WOORDENBOEK

In het nieuwe belastingstelsel duiken tal van oude en nieuwe begrippen op. Over boxen en heffingskortingen.

Aanmerkelijk belang Wie ten minste vijf procent van de aandelen in een BV of NV bezit, beschikt over een zogeheten `aanmerkelijk belang'.

Aanslag De aanslag is de belastingschuld die de fiscus vaststelt naar aanleiding van de ingevulde aangifte voor de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting. De belastinginspecteur kan de aanslag ook vaststellen zonder dat er aangifte is gedaan.

Voorlopige aanslag Een definitieve aanslag kan vooraf worden gegaan door een voorlopige aanslag. Hierop staat de belastingschuld zoals die waarschijnlijk zal worden vastgesteld op de definitieve aanslag. Een voorlopige aanslag moet verplicht betaald worden.

Aanslagnummer Op de aanslag staat een aanslagnummer. Dit is opgebouwd uit drie elementen. De eerste negen cijfers zijn het sofi-nummer. De daaropvolgende letter geeft aan om wat voor soort belasting het gaat (H voor inkomstenbelasting, M voor motorrijtuigenbelasting enz.). Na de letter komen nog twee cijfers: de eerste geeft aan over welk jaar de aanslag gaat (9 staat dan voor 1999), het tweede cijfer geeft aan wat voor soort aanslag het is (bijvoorbeeld 0 voor voorlopige aanslag, 6 voor definitieve aanslag).

Belastingplichtig Dat is iedereen die volgens een van de Nederlandse belastingwetten verplicht is aangifte te doen van een bepaalde belasting. Wie een belastingbiljet ontvangt, is verplicht dit in te vullen en weer terug te sturen.

Bezwaar Wie het oneens is met de opgelegde aanslag kan een bezwaarschrift indienen bij de Belastingdienst waar de aanslag is vastgesteld. De inspecteur kan het bezwaar goed- of afkeuren.

Boxen Vanaf 2001 zijn er voor de inkomstenbelasting drie soorten belastbare inkomens: inkomen uit werk en woning, inkomen uit aanmerkelijk belang en inkomen uit sparen en beleggen. Deze inkomens zijn ondergebracht in drie zogeheten boxen.

Eigenwoningforfait Heette tot nu toe het huurwaardeforfait. Het eigen-woningforfait (dat alleen geldt voor de woning die het hoofdverblijf is) moet worden opgeteld bij het inkomen in box 1.

Heffingskorting Met ingang van volgend jaar wordt er niet meer gesproken over belastingvrije bedragen en tariefgroepen. Daarvoor in de plaats komen de heffingskortingen, kortingen op de te betalen belasting. De heffingskortingen bestaan uit: een algemene heffingskorting, een arbeidskorting, een kinderkorting, een aanvullende kinderkorting, een combinatiekorting, een alleenstaande-ouderkorting, een aanvullende alleenstaande-ouderkorting, de ouderenkorting en de aanvullende ouderenkorting.

Heffingsrente Dat is de rente die belastingplichtigen ontvangen als ze `te lang' op hun geld hebben moeten wachten of wat ze moeten betalen als de fiscus te lang op zijn geld moet wachten. Deze rente heeft betrekking op belasting die wordt geheven in box 1.

Invorderingsrente De rente die belastingplichtigen verschuldigd zijn als ze de premie pas voldoen na de (laatste) betalingstermijn.

Persoonsgebonden aftrek Dit is een optelsom van verschillende soorten uitgaven. Deze aftrek staat los van de inkomsten in de drie boxen. Voorbeelden zijn aftrekposten voor alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen, ziektekosten en andere bijzondere uitgaven en studiekosten en andere scholingsuitgaven.

Reisaftrek Het reiskostenforfait wordt in het nieuwe belastingplan afgeschaft. Alleen wie met het openbaar vervoer komt of met de fiets (over een bepaalde afstand) komt in aanmerking voor een reisaftrek.

Voorlopige teruggave Na afloop van een belastingjaar kunnen belastingplichtigen de (eventueel) door de werkgever te veel ingehouden loonbelasting/premie terugkrijgen. Via een verzoek om voorlopige teruggave kan dit al eerder gebeuren. Ook kan de voorlopige teruggave worden gebruikt om op voorhand al geld te krijgen voor bepaalde aftrekposten en een aantal heffingskortingen.

Bron: Belastingdienst, Belastingplein (www.belastingplein.nl)