Lof voor het IMF

MET EEN KREDIETLIJN van 7,5 miljard dollar heeft het Internationale Monetaire Fonds (IMF) deze week nog net op tijd een nieuwe wond kunnen stelpen in het internationale financiële systeem. Een dreigende bankencrisis in Turkije lijkt met de kapitaalsinjectie voorlopig afgewend. Samen met lopende IMF-kredieten gaat het om een bedrag van ruim tien miljard dollar. De vertrouwenscrisis in Turkije ontstond na het begin van een gerechtelijk onderzoek naar onregelmatigheden en fraude bij banken die in handen zijn van de Turkse staat. Dat onderzoek was weer het gevolg van een saneringsoperatie die deel uitmaakte van een door het IMF afgedwongen programma uit 1999 om de Turkse economie op orde te brengen na jaren van hyperinflatie.

De chaos die boven water kwam toonde een mengsel van inmiddels vertrouwde kenmerken van vorige financiële crises uit de jaren negentig in Mexico, Azië en Rusland. Innige banden tussen politiek, bankwereld en bedrijfsleven zorgden voor een opeenhoping van onrendabele, politiek geïnspireerde leningen aan het bedrijfsleven. Banken investeerden daarnaast met geleende, laagrentende buitenlandse valuta in hoogrentende binnenlandse staatsobligaties. Dat ging goed zolang de wisselkoers van de Turkse lira beheerst daalde, en de hoge ontvangen rente het geleidelijke koersverlies van de lira meer dan goedmaakte. Net als in Azië, en later in Rusland, ging het fout toen de wisselkoers kelderde en een run op buitenlands geld de deviezenvoorraad uitputte. Er is maar één steen, maar er zijn kennelijk nog veel ezels die zich er aan kunnen stoten.

DE SNELLE ACTIE van het IMF verdient lof. De Azië-crisis begon in 1997 ook in een land, Thailand, dat op zichzelf onbeduidend was voor de wereldeconomie. Maar via de internationale financiële markten greep de besmetting razendsnel om zich heen. Nieuwe crises moeten zo spoedig mogelijk in de kiem worden gesmoord, zeker nu in het Westen de conjunctuur zich op een kritisch punt bevindt. Turkije neemt versneld maatregelen om de banksector te saneren, en zal bijvoorbeeld nog deze maand 51 procent in de nationale luchtvaartmaatschappij en 33,5 procent van het nationale telefoniebedrijf aan beleggers verkopen, tegen een verwachte opbrengst van tussen twee en drie miljard dollar.

Toch laat de Turkse crisis een bijsmaak achter. Ten eerste kan de snelle redding opgevat worden als een internationale garantie dat landen die in een crisis komen - en de partijen wier financiële belangen daarbij op het spel staan - altijd gered zullen worden. Juist het bestrijden van deze `moral hazard' stond na de vorige crises hoog op de internationale agenda. Actueler is dat de Turkse crisis aangeeft hoe groot de kloof nog is die Turkije scheidt van de Europese Unie. Van nieuwe toetreders tot de EU, waarvoor de Europese regeringsleiders op dit moment proberen de weg te bereiden in Nice, wordt aangenomen dat zij te zijner tijd ook toetreden tot de Monetaire Unie, en daarmee ook de euro zullen invoeren.

Het tonen van de juiste macro-economische cijfers voor inflatie, rente en rijksbegroting, de huidige criteria voor toetreding, is daarvoor niet genoeg. Een goed functionerend en veilig banksysteem dat gevrijwaard is van nepotisme is ten minste even belangrijk. En op dat vlak is niet alleen Turkije, maar ook een flink deel van de landen waarvoor toetreding veel dichterbij is, nog te ver verwijderd van de West-Europese praktijk.