Half miljoen bidprentjes

Zijn hobby is een beetje uit de hand gelopen. Frans Pluijmaekers (55) kan geen kant meer op, op zijn zolder. Hij verzamelt bidprentjes. De Limburger uit Hulsberg heeft er meer dan een half miljoen, opgeborgen in 340 dozen.

Zogenoemde `knevelprentjes' behoren tot de pronkstukken van Pluijmaekers' bijzondere verzameling. Wie in de 19de eeuw niet volgens de katholieke leer leefde, kreeg bij zijn dood zo'n knevelprentje, ,,zodat iedereen meteen kon zien dat hij slecht was geweest'', zegt de verzamelaar. Mooi uitgestald op de tafel in de woonkamer prijken de getekende doodshoofden van het `ars moriendiprentje', een stukje papier van 7 bij 11 centimeter uit 1837, naast de heilige Maria, een `sanctusprentje'.

Pluijmaekers praat enthousiast over zijn collectie. ,,Kijk hier, schitterend toch?'' Hij laat een haarprentje zien uit 1922. ,,Moet je kijken hoe ze dat heel fijn hebben geknoopt.'' In twee plastic doosjes bewaart Pluijmaekers de kleine kunstwerken – het haar van een overledene, fijntjes geknoopt, als de contouren van bloemblaadjes. Pluijmaekers lachend: ,,Ik heb ook nog een lijkplank. Wil je hem zien?'' Hij haast zich de trap op naar boven en komt terug met een houten plank van anderhalve meter. De lijkplank, gemaakt in 1940, werd vroeger voor de deur van een overledene geplaatst, om aan te geven dat er in het huis werd gerouwd. ,,Maar deze is nooit gebruikt'', vertelt Pluijmaekers.

Zijn passie voor bidprentjes is hem ingegeven door zijn beroep. Als begrafenisondernemer had hij zijn leven lang te maken met de prentjes, die bij een begrafenis worden uitgedeeld. Vroeger stopte hij ze in allerlei doosjes, zonder een systeem. ,,Dat is een lelijk foutje geweest, want nu moet ik ze allemaal sorteren en dat kost veel tijd en moeite.''

Bij bidprentjes staat op de voorkant steevast een kleurrijk motief, de achterkant vermeldt geboorte- en sterfdatum. Een paar korte zinnen zijn aan het leven van de gestorvene gewijd: hoeveel kinderen hij had, zijn beroep en het aantal dagen dat hij nog aan aflaten moest betalen, vertelt Pluijmaekers. Naast een psalm uit de bijbel was er in de 19de eeuw altijd als standaardtekst vermeld: `Bid voor de ziel van zaligen'.

Pluijmaekers: ,,Vroeger had een prentje vier functies: het doorgeven van de katholieke geloofsleer, het bevorderen van de devotie, het herinneren aan de voorbeelden van de heiligen en het geven van onderricht aan `onwetenden'.''

Op de bank in zijn woonkamer graait Pluijmakers in een van de vier grote fotodozen, gevuld met 5.200 prentjes, netjes op naam gesorteerd. ,,Niet iedereen kon vroeger een prentje laten maken. Alleen de rijkere families hadden daar het geld voor.''

Het oudste exemplaar van Pluijmaekers is van perkament, van 1722, en versierd met de Heilige Ignatius. ,,Dit soort prentjes krijg je nauwelijks meer. Die zijn echt zeldzaam.''

De eerste bidprentjes zijn vermoedelijk in de twaalfde en dertiende eeuw gemaakt, zegt de Limburgse verzamelaar. Zijn prentjes, die voor het grootste deel stammen uit de 19de en 20ste eeuw, vormen een belangrijke bron voor genealogisch onderzoek. ,,Van sommige families kan ik een hele stamboom ontwerpen. Ik heb al hun prentjes waarop hun namen met het aantal kinderen zijn vermeld.'' Pluijmaekers wil dat zijn collectie na zijn dood wordt overgedragen aan een archief van de overheid, maar hij wil niet zeggen welk.

De belangstelling voor zijn collectie is groot. Pluijmaekers heeft al een aantal tentoonstellingen achter de rug. Hij is daarbij heel voorzichtig: ,, Ik laat alleen de prentjes uit het verre verleden zien. Want ik wil niet de privacy van iemand beschadigen. Stel dat ik een prentje van een oud-NSB'er laat zien. Dat zou voor familieleden heel onaangenaam kunnen zijn.''