Een strijd met zwarte humor

Vicente Fox, afgelopen vrijdag ingezworen als president van Mexico, heeft beloofd schoon schip te maken na decennia alleenheerschappij door de `Partij van de Institutionele Revolutie', PRI. Een van zijn eerste taken is het gesprek aangaan met de erfgenamen van zijn revolutionaire voorgangers, Pancho Villa en Emiliano Zapata.

Op nieuwjaarsdag 1994 maakte het Ejército Zapatista de Liberación Nacional door het innemen van enkele steden in de Zuidoostelijke staat Chiapas haar bestaan wereldkundig. Hun leider, `subcomandante Marcos', meldde dat hun strijd niet alleen ging tegen de achterstelling van de de oorspronkelijke indiaanse bewoners en de schrijnende ongelijkheid in de regio, maar ook tegen de North Atlantic Free Trade Agreement (NAFTA). Die maakte Mexico vanaf 1 januari van dat jaar onderdeel van een vrijhandelszone die ook de Verenigde Staten en Canada omvat. Die zou de Amerikaanse bedrijven in staat stellen het land leeg te roven.

Zes jaar later zal een afvaardiging van de Maya-bevrijdingsbeweging uitgerekend met een voormalige topman van Coca-Cola onderhandelen over vrede. Want die man, de aartsconservatieve cowboy Vicente Fox, won deze zomer de presidentsverkiezingen. Dat betekende het een einde van `de perfecte dictatuur', zoals de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa de zeventigjarige heerschappij van de Mexicaanse Partij van de Institutionele Revolutie (PRI) begin jaren negentig omschreef.

Die omwenteling werd definitief met de ambtsaanvaarding van Fox, vandaag een week geleden. De `tweede Mexicaanse revolutie' was niet voorzien door Bill Weinberg, een progressieve Amerikaanse journalist die dit jaar Homage to Chiapas publiceerde, een gedetailleerde en geëngageerde verslaglegging van de opstand van de zapatistas. In zijn inleiding maakt Weinberg duidelijk waar het hem om te doen is. Hij beschrijft een tocht naar postkantoor en bank in zijn woonplaats New York, die door commercialisering, automatisering en privatisering uitloopt op een martelgang. In al die eigentijdse ellende denkt Weinberg met warme gevoelens terug aan het verslaggeverswerk in Mexico. Niet alleen ziet hij daar mensen die aanmerkelijk minder gecorrumpeerd zijn dan zijn landgenoten, bovendien ziet Weinberg in de zapatistas een van de tegenkrachten in de een volledig aan het neoliberale kapitalisme overgeleverde wereld. Het summum, kortom, van progressieve romantiek.

Gemaskerd

De zapatistas leken volledig uit het niets te komen, in naam van de grote Mexicaanse revolutionair Emiliano Zapata – en onder zijn leus tierra y libertad! (land en vrijheid) onbesmet door engagement met de Sovjet-dictatuur. Bovendien beschikten ze over Subcomandante Marcos, een publiciteitsgevoelige en altijd gemaskerd optredende leider. Een man die de officiële communiqués van zijn beweging doorspekte met zwarte humor en er zelfs toe overging te ondertekenen als een door de Amerikaanse amusementsindustrie bedachte Mexicaanse muis `Sup Speedy González': Yepa, yepa, yepa! Andele, andele! Yepa, yepa, yepa!

Maar niet alleen in de verschijningsvorm van de ondercommandant waren de zapatistas sexy revolutionairen, ook in hun grootscheepse gebruik van internet toonden ze aan een goed oog te hebben voor wat een rebellenbeweging nodig heeft in het digitale tijdperk. Een gezonde commerciële inslag was de indianen ook niet vreemd. Weinberg beschrijft zijn eerste bezoek aan San Cristóbal de las Casas, midden in de opstandige provincie, waar hij in de souvenirshop geconfronteerd wordt met Marcos-t-shirts, -sleutelhangers, -sokken en -condooms. De strijders zelf dragen baseballpetjes met EZLN erop.

De zapatisten verzetten zich dan wel in woord en daad – al sluiten ze al snel een wapenstilstand met de federale Mexicaanse staat – tegen het heersend gezag, maar presenteren zich zonder zwaarmoedigheid.

Weinbergs eerste ontmoeting met Marcos is typerend. Hij verblijft al dagen in rebellengebied, maar krijgt de subcomandante nooit te zien. Tot hij op een nacht wakker wordt en iemand luidkeels grappen hoort maken over progressieve Amerikaanse journalisten die al dagen bij de opstandelingen verblijven zonder Marcos te spreken te krijgen. Wanneer Weinberg polshoogte gaat nemen, blijkt de grappenmaker de subcomandante zelf te zijn, liggend op een veldbed met een vrouw onder iedere arm.

De dag na die vernedering mag Weinberg Marcos een paar vragen stellen. Daarbij zit de voor Weinberg, mede door het blad High Times gestuurd, verplichte vraag: hoe denken de opstandelingen over de legalisering van drugs. Wij hebben belangrijker zaken aan ons hoofd, zegt Marcos. Het buitenland kan volgens Marcos vooral nuttig zijn bij het bestrijden van de leugen van president Salinas: `They say that our country is free, without serious economic or social problems, a good partner for the NAFTA.'

Dat laatste is gelukt en lijkt voorlopig ook het voornaamste dat de opstandelingen hebben bereikt. Het moderne masker dat president Carlos Salinas de Gortari het Mexico van zijn PRI had aangemeten, zou voor eind 1994 verdwenen zijn. De zapatistas veranderden Mexico in het enige Midden-Amerikaanse land waar ook na de ineenstorting van het communisme nog guerrilla werd gevoerd, en passant de door de PRI gekoesterde nalatenschap van de revolutionaire strijders Villa en Zapata betwistend. In hetzelfde jaar werden twee kopstukken van de PRI doodgeschoten en toen de nieuwe president Ernesto Zedillo die moorden liet onderzoeken, wees alles naar ex-president Salinas en zijn broer Raúl. Die laatste is inmiddels veroordeeld tot vijftig jaar gevangenisstraf, Carlos Salinas leeft in ballingschap. De broers bleken de spil van een netwerk van corruptie, fraude en drugshandel.

Na het demasqué van Salinas en zijn moderne Mexico en een economische crisis konden hervormingen niet uitblijven: Zedillo werd de eerste Mexicaanse president die verkiezingen organiseerde die in ieder geval zo eerlijk waren dat de PRI verloor. De `perfecte dictatuur' was ten einde. Weinbergs Homage to Chiapas besteedt weinig aandacht aan die politieke ontwikkelingen in Mexico-Stad: waarschijnlijk vanuit de opvatting dat de tegenstelling tussen de indianen en de machthebbers belangrijker zijn dan de interne veranderingen onder de machthebbers. In het tweede deel behandelt hij de strijd van rebellengroepen die zelden tot de buitenlandse pers doordringen.

Doodseskaders

Dat is goed. Want ook in zijn nu afgesloten regeerperiode mag president Zedillo de federale staat hervormd hebben, zijn beleid ten opzichte van de rebellen is een ouderwetse vuile oorlog, soms gerechtvaardigd door de war on drugs. Gedurende zijn bewind worden bloedbaden onder indianen aangericht door doodseskaders die in nauw contact met het leger staan, met de moord op 45 indianen in het dorpje Acteal als dieptepunt.

Het is begrijpelijk dat Weinberg zich beperkt tot het schrijven over de strijd van de zapatistas en hun geestverwanten – daarvan verwacht hij immers de tegenkracht die het wereldkapitalisme een halt moet toeroepen. Maar het is jammer dat hij de complexe verhouding tussen de zapatistas en de massacultuur niet verder heeft uitgediept. Wie alleen Weinbergs boek leest, zou nooit kunnen geloven dat er zich in februari 2001 vijfentwintig zapatistas in Mexico-Stad zullen melden om de vrede te bespreken met een ex-vertegenwoordiger van Coca-Cola in Mexico. Hoe sympathiek de hommage ook is, een analyse had niet misstaan.

Ook gespeend van politieke analyse is een pas verschenen Nederlands boek, Mexico. Hier komen alleen slechte vrouwen van Maartje Duin, het verslag van een jaar dat zij als studente doorbracht in de Centraal-Mexicaanse stad Querétaro. Bij haar is dat echter geen bezwaar. Ze maakt veel duidelijk over de moeizame relatie tussne de Mexicaan en de welwillende buitenlander. Duin (1975) heeft genoeg gemeenschappelijke ervaringen met de hippie-achtige jongeren op het stadsplein om vriendschap met ze te sluiten, maar uiteindelijk stuit ze steeds weer op de verschillen die duidelijk maken dat ze er nooit werkelijk bij zal horen, zoals Weinberg er ook niet in slaagt werkelijk tot zijn rebellen door te dringen. Het vriendje dat ze krijgt, laat ze weer achter. En ook het werk van de idealistische Nederlandse wetenschapper die ijvert voor het behoud van de indianentalen wil ze niet overnemen. Waar Weinberg zich aansluit bij de politieke strijd, probeert Duin uit te vinden waarom ze zich niet volledig kan engageren. Die vraag kan ze stellen, omdat ze schrijft zonder politieke agenda.

Weinberg eindigt zijn boek aan de grens met de VS. Aan de noordelijke kant van het hek, zo pepert hij zijn landgenoten in, is het leven kaal en leeg. Uit de observatie van Maartje Duin aan het slot van haar boek, aan dezelfde grens, blijkt wat Weinberg over het hoofd heeft gezien, namelijk dat armoede en romantiek niet altijd samengaan: `Waarom schokt deze armoede mij nu zoveel meer dan de armoede van de Tarahumara-indianen, vraag ik mij af', schrijft ze, `En dan weet ik het: dit is armoede zonder romantiek.'

Bill Weinberg: Homage to Chiapas. The New Indegenous Struggles in Mexico.

Verso, 456 blz. ƒ79,90

Maartje Duin: Mexico.

Hier komen alleen slechte vrouwen.

Podium, 205 blz. ƒ34,50