Frankrijk: energie uit diermeel

Frankrijk wil de karkassen van te vernietigen runderen niet simpelweg verbranden. Volgens prefect Jean-Paul Proust is die methode duur en zonder ,,toegevoegde waarde''. Proust is door de Franse regering belast met de opslag en de vernietiging van diermeel, waarvan het totale gebruik in Frankrijk op 14 november, eerder dan elders in Europa, verboden werd. Op het moment waarop het verbod werd afgekondigd beschikte het land over een voorraad van 800.000 ton, terwijl de vernietigingscapaciteit niet groter was dan 200.000 ton per jaar. De kosten van opslag en vernietiging van het overbodige diermeel raamde Proust eind vorige week op 700 miljoen gulden voor 2001, bijna de helft minder dan het bedrag van 1 à 1,5 miljard, dat minister Dominique Voynet (Milieu) enkele dagen daarvoor nog noemde.

Maar het probleem is vooral (milieu-)technisch van aard. Grootscheepse verbranding veroorzaakt luchtvervuiling, aan opslag kleeft het risico van bodemvervuiling.

Frankrijk kan op dit moment 300.000 ton diermeel opslaan, maar Proust voorziet dat de opslagcapaciteit de komende drie maanden zal verdubbelen zal. Burgemeesters kunnen de opslag binnen hun gemeenten op grond van een speciale noodwet niet weigeren. Verbrandingsinstallaties moeten op termijn bovendien in staat zijn tot 450.000 ton per jaar te vernietigen.

Proust wil van de nood een deugd maken en diermeel opnieuw verheffen tot handelswaar, als bron van energie. Zo gaat Electricité de France microcentrales bouwen in de buurt van diermeelfabrieken, vooral in Normandi'e. Die zouden in anderhalf jaar tijd elk jaarlijks 30.000 ton diermeel moeten kunnen verwerken.