russen weer teruggaan. De onderwereldeconomie in Turkije bedraagt naar schatting 50 tot 60 procent van de totale economie.''

Bij het Nederlandse meldpunt voor ongebruikelijke transacties werken slechts 40 mensen. Een uitgebreid en goed opgeleid opsporingsapparaat zou zichzelf toch bedruipen?

,,Dat weet ik niet. Verwachtingspatronen zijn snel te hoog. Neem de Plukze-teams. Die zijn voorgefinancierd uit de verwachte opbrengsten van de ontnemingszaken. Die opbrengsten vallen echter tegen. Als de wetgeving strenger wordt, zoeken en vinden criminelen snel andere paden. Ze lopen gewoon weg. Je ziet het ook aan de opsporingsresultaten. In België en Duitsland zijn meer Nederlanders voor witwassen veroordeeld dan bij ons.''

Waarom is er geen meldplicht van ongebruikelijke transacties voor autodealers, kunsthandelaren en andere bedrijfstakken die regelmatig in verband worden gebracht met witwaspraktijken?

,,Vergeet de diamantairs niet. Informeer maar eens bij de gerechtelijke politie naar de diamanthandel in Antwerpen. Die is zeer levendig op het moment. Diamanten zijn de meest compacte en zekere waardedrager die je maar kunt bedenken. In een sigarettendoosje past wel voor 3 miljoen dollar aan steentjes.

,,Waarom er geen meldplicht is voor zulke bedrijfstakken? Dat is, meen ik, een politieke afweging. Je moet de economie niet te veel frustreren. De afgelopen jaren is een zware last neergelegd bij financiële instellingen, bij casino's, noem maar op. Straks krijgen ook notarissen en advocaten meldplicht. Maar stel je eens voor wat er gebeurt als bijvoorbeeld autodealers daar nog bijkomen. Dan levert enorme hoeveelheden gemelde transacties op. Kan het meldpunt die goed bekijken en beoordelen? Ik bedoel: meer dan ze alleen afdraaien tegen criminele bestanden. Bij een goede beoordeling hoort ook een menselijke interpretatieslag. Van alle euro-landen hebben wij al de grootste meldingsdichtheid. Maar het gaat niet om het aantal meldingen, het gaat om het opsporingsresultaat.

Heeft justitie het vizier goed gericht?

,,Nee, de nadruk ligt te veel op de traditionele onderwereldcriminaliteit, op Charles Z. en de Hakkelaar. Op zich heel begrijpelijk. Wat tast de openbare orde het meeste aan? Dat is de zichtbare criminaliteit. Een grote drugsvangst haalt de voorpagina, daar kan de politie mee scoren. Maar de minder zichtbare criminaliteit in de bovenwereld is veel omvangrijker. Keurige mensen, gewoon zoals jij en ik, onherkenbaar. Bij elke soort van handel kan ik een criminaliteitsvorm noemen, van subsidiefraudes tot internationale wapenhandel. Er zijn genoeg aanknopingspunten om daar iets aan te doen, zelfs in de dossiers die de politie heeft. Het gebeurt alleen veel te weinig.''

Is er bij justitie wel voldoende kennis?

,,Er wordt steeds gesproken van een brain drain naar de private sector. Dat valt reuze mee. Het is vooral de opleiding bij justitie die moet verbeteren. Laat rechercheurs in opleiding eens een jaartje in de particuliere sector werken. Dan leren ze naast de formele werkelijkheid uit de studieboeken ook de materiële werkelijkheid kennen. Die twee werelden verschillen ernstig van elkaar. Bij justitie heeft men geen idee hoe Nederland economisch in elkaar steekt. Wij zijn een financieel centrum met vele mega-transacties. Het stikt in ons land van de houdstermaatschappijen van grote internationale bedrijven. Voortdurend vinden transacties plaats die in sommige opzichten lijken op witwaspraktijken, maar die puur legaal zijn. Dat soort transacties, daarover bestaan bij justitie volstrekt onjuiste ideeën.

,,Omgekeerd zie je dat bij banken vaak een verkeerd idee leeft van wat er in de criminaliteit gebeurt. Ernst & Young traint ook bankmensen. Die begrijpen soms absoluut niet dat een collega naast hen al jaren ernstig aan het frauderen is.''

Als u de misdaadbestrijding in Nederland mocht reorganiseren, wat deed u dan?

,,Allereerst zou ik de verwachtingspatronen bijstellen: terug naar de werkelijkheid. Accepteer dat er een omvangrijk witwascircuit is en zoek uit waar je grip op kunt krijgen. Zorg in elk geval dat het illegale circuit niet zo'n omvang krijgt als in Turkije.

Daarnaast dient er stevig te worden geïnvesteerd. Niet volstaan met korte slagen. Hoe gaat dat nu bij justitie? Voor een onderzoek worden twee, drie maanden lang mensen vrijgemaakt. Als er dan geen tastbaar resultaat is, wordt het onderzoek afgesloten. Daarna is er weer wat anders en vervolgens komt het dossier nooit meer boven water. Zo gaat dat. In die twee jaar dat ik zelf op het parket werkte was ik fraudeofficier en coördinerend officier op het gebied van milieu, computercriminaliteit, plukze-wetgeving, sociale-zekerheidsfraude en projecten op het terrein van de georganiseerde misdaad. 's Morgens om tien uur kwam de steekwagen met dossiers.

,,Justitie blijft ook vaak steken op het niveau van de man die de trekker overhaalt, of met de drugs over straat loopt. Bij elk wapen of pakketje drugs dat in beslag wordt genomen zou standaard een financieel onderzoek moeten worden gehouden. Daarmee kan je inzicht krijgen in het achterliggende netwerk.''

Worden de zaken in het buitenland met meer succes aangepakt?

,,We zouden ons kunnen spiegelen aan de werkwijze van het Serious Fraud Office in Engeland. Naar dat bureau in Londen gaan de grote zaken. Ze beschikken over goed opgeleide juristen en accountants met speciale bevoegdheden. En als die er niet uitkomen, huren ze in de particuliere sector deskundigheid in. Zo brengen ze de twee werelden waar ik eerder over sprak bij elkaar. Ook al zijn grote zaken als de Maxwell-affaire nog niet tot een goed einde gebracht, een niveau lager worden wel degelijk resultaten geboekt. Ernst & Young werkt incidenteel ook wel eens in opdracht van de politie, maar dat zou vaker kunnen gebeuren.

,,In Duitsland en Frankijk spelen dezelfde problemen als bij ons. De enigen die echt grote resultaten hebben geboekt zijn de Amerikanen. Die hebben echt een paar enorme klappers gemaakt, zoals in de operatie Green ice. Dat was een wereldwijde operatie, waarbij zowel in Amerika als Londen kamers vol met bankbiljetten zijn gevonden. De Amerikaanse justitie kan ook civielrechtelijk optreden. De officier hoeft niks te bewijzen, hij kan volstaan met aannemelijk maken. Ons rechtssysteem zit anders in elkaar.

,,Internationaal maken de Amerikanen uiteraard de dienst uit. Ik heb in een internationaal overleg over witwassen gezeten. Dan kwam er weer zo'n buslading Amerikaanse wetenschappers met maar één boodschap: het is erg, het is wereldwijd, het tast onze westerse samenleving aan en we moeten hard ingrijpen.

,,Pure indoctrinatie. En enige hypocrisie kan de Amerikanen toch niet ontzegd worden. Want waar komen de de meeste vennootschappen in grote witwaszaken vandaan? Niet uit de Bahama's of zo, maar uit Delaware, waar veel criminelen profiteren van het bijzondere Amerikaanse vennootschapsrecht.''