De virielste man van de stad

Hij is een meester in het kleineren, beledigen en vernederen. Rudy Giuliani, naar eigen zeggen `de beroemdste burgemeester ter wereld', heeft een chronische behoefte aan vijanden. Politieke tegenstanders kregen het advies `zich te laten nakijken'. Journalisten werden uitgemaakt voor `voyeurs'. Werklozen gaf hij advies voor zichzelf te beginnen: `Start een klein bedrijf. Open een snoepwinkel. Open een kiosk. Begin een limonadestand.'

Als officier van justitie in New York in de jaren tachtig nam zijn werklust toe naar mate hij vaker met de dood werd bedreigd. Als burgemeester, een decennium later, verstrekte hij `realiteitstherapie' aan Afro-Amerikanen, Portoricanen, Haïtianen, taxichauffeurs, straatverkopers en daklozen door hen te schofferen. Volgens een oud-medewerker lijdt hij aan pathologische woede. `Ik heb het dierenrijk bestudeerd', zei deze, `en de verhouding roofdier-prooi is er gracieuzer' dan in New York onder Giuliani.

Zijn beleid van zero tolerance vond niettemin nationaal en internationaal navolging. Giuliani, heette het, had een wonder volbracht: het herstel van New York als veilige en leefbare metropool. Over het resultaat viel nauwelijks te twisten; de methode riep wel vraagtekens op. Zijn persconferenties gaven een goed beeld van zijn bestuursstijl. Ze verliepen volgens een vast patroon: een inleiding bestaande uit een barrage van teruglopende misdaadcijfers, gevolgd door een lofzang op politie en brandweer en een nawoord waarin een facet van de `afhankelijkheidscultuur' de grond werd ingeboord. Was hij mild gestemd, dan refereerde hij aan zijn vader, de Italiaans-Amerikaanse immigrantenzoon Harold Giuliani, die hem bijbracht dat het in het leven `niet draait om liefde, maar om respect.'

Toen Giuliani in 1993 aantrad als burgemeester, daagde hij journalisten uit: `Probeer me bij te houden.' De poging daartoe, schrijft Wayne Barrett in het voorwoord van Rudy!, was `een psychedelische ervaring'. Barrett, redacteur van het progressieve tijdschrift The Village Voice, en televisiejournalist Andrew Kirtzman van de lokale zender New York 1 hebben beiden hun aantekeningen en observaties van de afgelopen jaren uitgewerkt tot biografieën. Vat op hun onderwerp hebben ze helaas niet gekregen. Hun boeken zijn te veel een hyperactief verslag van een zeven jaar durende achtervolgingstocht. Een eenvoudige opgave was het doorgronden van Giuliani niet; ondanks alle bravoure, ondanks zijn bombastische optredens en de licht melancholieke terzijdes over zijn vader bleef hij in essentie een raadsel.

Sneer

Met zijn voorliefde voor blonde vrouwen, honkbal, sigaren, opera en citaten uit The Godfather toonde Giuliani zich schatplichtig aan het Italiaans-Amerikaanse erfgoed. Italiaans-Amerikaans was ook zijn geslotenheid, of beter: zijn afkeer van de boterzachte vertrouwelijkheden waar president Clinton in uitblinkt. Hij had niet de behoefte `zijn pijn' met de bevolking te delen. Evenmin voelde hij voor `openhartige gesprekken' met presentatoren van praatprogramma's. Zijn dialoog met minderheden bestond uit de mededeling dat `ambitie geen vies woord is'. Zijn favoriete wapen was de sneer, gevolgd door een opgetrokken bovenlip en een grijns.

Hij wenste te worden afgerekend op resultaten, maar dat laten Barrett en Kirtzman helaas na. Ze tonen meer interesse in het veroordelen van hun onderwerp, dan in het analyseren van zijn persoon en beleid. Kirtzman blinkt uit in verontwaardigde terzijdes over Giuliani's `paranoia, zijn wantrouwen jegens buitenstaanders, zijn dwangmatige behoefte alles in zijn omgeving te controleren en vijanden te vernietigen'. Barretts boek is ambitieuzer van opzet, maar ook hij waagt zich niet aan een doorwrocht portret van Giuliani.

Een gedeelte van Rudy! mag er zijn. Barrett heeft achterhaald dat Giuliani's vader Harold in de jaren dertig bijna anderhalf jaar gevangen zat wegens een gewapende roofoverval op een melkboer. Ook Harolds avonturen als barhulp in een café van een familielid verdienen minder `respect' dan Rudy journalisten later voorhield. Gewapend met honkbalknuppel en pistool werd hij er door café-eigenaar en maffialid Leo D'Avanzo op uitgestuurd om `karweitjes' op te knappen, zoals het innen van woekerwinsten op leningen.

Rudy werd in 1944 geboren. Hij doorliep in de jaren vijftig en zestig het katholieke schoolsysteem van New York. De jaren zestig beleefde hij volgens Barrett niet op straat, maar in de universiteitsbibliotheek. Hij was tegen de oorlog in Vietnam en voor gelijke rechten voor minderheden, maar een `beroepsactivist' was hij niet. Als student rechten aan de New York University steunde hij de politieke aspiraties van Robert Kennedy. Tot en met de presidentsverkiezingen van 1972 was hij een overtuigd Democraat. Dat veranderde toen hij als jurist diende in de regering van de Republikeinse president Gerald Ford. Begin jaren tachtig trad hij toe tot de Republikeinse partij. Hij was als onderminister van Justitie in de regering-Reagan, belast met het indammen van de immigratie van Haïtiaanse bootvluchtelingen.

Maffia

De bootvluchtelingen dreven hem in de armen van verslaggever Donna Hanover, die in Florida voor een plaatselijk tv-station werkte. Giuliani's eerste huwelijk, met zijn nicht Regina Peruggi, werd ontbonden. Hanover was volgens Berrett Giuliani's type: blond, intelligent en ambitieus. Zij was de drijvende kracht achter zijn terugkeer naar New York in 1983, waar hij als officier van justitie de aanval opende op de georganiseerde misdaad, corrupte politici en malafide beursspeculanten. Hij vestigde zijn reputatie met de arrestatie van `de commissie', vijf maffialeiders die hij op beschuldiging van collectieve afpersing achter slot en grendel wist te krijgen. Van de arrestatie van de Dons maakte hij met behulp van Hanover een mediaspektakel: na een dramatische persconferentie volgden talkshows, congressen en lezingen. Giuliani citeerde weer uit The Godfather en deed uit de doeken de maffia te hebben gebroken na lezing van A Man of Honor van ex-maffiabaas Joe Bonanno. Zijn echtgenote liet zich interviewen in de tijdschriften, waarin ze uitweidde over haar huwelijk met `de meest viriele man van de stad', een toegewijd vader bovendien.

Dat hij in 1989 geen burgemeester werd, was een klap. Giuliani maakte de fout met zijn tegenstander, de zwarte Democraat David Dinkins, te dingen naar de gunst van de progressieve kiezer. In 1993 herstelde hij zich. Na een campagne waarin hij hamerde op de traditioneel Republikeinse thema's orde en gezag wist hij Dinkins nipt te verslaan. Een grote schoonmaak volgde. Buurten werden opgeknapt, agenten kregen de ruimte en het bedrijfsleven werd gepaaid met belastingvoordeeltjes. Daklozen verdwenen ondergronds of weken uit; bedelaars werden gearresteerd. Vielen er slachtoffers door onbesuisd politieoptreden, dan kregen de agenten steevast `het voordeel van de twijfel'. Zowel Barrett als Kirtzman wijst erop dat reeds onder Dinkins de trend werd ingezet van lagere misdaadcijfers en dat de criminaliteit in de jaren negentig bovendien nationaal afnam. Tandenknarsend erkennen ze dat Giuliani met de eer ging strijken. In 1997 werd hij met grote meerderheid herkozen.

Nadat hij op nationale televisie verklaarde van New York de `grootste veilige stad van Amerika' te hebben gemaakt, riep hij in zijn tweede termijn op tot een `verbetering van het beschavingsniveau'. Automobilisten die het verkeer ophielden werden bekeurd, evenals `straatvervuilers' en voetgangers die de straat overstaken zonder het zebrapad te gebruiken. Slachtoffers van politiegeweld werden zwart gemaakt: ze hadden of geen fatsoenlijk gezinsleven of een crimineel verleden. Dat maakte hen blijkbaar legitieme doelwitten voor agenten. Een museum in Brooklyn dat moderne kunst tentoonstelde die `in een psychiatrische kliniek thuishoort' werd tot publieksvijand verklaard. Helikopters strooiden tonnen insekticide uit over Manhattan, om gevaarlijke muggen uit te roeien. Zelfs bewonderaars begonnen zich af te vragen of de burgervader zijn mandaat niet overschatte.

Liefde

Een nieuwe uitdaging lokte: de Senaatszetel van de staat New York kwam vrij, Giuliani toonde interesse. Hij stuurde bedelbrieven aan donoren, waarin zijn tegenstander Hillary Clinton `anti-religieus' werd genoemd. New York maakte zich op voor de spannendste senaatsverkiezingen van de eeuw. En toen voltrok zich een nieuw wonder: de man die New York had `gered' blies in vier persconferenties zijn loopbaan op. Op 27 april maakte hij wereldkundig te lijden aan prostaatkanker. Op 3 mei bevestigde hij geruchten over een buitenechtelijke relatie met een gescheiden vrouw, Judith Nathan. Op 10 mei kondigde hij aan van plan te zijn te scheiden. Op 19 mei trok hij zich terug uit de race. Zijn val was hard: nadat zijn plaatsvervanger, Rick Lazio, in november had verloren van Hillary Clinton, kreeg hij de schuld. Volgens insiders maakt hem dit `geen donder uit'. Hij is een nieuw leven begonnen met Judith Nathan. Hij overweegt zijn memoires te schrijven: hij wil de `raciale stereotypering' van zijn vader in het boek van Barrett recht zetten. In een opzicht, heeft hij laten weten, zat zijn vader er naast: liefde is bij nader inzien toch belangrijker.

Wayne Barrett: Rudy!

An Investigative Biography of Rudy Giuliani. Basic Books, 498 blz. ƒ76,60

Andrew Kirtzman: Rudy Giuliani. Emperor of the City.

Harper Collins, 333 blz. ƒ69,–