Begenadigd primitief

Een festivalprogrammeur verklapte niet zo lang geleden dat hij serieus overwoog om Amerikaanse independent films per definitie niet meer te bekijken, omdat kwaliteit daar tegenwoordig zo zeldzaam is als een naald in een hooiberg. Even lijkt Once We Were Strangers, deNew-Yorkse debuutfilm van Emanuele Crialese uit 1998, die witte raaf te zijn.

In een reeks totaalshots, die steeds een dialoog bevatten waarin een autochtoon een verse immigrant hooghartig toespreekt, maken we kennis met de beide hoofdpersonen: de Italiaan Antonio en de Indiër Apu. De eerste is een illegale immigrant die verliefd wordt op een radiopresentatrice, de tweede staat op het punt zijn gearrangeerde bruid uit India van het vliegveld te halen. De scènes zijn geestig en bevatten veel couleur locale, maar al snel blijkt de afwezigheid van close-ups niet systematisch te zijn. Dan gaan ook het houterige acteren en de slome, onhandige montage irriteren, en rijst het vermoeden dat Crialese zo statisch filmt omdat hij niet op het idee komt zijn camera te laten bewegen of in en uit te zoomen. Ook de consequente toepassing van pittige klezmermuziek om actieloze scènes op te peppen smaakt naar een noodgreep.

Maar de fraaie compositie van beelden, de rake catalogisering van slechts op gewin gericht gedrag van New-Yorkse passanten en de meeslepende romantische ontwikkelingen in het schematisch geconstrueerde scenario doen dan toch weer talent vermoeden bij Crialese. Zou hij een begenadigde primitief zijn?

Het kan nauwelijks toeval zijn dat Apu en Antonio dezelfde namen dragen als de hoofdpersonen in de trilogie van Satyajit Ray en in Vittorio De Sica's Fietsendieven. Ook Ray en de Italiaanse neorealisten maakten immers van `primitiviteit' filmkunst. Misschien verwerft ook Once We Were Strangers nog wel eens een plaatsje in de filmhistorie, als een onhandig, sympathiek en vaag veelbelovend debuut. Fris is het zeker, maar ook het zoveelste bewijs dat in de onafhankelijke Amerikaanse filmproductie rond de millenniumwisseling het wiel steeds opnieuw uitgevonden wordt.

Once We Were Strangers (Emanuele Crialese, VS, 1998), Ned.3, 23.35-1.10u.