Warme winter

Sinterklaas had een luchtige zomertabberd kunnen aantrekken dit jaar, zo zacht was het begin december in Nederland. Elders in Europa heeft aanhoudende regenval voor grote overlast gezorgd. Zijn dit de klimatologische gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen? Waarschijnlijk niet. Nog maar kort geleden pleitte Ad Melkert, als minister van Sociale Zaken met een warme sjaal uitgedost, voor een koudetoeslag in Nederland omdat de winter van 1996/'97 zo hardvochtig vroeg inviel.

De oorzaken van klimaatveranderingen werpen niet op de termijn van enkele jaren dramatische effecten af. Het gaat over langlopende bewegingen waarop kosmische en geologische processen van grote invloed zijn. Na de ijstijden is de aarde ook opgewarmd en wereldwijd zijn gletschers in het hooggebergte al anderhalve eeuw langzaam aan het smelten. Dat kan moeilijk aan de CO2-uitstoot door de verkeersdrukte in de Randstad van het jaar 2000 geweten worden.

Twee weken geleden mislukte in Den Haag de achtste VN-Klimaatconferentie op de onmacht van de Europese Unie om onderling tot overeenstemming te komen en gezamenlijk een akkoord te sluiten met de Verenigde Staten. Sindsdien zijn veel verwijten gemaakt – het televisieprogramma Buitenhof wist met stelligheid dat het de schuld was van de Amerikaanse olielobby achter George W. Bush – maar is weinig geanalyseerd. Was een akkoord nuttig geweest? Zou het een verschil hebben gemaakt? Is een VN-conferentie met 180 landen de beste manier om klimaatkwesties aan te pakken?

Milieu is een seculiere godsdienst geworden. Bij klimaatconferenties wordt nauwelijks gesproken over de invloed van zonnevlekken, meteorieten of vulkanische erupties, maar des te meer in termen van goed en kwaad van het menselijk handelen. Menselijk ingrijpen verstoort de onveranderlijke, goddelijke natuur. Tegenover de demonische economie staan sobere levensvormen. De zondige mens moet gestraft worden en lijden. Zoals vergadervoorzitter Pronk tijdens de conferentie zei: zijn voorstellen zouden alle deelnemers pijn doen.

Net als bij de evolutietheorie of de biotechnologie staat een religieus wereldbeeld bij voorbaat een open discussie in de weg. Maar brengt lijden ook de verwachte verlossing? Het protocol van Kyoto voor beperking van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen is tot nu toe uitsluitend door ontwikkelingslanden ondertekend. Gezien hun achterstand in ontwikkeling zijn ze uitgezonderd van maatregelen om hun emissies te beperken. Maar China brengt nu al evenveel schadelijke stoffen in het milieu als de hele Europese Unie, en India evenveel als Duitsland. Investeringen in schone technologie is in die landen dringend gewenst, zeker als men er van uitgaat dat het energieverbruik daar met de groei van de welvaart zal toenemen. De val van het communisme in Oost-Europa heeft aangetoond hoeveel milieuwinst met betere productiemethoden is te behalen.

De wereldwijde beperking van de uitstoot van broeikasgassen moet volgens het verdrag van Kyoto van de industrielanden komen. Maar zelfs als deze zich zouden houden aan de afgesproken doelstellingen, wat onwaarschijnlijk is, dan is het effect over vijftig jaar op de matiging van de temperatuurstijging volgens deskundigen marginaal.

Milieu-activisten grijpen dit aan om te roepen: er moeten radicaler maatregelen genomen worden om te voorkomen dat de aarde vergaat. Afgezien van voorstanders van economische regressie – terug naar de levensstijl van arcadische samenlevingen – gelooft niemand daarin. De voorgestelde oplossingen schieten ook tekort. Men hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken dat zonnepanelen met een gelegenheidssubsidie van minister Jorritsma, of windturbines bij de dijken, onvoldoende energie leveren om een welvarende postindustriële samenleving draaiende te houden. Een alternatief dat wat betreft broeikasgassen schoon is, kernenergie, is al eerder in de ban gedaan. De Franse president Chirac kon op de milieuconferentie onder applaus opmerken dat de Verenigde Staten per inwoner drie keer zoveel energie gebruiken als de Fransen, maar hij vermeldde wijselijk niet dat Frankrijk zijn energie goeddeels via atoomstroom opwekt.

De mislukking van de conferentie in Den Haag is slecht nieuws voor de tropische bossen. Met een akkoord hadden industrielanden een deel van hun maatregelen kunnen `kopen' door in ontwikkelingslanden het behoud van tropisch oerwoud of herbebossing te financieren. Dit was voor de radicale groenen, onder wie de Franse en Duitse milieuministers, onaanvaardbaar: de industrielanden, de VS voorop, zouden door deze aflaat niet gedwongen worden in hun eigen energieverbruik te snijden.

Valt er dan helemaal niets te beginnen? Natuurlijk wel. In de Verenigde Staten onderhandelen milieulobby's steeds vaker direct met grote ondernemingen om afspraken te maken over energiezuiniger of milieuvriendelijker productie. Dat zet zoden aan de dijk en er is een wederzijds belang mee gediend. Er zijn voorts genoeg concrete overheidsmaatregelen te bedenken die economische verspilling tegengaan en bijdragen aan beperking van de broeikasgassen. Duitsland kan zijn subsidies op steenkool intrekken, Nederland de subsidies op energie voor kassen en industriële grootverbruikers. Als de Verenigde Staten van mening blijven dat een liter mineraalwater duurder moet zijn dan benzine, kunnen ze strengere eisen aan het energieverbruik van auto's stellen, zoals eerder in Californië met de Clean Air Act is gedaan.

Beperking van de bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden die nog een lange weg in stijgend energiegebruik voor hun welvaartsgroei te gaan hebben, is een andere dringende noodzaak. Want als ergens statistisch verband tussen bestaat, dan is het tussen de groeiende wereldbevolking en de toenemende druk op het milieu. Maar dat is een kwestie van generaties en welvarende Westerlingen hoeven er niet onmiddellijk iets voor op te geven. Het past niet in het verlossingsmodel en krijgt daardoor onvoldoende aandacht. Maar mensen stoten ook CO2 uit.

rjanssen@nrc.nl