Vademecum voor Nice

Europese politici bespreken belangrijke onderwerpen doorgaans in moeilijk te doorgronden jargon. Een beknopte lijst van de termen die de komende dagen over tafel zullen gaan.

Europese Commissie Dagelijks bestuur van de EU, bestaande uit 19 commissarissen en een voorzitter. De vijf grote landen wijzen elk twee commissarissen aan, de tien overige elk één. Commissarissen worden geacht het Europese belang te dienen. De omvang van de Commissie staat in Nice ter discussie: als elk toetredend land ook nog zijn eigen commissaris krijgt, dijt het college uit tot meer dan dertig leden.

Europees Parlement Rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging met 626 leden. De zetels zijn verdeeld volgens de bevolkingsomvang van de vijftien lidstaten: Nederland heeft er 31.

Europese Raad Topconferentie van de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de EU. Komt ten minste tweemaal per jaar bijeen, zoals nu in Nice.

Flexibiliteit Zie versterkte samenwerking

Meerderheid, dubbele Model voor besluitvorming waarin elke lidstaat in de Raad van Ministers één stem heeft. Van een besluit is alleen sprake als een (nader te bepalen) meerderheid van landen tevens een (nader te bepalen) meerderheid van de bevolking vertegenwoordigt. Dit model ligt in Nice ter tafel als mogelijke oplossing van het debat over het stemgewicht. (zie aldaar)

Meerderheid, gekwalificeerde Vereist 62 van de 87 stemmen in de Raad van Ministers. Voor veel EU-besluiten volstaat al een gekwalificeerde meerderheid. In Nice wordt gestreefd naar uitbreiding van het aantal onderwerpen waarover met gekwalificeerde meerderheid kan worden beslist. Maar de landen verschillen onderling van mening welke onderwerpen dat moeten zijn.

Handvest Voluit: Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Proclamatie van Europese normen en waarden waarvan de juridische status onduidelijk is. Wordt in Nice aanvaard.

IGC Voluit: Intergouvernementele Conferentie. Langlopend onderhandelingsproces tussen lidstaten om EU-verdragen te herzien. Ging vooraf aan de top in Nice.

Kopgroepen Zie versterkte samenwerking.

Left-overs Letterlijk: kliekjes. Slaat op de drie onderwerpen waarover de regeringsleiders het op de top in Amsterdam in juni 1997 niet eens werden: omvang en samenstelling van de Commissie, (verdere) beperking van het vetorecht en herverdeling van stemgewicht in de Raad. In Nice proberen ze het opnieuw.

Lidstaten De vijftien landen die het Verdrag van Rome (1957) en de vervolgverdragen van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997) hebben getekend: Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, België, Luxemburg, Groot-Brittannië, Ierland, Spanje, Portugal, Griekenland, Denemarken, Zweden, Finland en Oostenrijk.

Raad van Ministers Het belangrijkste besluitvormende orgaan van de Europese Unie, bestaand uit ministers uit de vijftien lidstaten. Per onderwerp wisselt de samenstelling: vergadert de Raad over Landbouw, dan de ministers van Landbouw enzovoort. Betreft het de regeringsleiders dan heet de bijeenkomst Europese Raad.

Stemgewicht Slaat op de verdeling van de stemmen in de Raad van Ministers. Het aantal stemmen varieert momenteel van twee (Luxemburg) tot tien stemmen (Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië). Herziening van die aantallen is strijdpunt in Nice.

Top Zie Europese Raad.

Uitbreiding De EU onderhandelt met twaalf merendeels Oost-Europese landen over toetreding. Concrete data zijn er niet. De koplopers mikken op 2004.

Versterkte samenwerking Landen die op bepaalde terreinen verder willen integreren dan de rest, moeten daar meer mogelijkheden voor krijgen. Dit is al het geval bij de euro en het vrije personenverkeer, waaraan niet alle lidstaten meedoen. Als de regeringsleiders het in Nice eens worden over meer flexibiliteit, ontstaan er meer van zulke kopgroepen.