België: `stockeren', dan verbranden

In België moeten volgens het ministerie van Landbouw 260.000 tot 280.000 runderen van boven de dertig maanden worden getest. De Boerenbond in Leuven telt ook de `twijfelgevallen' onder de dertig maanden mee en komt op 400.000 tests. Maar welk getal er ook telt, testen is geen groot probleem in België. Geen land in Europa heeft zoveel geaccrediteerde laboratoria. Dit is deels een gevolg van de dioxinecrisis vorig jaar; in korte tijd moest vlees toen veilig worden verklaard.

Wel is er een gebrek aan verbrandingsovens voor slachtafval en kadavers. ,,Wat niet direct verbrand kan worden, zullen wij `stockeren' (bewaren) en later verbranden'', zegt de woordvoerster van Landbouwminister Gabriëls. Nu al worden cementfabrieken ingeschakeld om te helpen, maar die hebben een maximale capaciteit van 100.000 a 150.000 ton per jaar. In Vlaanderen alleen al ligt er een berg slachtafval van 700.000 ton op verbranding te wachten. ,,Stockeren komt dus neer op minstens zes à zeven jaar bewaren'', zegt woordvoerder Roger Saenen van de Boerenbond. In regeringskringen wordt overigens wel gevreesd dat er door de verwachte extra verbrandingen weer een nieuw probleem bijkomt: dioxines in de lucht.

Het grootste probleem zijn de kosten, volgens minister Gabriëls 10 miljard frank (550 miljoen gulden) per jaar. De Boerenbond houdt het op 15 miljard: ,,Als je meer test, vind je ook meer BSE, en moet je dus meer runderen slachten en verbranden''. De boeren hebben zelf een solidariteitsfonds. Maar zij vinden dat de regering hun tegemoet moet komen om de extra kosten voor voeding zonder dierlijke eiwitten en het ophalen van kadavers te helpen dekken.