`Ineens ben je Juffrouw Niemand'

José den Burger: ,,Toen ik in de derde klas van de lagere school zat vroeg de leraar: `Wat willen jullie later worden?' Nou, die wilde dit en die wilde dat. Ik stak mijn vinger op en zei: `Filmster'. Ik werd door de hele klas uitgelachen. Ik dacht: wacht maar, jullie lachen mij uit, maar wacht maar.

Toen ik veertien was kreeg ik een gitaar en ging op les. Maar dat was klassiek en dat vond ik niet leuk, dus ik ben zelf wat gaan experimenteren. Na twee jaar speelde ik redelijk en schreef ik liedjes in het Nederlands.

Helmond was niks. Ik vond het niks, en er was niks. Zeker niet voor de jeugd. Maar ik had een aantal vrienden die ook allemaal met muziek bezig waren.

Het allereerste begin was op 15 oktober 1966. In het plaatselijke theatertje werd door de brandweer een talentenjacht georganiseerd. Ik wilde er helemaal niet naar toe maar vrienden daagden me uit: `Dat durf je niet, wedden dat je dat niet durft?' Ik ging en won! Het gevolg was dat ik werd uitgenodigd op culturele manifestaties in al die jongerencentra in Brabant. Mijn repertoire bestond uit zelf geschreven nummers, maar ook uit liedjes van Jaap Fischer. Ik had de melodieën iets veranderd, zodat het voor mij zingbaar was.

Een van mijn eigen composities was de protestsong `Als je alle kranten leest'. Ik zong: `Als je alle kranten leest/ zijn we er binnenkort geweest./ De wereldrotzooi neemt niet af/ en iedereen is even laf'. Ik zong het heel fel. De Vietnam-oorlog was in volle gang. Dat die jonge jongens naar een ver land werden gestuurd, terwijl ze wisten dat ze daar misschien het loodje zouden leggen; dat kon toch allemaal zomaar niet! Ik was anti-oorlog en had de mogelijkheid mijn stem te laten horen. Ik werd de eerste protestzangeres in Nederland.

`Als je alle kranten leest' is als singeltje met de Utrechtse band Full House opgenomen. Het werd op de radio geboycot. Er kwamen boze brieven van luisteraars. Er kwamen in de tekst ook woorden voor als `verkracht' en `creperen'. Een meisje van mijn leeftijd hoorde zoiets helemaal niet te zingen. Mijn ouders maakten zich er nogal druk om. Ze werden op straat aangesproken: `Zeg, is dat jullie dochter?'

Het jaar daarop werd ik gevraagd om als zangeres mee te gaan met een stel jonge mannequins om de minimode te introduceren in Suriname en op de Antillen. Toen we op het vliegveld aankwamen, moesten we ons een weg banen door mensenmassa's die ons toejuichten. Mannequins in mini! Dat was daar nog nooit vertoond. We traden op in etalages van warenhuizen. We moesten door militairen worden ontzet, want de ruiten werden ingedrukt! Verkeersopstoppingen waar wij maar kwamen! Krankzinnig. Vervolgens toerden we door Venezuela en Guyana. We zijn uiteindelijk drie maanden weggebleven.

Terug in Nederland werd ik uitgenodigd om bij de AVRO een liedje te komen zingen. Het bleek het programma `A star is born' te zijn, waarin zeven jonge mensen in een soort competitie van alles moesten doen: schrijven, decors ontwerpen, maar ook dansen, zingen en acteren. Er zat een zangeres bij van wie halverwege het programma bleek dat het hoofd van de jury inmiddels haar manager was geworden. Het was allemaal hartstikke unfair. Mijn collega's en ik moesten 's nachts naar huis maar zij bleef in het hotel. Zij mocht in een studio opnemen en later playbacken en wij moesten alles live doen. Het was allemaal om haar te laten winnen. Ze heeft ook gewonnen. Ik ben daar verschrikkelijk van over mijn toeren geweest. Van de zenuwen was ik mijn stem kwijt.

De prijs die je kon winnen was je eigen televisieshow. Vijfenveertig minuten alleen maar jij. Het is zo'n heibel geworden dat uiteindelijk is besloten dat ik ook mijn eigen tv-show kreeg. Ik stond ook in `Moef Ga Ga' en in de eerste `Tête a Ted'-show. Met Rob Touber heb ik het Knokke-festival gedaan. Het ging maar door. Maar mijn `Als je alle kranten leest' mocht ik nooit zingen!

Toen werd ik in Spanje ontdekt. Ik was net twintig, had lang blond haar tot op mijn achterwerk en minirokjes aan. Ik werd uitgenodigd om voor de Madrileense televisie als vaste gast te komen optreden in een wekelijks programma. Onder de naam `Josette' ben ik daar zo bekend geworden dat ik niet meer normaal over straat kon lopen. Maar omdat ik in Spanje zat, liet ik de zakelijke contacten in Nederland een beetje liggen.

Toen ik terug kwam naar Nederland, had ik de aansluiting gemist. Dat `netwerken' kon ik niet. Je moet weten op welke feestjes je moet komen, met wie je moet praten. Wanneer ik met iemand in gesprek was op zo'n feestje, dan zag ik ogen links en rechts langs me heen vliegen.

Ik kreeg contact met Lou van Rees en werkte over de hele wereld in Intercontinental Hotels met casino's. Enorme theaters. Brede trappen afkomen. Balletten met veren. Ik zong Shirley Bassey-achtige nummers. Van de ene club naar de andere in het Caraïbisch gebied. Ik verdiende veel geld, maar Nederland was mij totaal vergeten. Wanneer ik af en toe terug was in Nederland, werkte ik als telefoniste voor een uitzendbureau. Het ene moment sta je de vedette te zijn en het andere moment ben je Juffrouw Niemand.

Ik ben nu 54. Ik ben aan het afbouwen. Ik heb voor het eerst van mijn leven een vaste baan aangenomen.

Ik treed nog steeds op met mijn band. Soms als we op de bühne staan, gebeurt er iets. Alles klopt. Alles gaat. Alsof we allemaal een beetje naast onszelf gaan staan. En dan kijken we naar elkaar, dat is zo'n fantastisch gevoel. Je wordt high. Je treedt buiten jezelf. Je zweeft. Een oergevoel. Zo groots. Daar doe je het voor.''