Hunkeren naar de ondergang

`Duivelsbrug' is de naam van een aanlegsteiger aan de Elbe bij Hamburg. Op die plaats ontmoeten Leo en Maria elkaar heimelijk. Waarom is zij verliefd geworden op deze man? Erg bijzonder is hij niet, eerder een beetje vulgair met zijn te lange nekharen. Hij heeft een vrouw, Zara, met wie hij in protserige welstand leeft. Maar de passie voor deze ongecompliceerde en afstandelijke figuur past bij Maria's onthechte verhouding tot het bestaan. Sinds zij bij een ongeluk man en dochter verloor, valt haar leven slechts voor een deel samen met de werkelijkheid.

Teufelsbrück, de nieuwe roman van Brigitte Kronauer (1940), begint met een uitvoerige scène die de lezer onmiddellijk confronteert met het thema: hoe verhouden realiteit en verbeelding zich in onze persoonlijke ervaringen? Maria loopt door een warenhuis, struikelt, valt op haar knie en neemt op dat moment met grote nauwkeurigheid alles om zich heen op. In slow motion volgen we haar observaties en impressies, geen detail en geen gedachte lijken te worden overgeslagen. De dingen krijgen proporties die ver boven hun banale betekenis uitstijgen. Voor Maria is dit moment een bijna mystieke ervaring. Ze ontwaakt als haar blik een vriendelijke heer treft die haar overeind helpt. Zijn naam is Leo Ribbat en hij blijkt met zijn vrouw bij Maria in de buurt te wonen.

Met deze knieval belandt Maria in de wereld van een man die haar ondanks zijn gewoonheid zozeer fascineert dat hij geen moment meer uit haar gedachten verdwijnt. Maar waarom? Zij verkeert in een wankele conditie en hij wordt voor haar het richtpunt van een `Sehnsucht nach irgendeinem Heimatland'. Dit oord is opgebouwd uit talloze zintuiglijke indrukken die even ongrijpbaar als essentieel zijn. Maria's verhouding met Leo is meer het centrum van haar particuliere sensaties dan van de werkelijkheid.

In een enkele jaren geleden gepubliceerd opstel over de vraag `Wat is literatuur?' heeft Brigitte Kronauer uitgelegd dat zij met haar schrijverschap de allerindividueelste emoties van haar personages wil verbeelden. Zij verzet zich ook in Teufelsbrück heftig tegen de eis dat literatuur de opdracht heeft grote maatschappelijke of historische thema's te behandelen. `Als ik dat hoor! Dat de Duitse literatuur de grote greep mist, de passie voor de geschiedenis!', zo laat zij een van haar romanfiguren verontwaardigd uitroepen. Bij Brigitte Kronauer zal men geen verwijzingen vinden naar oorlog, nazisme, DDR of welk politiek thema dan ook. Wat niet verhindert dat Teufelsbrück een authentiek Duits karakter heeft. Maria blijkt in haar verhouding met Leo uiteindelijk op zoek te zijn naar `de noodzakelijke, weldadige, alleen voor mij bestemde ondergang'.

Men kan deze roman lezen als een eerbetoon aan al die nutteloze indrukken die wij dagelijks opnemen. Voor Maria zijn deze impressies de essentie van haar leven. Op een feestje bij Leo en Zara voelt ze zich ingesponnen in een web van toevallige blikken en aanrakingen, dat voor haar meer betekenis heeft dan wat er mondeling tussen de aanwezigen wordt uitgewisseld. Als zij met Leo in bed ligt, geniet ze meer als ze zich laat afleiden door de betekenisloze gedachten die door haar hoofd spelen. Als haar handelingen niet doelgericht zijn, wordt het samenzijn met Leo onderdeel van een stemming die haar buiten de tijd lijkt te plaatsen.

Brigitte Kronauer vraagt in deze roman aandacht voor de betekenis van het ongezegde, dat in haar ogen op een mysterieuze manier vorm geeft aan het bestaan. Woorden, zo laat zij Maria denken, vertegenwoordigen niet meer dan de boekhouding van de schone schijn. Ze drukken uit wat zich aan de oppervlakte afspeelt: datgene wat coherent en functioneel is. De essentie van onze ervaringswereld is niet tastbaar. Met dit thema krijgt Teufelsbrück toch nog een maatschappelijk of in elk geval cultuurkritisch karakter. De inhoud van deze roman kan worden opgevat als een fundamentele aanval op de cultus van de nuttigheid.

Evenals in haar vorige romans (het in 1986 verschenen Berittener Bogenschütze was tot nu toe een hoogtepunt) spaart Kronauer haar lezers niet. Teufelsbrück bestaat uit vijfhonderd bladzijden compact proza. Er wordt met veel omhaal om futiele zaken heengecirkeld, geen nuance blijft onbesproken. Maar bij deze schrijfster krijgt dit procédé een suggestieve en magnetiserende werking, vooral dankzij een stijl die tegelijkertijd van een koortsachtige intensiteit en een soevereine beheersing blijkt geeft. Haar zinnen zijn als delicatessen die men op de tong moet laten smelten. Vijfhonderd bladzijden delicatessen, is dat niet een wat zwaar menu?

Teufelsbrück is veeleisende, maar ook indrukwekkende literatuur. Hier is een schrijfster aan het woord die zich helemaal geeft en haar thema toch volledig meester blijft. In haar sfeergevoeligheid en haar fascinatie voor het nutteloze is Brigitte Kronauer verwant aan auteurs als Peter Handke en Botho Strauss. Maar haar roman geeft ook nog blijk van grote psychologische finesse. De broeierige stemming tussen de hoofdpersonen doet denken aan het werk van de Franse romancier Julien Green. Het meest boeiende personage is niet Maria of Leo, maar diens vrouw Zara. Zij lijkt (meer dan suggereren doet Kronauer niet) de regie in handen te hebben van een geraffineerde intrige.

Het spel dat Zara in scène heeft gezet brengt samenhang in de ondoorzichtige werkelijkheid van een roman die een dramatisch einde neemt. Het Duitse taalgebied kent dit jaar een literair herfstseizoen van grote rijkdom. Prachtige debuten van Michael Kumpfmüller (Hampels Fluchten) en Andreas Maier (Wäldchestag), interessante nieuwe romans van Elfride Jelinek (Gier) en Josef Haslinger (Das Vaterspiel). Boven al dit moois torent Teufelsbrück als een onbetwistbaar hoogtepunt uit.

Brigitte Kronauer: Teufelsbrück. Klett-Cotta, 505 blz. ƒ50,60