Lokaal verzet tegen marktdenken

In de Utrechtse gemeenteraad is gisteren de privatisering van de Remu afgestemd. Is dat een bevestiging van de nieuwe trend dat de verkoop van openbare nutsbedrijven niet meer zo populair is? Of is het een tijdelijke hindernis die alsnog kan worden genomen?

Het was dé avond van de Socialistische Partij in Utrecht. Nadat de gemeenteraad zich had uitgesproken tegen privatisering van energiedistributiebedrijf Remu, nam fractieleider B. Ruers van de Socialistische Partij op de gang de complimenten in ontvangst. Zijn partij was de spreekbuis geweest van de principiële weerstand tegen `de commercialisering' van het nutsbedrijf. Dankzij zijn onderzoek was het pleit beslecht.

Ineens stond er een kleine man met een baard naast hem. Dertig jaar werknemer van Remu. ,,Dankzij u'', zei hij tegen Ruers, ,,is Remu over drie jaar weg. Ik neem u dit zeer kwalijk.''

,,Maar ik heb dit voor u gedaan'', antwoordde Ruers. ,,Anders wordt u uitgeleverd aan de kapitalisten.''

,,Weet u'', zei de kleine man. ,,U bent niet van deze tijd.''

Ook al kleurden lokale belangen en tegenstellingen gisteravond de discussie in de gemeenteraad van Utrecht, de raadsvergadering kreeg uiteindelijk een landelijke betekenis. De Utrechte raad heeft gestemd tegen de verkoop van het energiedistributiebedrijf Remu aan een particuliere partij.

Het verwerpen van de privatisering is in Nederland een trendbreuk, want tot op heden dreven gemeenten en provincies tamelijk geruisloos mee op de huidige privatiseringsgolf in de traditionele nutssectoren (elektriciteit, gas, kabel, openbaar vervoer). Voor Leefbaar Utrecht, die gisteren de doorslag gaf in de stemming, is Remu zelfs het begin van de landelijke kruistocht die de paraplupartij Leefbaar Nederland tegen de marktwerking in de nutssectoren wil voeren.

Tegelijkertijd lijkt het verloop van de Utrechtse raadsvergadering, waarbij de raadsleden voortdurend achter de feiten leken aan te lopen, exemplarisch voor het democratisch tekort dat de privatisering van nutsbedrijven de laatste jaren kenmerkt.

Remu, de vierde energiedistributeur, is een typisch Nederlands nutsbedrijf. Het levert elektriciteit aan zo'n 500.000 klanten in de provincie Utrecht en is in handen van de overheid, in dit geval de provincie Utrecht, en de gemeenten in die provincie. Dergelijke nutsbedrijven zien de wereld om hen heen snel veranderen. Klanten die nog verplicht bij het lokale energiebedrijf elektricteit en gas kopen, zijn over enkele jaren vrij in het kiezen van hun leverancier. Ook het streekvervoer wordt geliberaliseerd.

Op deze vrije markten zien de lagere overheden geen rol meer voor zichzelf en zijn zij begonnen met een massale uitverkoop van hun nutsbedrijven. Kabelbedrijven, elektriciteitsproductenten en busbedrijven zijn verkocht aan particuliere bedrijven, terwijl nog vele vervoersbedrijven en energiedistributeurs op de rol staan voor verkoop. Dat is gebeurd zonder veel discussie. Het is opmerkelijk dat in Utrecht de discussie wel is gevoerd en uiteindelijk heeft geleid tot een tegenstem.

Remu lijkt dan ook de bevestiging van een omslag, die sinds ongeveer een jaar in Nederland merkbaar is en door de liberale Eurocommissaris Bolkestein een ,,poolwind'' is genoemd. Het CDA wil een ,,rem'' op privatiseringen, de PvdA spreekt van een ,,nee, tenzij'' en premier Kok gewaagde vorig jaar Kerst van ,,reflectie''.

De grote landelijke partijen beginnen bij de burger een soort onbehagen te voelen, dat voor Leefbaar Nederland zelfs een programmapunt is. Een van de oprichters, de mediamiljonair Willem van Kooten, liet vorig jaar in Vrij Nederland weten onmiddellijk weer uit de politiek te stappen als Kok de verkoop van nutsbedrijven zou tegenhouden. Dan zou immers de missie van Van Kooten tegen de privatisering overbodig zijn geworden.

Bij de privatiseringen was het tot nog toe zo dat de democratisch gekozen organen (gemeenteraad, provinciale staten) veel overlaten aan de bestuurders (wethouders, gedeputeerden), die vervolgens hun vertrouwen geven aan de raad van commissarissen, die uiteindelijk de directie de regie in handen geeft. De gemeenteraden en staten, die uiteindelijk beslissen, staan op het moment suprême voor voldongen feiten en hebben een enorme informatie-achterstand op de bestuurders en met name de directie.

Dat bleek gisteren ook in Utrecht. GroenLinks-fractieleider R. Giesberts klaagde over de ontoegankelijkheid van een onderzoek naar de toekomst van Remu door merchant banker Merrill Lynch, en Leefbaar Utrecht fractielid Y. van den Bergh vond het ondoenlijk om in een maand tijd een besluit te nemen over zo'n ingewikkelde kwestie. Waar PvdA, GroenLinks en SP om principiële redenen tegen de verkoop van Remu stemden, was dat bij Leefbaar Utrecht onduidelijk. Weliswaar spreekt de partij zich in haar verkiezingsprogramma uit tegen privatisering van de energieproductie en distributie, Westbroek was zich tijdens het debat bewust van de sterfhuisconstructie waarin het bedrijf terecht kan komen als privatisering zou worden gedwarsboomd. De fractie stemde uiteindelijk tegen, omdat een afwijzing door de raad in hun ogen de verkoop van Remu NV toch niet in de weg zou staan. Westbroeks conclusie luidde: ,,Eigenlijk gaat deze stemming helemaal nergens over.''

Bij de aandeelhoudersvergadering van Remu vanavond zal duidelijk worden hoe groot de implicatie van het raadsbesluit uiteindelijk is.