Het geval Lenstra

Begin juni 1949 plofte bij de voetballers van Oranje een brief van KNVB-voorzitter Karel Lotsy op de mat. Dat kon niet anders, want die maand zouden ze een trip maken naar Denemarken en Finland en dan klom de voorzitter altijd in de pen. `Beste Kerels', luidde de standaardopening. `Ik behoef u niet te zeggen, hoezeer geheel Nederland, onze jongens in Indonesië, alsmede de talloos vele schepelingen op zee, met gespannen aandacht de wedstrijden via de radio zullen volgen.' Ook kregen ze een boekje met de mededeling hoe laat ze zich moesten verzamelen voor het vliegtuig, het gebod goede veters in de voetbalschoenen te stoppen en verder werd alle deelnemers aangeraden een `stukje toiletzeep mee te nemen'.

Toch vloog Abe Lenstra niet mee, want daar hield hij niet van. Eigenlijk wilde hij met de auto, maar dat mocht niet van de bond. Daarom stapte hij samen met H.J. Mommers van de KNVB in Deventer in de trein voor de lange reis. Het zal niet gezellig zijn geweest, want Lenstra wilde opeens helemaal niet meer mee `daar hij naar zijn zeggen dermate geblesseerd was, dat spelen onmogelijk zou zijn', aldus het officiële evaluatierapport van de kersverse bondscoach Jaap van der Leck. Daar trapte Mommers dus niet in en samen gingen ze op weg. Ook in Kopenhagen overtuigden de officials zichzelf van Lenstra's ongelijk: spelen. En dat hadden ze beter niet kunnen doen, volgens hetzelfde smeuïge rapport: `Lenstra maakte een uitstekende goal maar heeft daarna practisch niet meer aan het spel deelgenomen. Op dat geval kom ik nog nader terug.'

Want het geval zat Van der Leck dwars. ,,Waarom liet je je niet wisselen'', vroeg hij daarom. Het antwoord van Lenstra klinkt ook nu nog niet overtuigend. Hij zei dat hij naar de zijlijn had gekeken of de bondscoach daar zat, maar had niemand gezien en besloot maar door te spelen. Waarop Van der Leck weer gevat antwoordde dat hij echt wel in de gaten zou hebben gehad als één van zijn spelers het veld zou aflopen. In ieder geval begrepen beide partijen dat het beter was als de Fries niet meeging naar Finland en huiswaarts mocht keren.

Lotsy liet zich hierdoor niet kisten, want die had alweer een nieuwe donderpreek: `Hij deed het hartstochtelijke beroep op de spelers om zich tot het uiterste te geven, zo ver van hun Vaderland.' Een geslaagde oproep, want een 4-1 zege was het resultaat. Op weg naar huis besloot de bondscoach voortaan altijd samen te willen reizen `daar hiermede vele moeilijkheden voorkomen kunnen worden'. Wat hij ook had geleerd, was dat spelers volwassen mannen zijn: `Er is geen controle geweest in kamers of anderszins. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit werkelijk een zeer groot succes geweest is.'