Chaos bedreigt eiland van stabiliteit in Afrika

Vier politici vechten om de erfenis van de vader des vaderlands in Ivoorkust. Vreemdelingenhaat hanteren ze als wapen. De parlementsverkiezingen zondag kunnen de lont in het kruitvat zijn.

Zelfs de populaire Ivoriaanse musicus Alpha Blondy dreigt slachtoffer te worden van de groeiende xenofobie in zijn land. Opgehitste zuiderlingen hebben hem sinds kort het brandmerk `noorderling' opgeplakt. Begin deze week ontdekte hij in de hoofdstad Abidjan een complot van studenten om hem te vermoorden. ,,Heethoofden maken nu de dienst uit in Ivoorkust'', lamenteert hij, ,,alleen Mandela of Kofi Annan kunnen ons land nog redden.''

De schrijver Maurice Bandaman vreest ook voor de toekomst. ,,We zijn de weg van de bloedbaden ingeslagen'', zegt hij. ,,Als de machthebbers geen andere koers inslaan, staat ons een vloedgolf van gewelddadigheden te wachten. Vreemdelingenhaat is makkelijk op te wekken maar vrijwel niet te stoppen.''

Ivoorkust, eens een eiland van stabiliteit in West-Afrika, glijdt razendsnel af naar de chaos. Vier ambitieuze politici vechten om de erfenis van de vader des vaderlands, de in 1993 overleden president Felix Houphouët Boigny. Zij wakkeren bij de machtsstrijd tribale en regionale tegenstellingen aan en spelen met het lot van miljoenen immigranten. Door de parlementsverkiezingen zondag kunnen de spanningen verder oplopen omdat de oppositiepartij van de noordelijke politicus Alassane Ouattara oproept tot een boycot, zoals ze bij de presidentsverkiezingen in oktober ook heeft gedaan.

De vier hoofdrolspelers leerden het vak allemaal onder Houphouët Boigny. Henry Konan Bédié was diens kroonprins maar werd een jaar geleden afgezet tijdens een militaire staatsgreep geleid door generaal Robert Guéï. Guéï diende als legercommandant onder Houphouët Boigny. Hij werd in oktober van dit jaar verdreven door aanhangers van de socialist Laurent Gbagbo, de huidige president. Gbagbo voerde jarenlang oppositie tegen Houphouët Boigny maar behoort wel tot diens groep van zuidelijke stammen die domineren in de politiek. Alleen de noorderling Alassane Ouattara, die premier was onder Houphouët Boigny, heeft het nooit tot staatshoofd gebracht.

Houphouët Boigny begon al vóór de onafhankelijkheid in 1960 te bouwen aan een machtsconstellatie van rijke plantagehouders, zakenlui en stamhoofden. Zijn trouwe bondgenoot Frankrijk verleende hem de noodzakelijke economische, politieke en militaire steun. Hij liet miljoenen West-Afrikaanse gastarbeiders toe die in belangrijke mate bijdroegen aan het economische succes van Ivoorkust. Eenderde van de bevolking is nu afkomstig uit buurlanden. Hoewel het machtscentrum in het zuiden lag, betrok de president ook noordelijke politici bij zijn beleid. Zijn goedaardige autoritaire stijl zorgde voor politieke stabiliteit, economische vooruitgang en harmonie onder de bevolking.

Het intelligent opgebouwde netwerk begon na de dood van de president te ontrafelen. Henry Konan Bédié introduceerde in 1995 het concept van `Ivoirité'. De drie miljoen buitenlanders en de twee miljoen Ivorianen van buitenlandse oorsprong werden plots als tweederangs burgers aangemerkt. Ze kregen de schuld van de groeiende economische malaise waarmee het land te kampen had.

Generaal Robert Guéï kwam op een golf van woede over Bédié's corruptie en verdeel-en-heers-politiek aan de macht en pleitte aanvankelijk voor verzoening. Maar hij wilde de macht niet meer opgeven. Ook hij begon de Ivorianen tegen elkaar uit te spelen.Ook hij gaf af op de buitenlanders.

Sinds zijn `volksrevolutie' in oktober voert president Laurent Gbagbo eenzelfde beleid. Hij roept op tot verzoening tussen christelijke zuiderlingen en islamitische noorderlingen maar zijn partijkrant Notre Voie maakt Quattara uit voor anti-Christ. Hij bespeelde net als zijn twee voorgangers het Hooggerechtshof dat Ouattara eerst uitsloot van deelname aan de presidentsverkiezingen en daarna aan de parlementsverkiezingen omdat hij geen `echte Ivoriaan' zou zijn. ,,Er komt een moment dat een land geen immigranten meer nodig heeft'', dreigt Ggagbo.

Kop-van-jut is de koppige Ouattara. Bédié vaardigde een arrestatiebevel tegen hem uit, Guéï noemde hem een landverrader en Gbagbo vindt hem een rebel. In zijn eigen partij wordt druk uitgeoefend op Ouattara om terug te treden. Maar Ouattara wil van geen wijken weten. Na zijn uitsluiting door het Hooggerechtshof vorige week, gingen zijn aanhangers maandag de straat op en werden door het leger bij tientallen neergeknald. Enkele van zijn partijgenoten lieten merken geen heil te zien in een boycot van de verkiezingen maar hun standpunt werd gesmoord in het straatgeweld.

Ivoorkust is nu een verdeelde natie. Kerken en moskeeën gaan in vlammen op en betogers werpen wegversperringen op om automobilisten te controleren op hun tribale achtergrond. Aanhangers van Gbagbo vermoorden noorderlingen en volgelingen van Ouattara doden zuiderlingen. In zuidelijke dorpjes worden immigranten uit Mali en Burkina Faso verjaagd die daar al jaren wonen. In het noorden verdrijven woedende inwoners zuidelijke ambtenaren. En op de arbeidsmarkt is discriminatie tegen buitenlanders en noorderlingen inmiddels een dagelijkse praktijk.

,,De vier worstelaars moeten concessies doen'', concludeert de Ivoriaanse politicologe Foussena Djagbo, ,,anders gaat Ivoorkust ten onder.'' De oproep lijkt aan dovemans oren gericht.