Duitsland: honger dreigt voor kalfjes

Met een algemeen verbod op diermeel sinds zaterdag en verplichte BSE-tests voor koeien ouder dan dertig maanden sinds woensdag loopt Duitsland een paar weken voor op Europa. De Duitse haast is ingegeven door de schok die de twee BSE-gevallen teweeg hebben gebracht in een land met de illusie dat eigen vlees vrij van vreemde smetten was.

Met die haast komen Duitse boeren ook voor acute problemen te staan. En ofschoon men instemt met drastische acties ten bate van de volksgezondheid - en in niet mindere mate als reddingsactie voor de ingestorte markt van rundvlees - bleek in sommige gevallen het hemd toch nader dan de rok. Zo meldden slachterijen in Sleeswijk-Holstein (epicentrum van de BSE-crisis) begin deze week een groter aanbod dan gebruikelijk van koeien boven de dertig maanden. Het heeft er alle schijn van, dat veehouders nog snel van hun gedoemde dieren afwilden. Groenen-Minister Müller (Milieu) van de deelstaat waarschuwde, dat dit vlees ook in de handel zal komen.

De Beierse voorman van de Duitse boeren, Gerd Sonnleitner, hield woensdag een pleidooi voor uitzonderingsbepalingen op het diermeelverbod ten behoeve van kalveren, waarvoor ondervoeding dreigt. ,,Wijngums van gelatine zijn nu verboden voor kalveren, maar voor kinderen nog toegestaan'', merkte Sonnleitner op. De verschillende deelstaten, zo meldde de Süddeutsche Zeitung gisteren, kunnen ook niet voldoen aan de nieuwe maatregelen mede door gebrek aan testcapaciteit. En dan nog, schreef het Handelsblatt: zestig procent van de runderen wordt al vóór de leeftijd van dertig maanden geslacht. Testen op BSE is dan zinloos. De onzekerheid blijft.