Flex-gebouw is wonder van eenvoud

Niet de Vinex-wijken, maar de bedrijventerreinen doen Nederland vol lijken. Ze liggen vaak langs snelwegen en geven de filerijder zo de indruk dat heel Nederland dichtslibt.

Erg vol zijn de bedrijventerreinen overigens niet. Ze zijn slechts voor ongeveer de helft bebouwd; de rest is bestemd voor parkeerterreinen en onduidelijke stukken groen waar niemand iets aan heeft. De verspreide bebouwing wordt niet gecompenseerd door hoogbouw. Het wemelt op de bedrijventerreinen van lage loodsen en autoshowrooms en behalve op dure locaties als Amsterdam Zuid-Oost zijn de kantoorgebouwen slechts een verdieping of vier hoog.

Bedrijventerreinen laten zien dat economische rentabiliteit ook tot verkwisting kan leiden. Op zichzelf zijn bijna alle kantoor- en bedrijfsgebouwen economisch rendabel: de meeste worden gebouwd door projectontwikkelaars wier eerste doel winst maken is. Ook hun vorm – niet al te grote en hoge dozen – valt te verklaren uit de werking van de onroerend-goedmarkt. De meeste bedrijven zijn middelgroot en willen het liefst een eigen, losstaand gebouw huren, dat ze niet hoeven te delen met een ander bedrijf. De grote parkeerterreinen rondom de bedrijfsgebouwen zijn alleen mogelijk omdat de grondprijzen in Nederland vergeleken met Hong Kong of de Londense City nog laag zijn.

Zo bestaat voor alle onderdelen van de bedrijventerreinen wel een economische verklaring, maar tezamen zorgen ze voor een irrationele ruimteverkwisting. Ook de miserabele architectuur van de meeste bedrijfsgebouwen valt goed economisch te verklaren. Omdat projectontwikkelaars voor een anonieme markt bouwen, moeten de gebouwen voor veel verschillende bedrijven bruikbaar zijn en dus bestaan de meeste kantoorgebouwen uit open etages die met systeemwandjes kunnen worden ingedeeld. Ook het exterieur moet de gemiddelde potentiële klant aanspreken en kan daarom niet te wild of experimenteel zijn. Maar het moet ook weer niet te saai zijn. Een directeur van een bedrijf moet het wel kunnen aanwijzen en zeggen: `Kijk, daar staat ons gebouw.' En dus worden de meeste kantoorgebouwen opgetuigd met modieuze accessoires als vooroverhangende gevels en volumineuze dakranden. Bedrijventerreinen zijn lustoorden voor mode-watchers in de architectuur.

Maar zoals alle wetmatigheden, kennen ook die van de architectuur van de bedrijventerreinen hun uitzonderingen. Soms laat een bevlogen opdrachtgever iets bijzonders neerzetten, zoals het nieuwe gebouw van Flex development, een bedrijf dat industriële producten vormgeeft, in het Delft-techpark in Delft. Dit door Art Nieuwpoort ontworpen gebouw voor achttien werknemers is een wonder van eenvoud temidden van al die met liflafjes opgetuigde kantoren. Op het eerste gezicht zorgt de modieuze gevelbekleding van golfplaat voor lichte ergernis. Maar bij dit gebouw is dit materiaal op zijn plaats, want het kantoorgebouw is neergezet voor de prijs van een opslagloods. Het budget per vierkante meter vloeroppervlak is slechts de helft van dat van een gemiddeld kantoorgebouw: 1250 gulden.

Nieuwpoort laat zien dat een laag budget geen excuus is voor een slecht gebouw. Een doos met een paar happen eruit – veel meer dan dit is het gebouw niet. Maar hoe eenvoudig de ingrepen ook zijn, ze hebben elke gevel anders gemaakt en bovendien gezorgd voor een afwisselend interieur met veel verschillende uitzichten. Verder is ook het interieur doodsimpel. Nergens is pleisterwerk te bekennen, elk materiaal, zoals het beton van de plafonds en het metaal van de binnenwanden, is onbewerkt gelaten en toch zijn praktisch alle leidingen keurig weggewerkt. Veel pijpen en leidingen heeft dit gebouw trouwens niet, want Nieuwpoort heeft zoveel mogelijk afgezien van installaties. In tegenstelling tot veel andere kantoren kent het Flex-gebouw natuurlijke ventilatie.

Het gebouw is bijna helemaal vervaardigd van geprefabriceerde standaard-elementen en toch is het Nieuwpoort gelukt om hier een messcherp gebouw mee te maken. De glazen gevelstukken vormen bijvoorbeeld mooie, platte vlakken, zoals het hoort bij dit soort architectuur. Bij dit gebouw is de kwalificatie `minimalistisch' terecht. Vaak wordt het begrip minimalistisch gebruikt voor gebouwen, waarbij het juist een vermogen heeft gekost om ze een strakke, kale indruk te laten geven. Maar het Flex-gebouw oogt niet alleen minimalistisch, maar is het ook werkelijk: eindelijk is het vormgevingscliché `less is more' eens op zijn plaats.

Gebouw: Kantoor Flex development, Delft. Architect: Art Nieuwpoort. Opdrachtgever: Flex development, Delft. Ontwerp: 1998 Oplevering: 2000.

Bouwsom: ƒ1.250.000 (excl. btw, databekabeling en terrein-

inrichting)