Basisvorming

EINDELIJK. Een sociaal-democraat erkent dat doel en middel in het onderwijs een gecompliceerde verhouding met elkaar hebben. Het ideaal was helder: kinderen moeten gelijke kansen krijgen. Maar de werkelijkheid bleek weerbarstiger: kinderen zijn niet per definitie gelijk. Het heeft even geduurd – de plannen voor een middenschool meegerekend, ruim een kwart eeuw – maar nu heeft staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) toegegeven dat er iets fout is gegaan met de basisvorming, die in 1993 als halve middenschool en met veel fanfare werd ingevoerd.

De basisvorming in het voortgezet onderwijs zal daarom worden aangepast aan de realiteit. Alle kinderen moeten in het voortgezet onderwijs een verplicht vakkenpakket blijven volgen. Maar daarbuiten zal variatie worden toegestaan. Voor kinderen vanaf 12 jaar die goed kunnen leren, wordt het programma zwaarder. Leerlingen die daarmee juist moeite hebben, zullen een lichter programma krijgen. Adelmund wil meer niveaus scheppen in de eerste fase van het voortgezet onderwijs en hoopt de leerlingen zo te stimuleren in plaats van af te remmen of te ontmoedigen.

De staatssecretaris volgt hiermee een reeds bestaande praktijk op veel scholen. Adelmund heeft niettemin een belangrijke stap gezet. Zij heeft het aangedurfd haar voortschrijdende inzicht om te zetten in beleid. Daar werd in bredere kring al langer op aangedrongen. Maar haar eigen partij, de PvdA, weigerde zich daarbij neer te leggen. De basisvorming was een principiële verworvenheid geworden, waarop de sociaal-democraten sinds het fiasco met de invoering van de middenschool al hun kaarten bleven zetten. De woordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer had afgelopen week nog steeds moeite het over de lippen te krijgen. Maar tussen het gemompel over de idealen van weleer klonk onmiskenbaar realisme door. Ook de PvdA zal zich niet verzetten tegen de beleidswijziging van partijgenoot Adelmund. Daarmee is een ruime meerderheid in de Tweede Kamer verzekerd.

NIET MINDER belangrijk is dat scholen ruimte krijgen om in de klas vorm te geven aan de nieuwe basisvorming - het woord blijft bestaan, het zou te veel gevraagd zijn het begrip meteen af te schaffen. De Onderwijsraad moet voor 2004 een nieuw lesprogramma ontwikkelen. Maar dat laat onverlet dat de leraren zelf weer ruimte krijgen. Als regering en parlement het onderwijs nu verder niet meer bezighouden met hun theoretische exercities en zich vooral gaan bekommeren om een effectieve besteding van de extra middelen die worden uitgetrokken, is er zowaar reden voor voorzichtig optimisme.