Verwarring definitie maakt keuze lastig

``We hadden veel telefoontjes verwacht, maar eerlijk gezegd belt er niemand.'' De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), sectie freelancers, is enigszins verbaasd. De nieuwe belastingwet heeft zeker consequenties voor freelancers, maar die zijn er nauwelijks mee bezig. Dat is ook de indruk van de makers van Freelance Magazine, een Kluwer-uitgave die zich met name richt op de arbeidsrechtelijke aspecten van freelancen.

De Belastingdienst gaf een speciale folder uit om freelancers te informeren over de veranderingen die het nieuwe stelsel met zich meebrengt voor hen. Voornaamste struikelblok bij het bepalen van de individuele consequenties, vormt de verwarring – bij werkenden én opdrachtgevers – over de begrippen freelancer en ondernemer. Wie wil weten welke consequenties het nieuwe stelsel heeft voor zijn fiscaal-financiële positie, moet eerst vaststellen welk etiketje op hem van toepassing is. Pas dan kan hij nagaan welke aftrekposten in zijn geval zijn afgeschaft en welke nieuwe regelingen van toepassing zijn.

Volgens een rekensom van Freelance Magazine gaat de gemiddelde freelancer er licht op achteruit; het tijdschrift gaat uit van een alleenstaande zonder kinderen, met beperkte aftrekposten (geen hypotheek) en een vrij laag inkomen. Belangrijk verschil met vorig jaar is dat consumptief krediet (veel voorkomend onder freelancers) niet meer aftrekbaar is en een lijfrentepolis slechts beperkt. De NVJ en de Belastingdienst laten weten geen onderzoek te hebben gedaan naar de inkomenseffecten van de nieuwe wet voor freelancers.

Het begrip freelancer is nooit goed gedefinieerd, maar lijkt vooral betrekking te hebben op de wijze waarop iemand werkt. Hij/zij is een zelfstandig werkende, die niet in loondienst is noch zelf personeel in dienst heeft. De ondernemer is een juridisch-fiscaal begrip; om het te zijn, dient iemand te voldoen aan een aantal voorwaarden van de Belastingdienst. Die voorwaarden zijn in de nieuwe belastingwet strenger geworden. Een `echte' ondernemer voert een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal, heeft eigen vermogen in zijn zaak gestoken, is zelf aansprakelijk voor eventuele schulden en kan verwachten dat zijn bedrijf winst maakt. Een zelfstandige die freelance werkt, kan voldoen aan deze eisen, maar volgens betrokkenen is slechts een minderheid ondernemer. Mogelijk neemt hun aantal wel toe. Freelancen wordt van oudsher geassocieerd met creatieve beroepsgroepen als journalisten, fotografen, vertalers en kunstenaars, maar onder invloed van de bloeiende economie ontdekken steeds meer mensen het freelancen. Onder hen veel bouwvakkers, de zzp'ers (zelfstandigen zonder personeel), mensen in de gezondheidszorg en de informatietechnologie en p&o'ers (veel managementfuncties).

De freelancer die geen ondernemer is, moet vanaf 2001 kiezen hoe zijn inkomsten worden belast: alsof hij een onderneming drijft of alsof hij in dienst is. In het eerste geval hanteert de Belastingdienst het zogeheten winstsysteem, anders het loonbelastingsysteem. Bij het winstsysteem moet de freelancer een degelijker administratie bijhouden dan voorheen. Net als bij een `echte' ondernemer, wil de Belastingdienst jaarlijks een winst- en verliesbalans zien, waarop uitgaven, inkomsten en vermogen inzichtelijk zijn. De freelancer mag aftrekposten opvoeren, maar kan niet gebruikmaken van ondernemersfaciliteiten zoals de investeringsaftrek, het recht op fiscale reserve- en oudedagsvorming en de ondernemersaftrek. Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek, dient hij aan weer andere regels te voldoen – hij moet bijvoorbeeld ten minste 1.225 uur per jaar zelfstandig werken.

Als freelancer en opdrachtgever beiden willen overgaan tot het loonbelastingsysteem, wordt de laatste belast met de inhouding van loonbelasting. Anders dan vroeger, kan de looninspecteur op verzoek van tevoren aangeven of de Belastingdienst akkoord gaat met de status van de samenwerking.

Formeel was de `opting-in-regeling' al langer mogelijk, maar ook nu de deelnamevoorwaarden zijn verruimd, blijven de voordelen onduidelijk. De freelancer hoeft geen administratie meer te voeren, maar had die vaak goeddeels toch al uitbesteed aan een accountant of administratiekantoor. Hij verliest veel vrijheid: zijn zakelijke kosten zijn niet langer aftrekbaar en hij krijgt slechts een fictief dienstverband – op een WW- of WAO-uitkering heeft hij als freelancer nog steeds geen recht.