Welvaart EU blijft immigratie prikkelen

De Europese Unie groeit. Vanaf 2004 gaat de EU-deur open voor landen uit Midden- en Oost-Europa. Wat zijn de gevolgen voor Nederland? De arbeidsmarkt zal er niet veel van merken.

De Europese Unie heeft tamelijk veel ervaring met uitbreidingen. Wat vijftig jaar geleden begon als een samenwerkingsverband van zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland), is successievelijk uitgebreid met Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (1973), Griekenland (1981), Spanje en Portugal (1986) en Finland, Oostenrijk en Zweden (1995). En eigenlijk hoort de voormalige DDR, die in 1990 werd verenigd met West-Duitsland, ook in dit rijtje thuis.

Valt er op grond van de ervaringen die daarbij zijn opgedaan iets te zeggen over de gevolgen voor de Nederlandse arbeidsmarkt? Bij de toetreding van Spanje, bijvoorbeeld, borrelde er nogal wat angst op over de vele migranten die het wegvallen van de belemmeringen in het personenverkeer zouden aangrijpen om de hogere welvaart en de betere voorzieningen in Noordwest-Europa op te zoeken.

Van die gevreesde toestroom is in de statistieken niets terug te vinden. Sterker nog, doordat het economisch in de toenmalige Gemeenschap niet zo goed ging, nam de Spaanse arbeidsmigratie naar het noorden af. In plaats daarvan kwam er een gestage stroom van bemiddelde en zonminnende vijftigplussers naar het zuiden op gang. De werkloosheid in Spanje ligt nog steeds boven het EUgemiddelde, maar in sommige sectoren (landbouw, bouw) is personeel momenteel zó schaars dat het bedrijfsleven en de regering-Aznar proberen de nood te lenigen met migranten uit Afrika.

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 klonken in West-Europa opnieuw bezorgde geluiden, nu over vluchtelingen en asielzoekers uit Oost-Europese landen. Ook daarvan is in de praktijk niet veel gebleken, zo concludeerde onderzoeker J.W. van der Meulen van het Nederlands Instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. Tussen 1980 en 1989 emigreerden één miljoen Polen, na 1989 werden dat er beduidend minder. Alleen landen waar de `dubbele transitie' (democratisch en economisch) stagneert, zoals Roemenië, laten een afwijkend patroon zien.

Er zijn naar het mogelijke migratie-effect van de EU-uitbreiding in oostelijke richting verschillende studies verricht. Het Centraal Planbureau haalt er in zijn Macro Economische Verkenning voor 2001 twee aan. In het ene onderzoek wordt het aantal migranten uit Midden- en Oost-Europese landen dat naar de `oude' Unie zal gaan op een termijn van vijftien jaar becijferd op 3 miljoen. In het andere onderzoek staat de teller na dertig jaar op 4 miljoen. Volgens deze laatste studie zou dat voor Nederland dan gaan om zo'n 44.000 migranten, ruim vier keer zoveel als op dit moment.

Hoofd Europese comparatieve analyse van het Centraal Planbureau (CPB) dr. R.A. de Mooij zegt dat deze getallen niet meer dan een voorzichtige indicatie geven. ,,Veel zal uiteindelijk afhangen van hoe het, zowel in de huidge EU als in de kandidaat-lidstaten, met de economie zal gaan. Momenteel ligt de groei in de meeste kandidaat-landen boven het EU-gemiddelde. Dat is goed voor de werkgelegenheid, waardoor de animo voor migratie in beginsel afneemt.''

Daar staat tegenover dat het hoge welvaartspeil immigratie blijft prikkelen. Wat dat betreft zijn de verschillen nu groter dan destijds bij Spanje het geval was. Het bruto binnenlands product van Spanje lag in 1986 aan de vooravond van de toetreding op 70 procent van het EU-gemiddelde. De achterstand van bijvoorbeeld Polen is thans beduidend groter. Het Poolse bbp bedroeg in 1998 nog geen 40 procent van het EU-gemiddelde.

Iets zal de Nederlandse arbeidsmarkt dus wel van de EU-uitbreiding merken. Niet alleen in het arbeidsaanbod, ook in de loonverdeling. Want doordat de meeste migranten, ondanks een relatief hoge opleiding, toch in laagbetaalde banen terechtkomen, is enige druk op de lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verwachten. ,,Maar hoe dan ook'', voorspelt De Mooij, ,,voor de Nederlandse arbeidsmarkt zal het migratie-effect gering zijn.''

Voor Duitsland en Oostenrijk, buurlanden van kandidaat-lidstaten, ligt dat anders, en dat verklaart ook waarom zij er op staan dat de EU-aspiranten hun asiel- en migratiebeleid, inclusief de grenscontroles aan de toekomstige EU-oostgrens met het oog op transito-migranten, snel op orde brengen. Zolang dat niet is gebeurd, bestaat de kans dat aan het vrije personenverkeer tussen de oude en de nieuwe Unie beperkingen worden verbonden.

Dit is het derde artikel in een korte reeks over de gevolgen van de EU-uitbreiding voor Nederland. De vorige stonden op 16 en 22 november in de krant.